zaterdag 20 mei 2017

Mooi hè,


was dat?

Een voor de Katwijkers welhaast iconisch plaatje. De Voorstraat naar het westen gezien, met aan de linkerkant de Nieuwe Kerk. Links daarvan de Zuidstraat, met nog de oude bebouwing. Aan de rechterkant van de straat, voor de kerk en achter de bomen de School met den Bijbel met langs de straat de muur van het schoolplein. Tussen het hoekhuis en het kleine boompje is nog net de poort naar het plein te zien. Rechts van de kerk en van de bomen de Voorstraat, met van achteren naar voren gezien het weeshuis en het gasthuis en op de voorgrond de garage van Den Hollander met op de stoep een benzinepomp. Adri's moeder had daar een Opel Kadett in onderhoud. De School met den Bijbel, het latere jongerencentrum 't Mallegat, de pastorie daarachter, de latere oudheidkamer van het genootschap Oud-Katwijk (op de foto niet te zien) en het gast- en weeshuis, de laatste twee creaties van architect H.J. Jesse, werden in de jaren tachtig, tot groot verdriet van velen, gesloopt. Alleen de kerk, ook een ontwerp van Jesse, is er nog en staat momenteel ter restauratie in de steigers.

donderdag 11 mei 2017

Zwerf – Catweazle remembered

Ooit had ik een heel lief nichtje. Jamie heet ze. Toen ze klein was, gingen we wandelen in het park. Aan het begin van het park, tussen de bomen en de struiken, was een elektriciteitshuisje. Als je er voorbij was, zag je aan de achterkant, op de stoep van het huisje een zwerver liggen, tussen alles wat-ie bezat en bij zich had. Het haar van de man groeide alle kanten op en je kon z'n gezicht, dat vol met vegen was, nauwelijks zien. Hij lag, of zat, daar al weken. We gingen wel vaker kijken. 'En woont-ie daar dan, die zwerf?' vroeg mijn nichtje. 'En ook als het donker is?' Vragen, vragen. Haar eerste contact met de wereld.


De 'zwerf', zoals mijn nichtje de man steevast noemde, deed me denken aan die beroemde magiër uit míjn jeugd: Catweazle, die – 'Salmay Dalmay Adonay'* – vanaf 1970 op de buis kwam. Als kind durfde je er bijna niet naar te kijken. Dat moet dan wel míjn eerste contact met de wereld geweest zijn.


In 2008 verscheen de serie op dvd. Klik hier voor de Catweazle-fanclub.

Catweazle werd gespeeld door Geoffrey Bayldon, die gisteren overleed.

* Dat was zijn toverspreuk.

vrijdag 5 mei 2017

Vloggen voor de VLOK

Vroeger heette de televisie en radio in Katwijk de VLOK: Vereniging Lokale Omroep Katwijk. Dat verklaart meteen de titel van dit blogje. Een blogje, zo noem ik altijd een blogbericht. Volgens mij doen andere bloggers dat ook.


Adri werd gevraagd om voor RTV Katwijk, zo heet de televisie en radio in Katwijk tegenwoordig – hoewel, Katwijkers hebben het nog altijd over de VLOK – een heel kort filmpje, een soort spotje, te maken, voor in een groter televisieprogramma. Dat grote televisieprogramma heet Katwijk Live. Het wordt één keer in de maand uitgezonden en daarna, in de maand van uitzending, nog een aantal keren herhaald. Daarna komt het filmpje op YouTube. Dan kan iedereen het zien.


Adri vond het leuk om die filmpjes met mij te gaan maken. Ik voelde me heel erg vereerd. Maar het mocht niet te veel tijd kosten. We hadden het tenslotte al zo druk. Dus zouden we het gewoon met de telefoon opnemen, op een stok, een selfiestick. Lekker spontaan, gewoon op straat en niet van te voren bedenken wat je wilt gaan zeggen. Het concept deed me denken aan het programma 'De woestijn leeft' uit de jaren negentig, waarin Max Pam en Jeroen Henneman voor de zender AT5 door de stad trekken en allerlei onvolkomenheden die ze tegenkomen op straat bespreken.


In ons eerste filmpje gaan we op zoek naar waar vroeger het tramhuis stond in Katwijk aan Zee. Op de dag dat het idee geboren werd om de filmpjes te gaan maken – we noemen het vlogjes en wat we doen heet vloggen – zijn we die avond meteen op pad gegaan. Dat was in maart, dus het was nog donker buiten. In april kwam het eerste filmpje op televisie. Je moet het geluid hard zetten, want we zijn nog niet zo gewend om in de telefoon te praten.

woensdag 19 april 2017

Kwetsenjam


Kwetsen zijn een soort pruimen. Ze hebben een mooie rode kleur en je kan er jam van maken. In september kreeg ik een potje mee, van Joke, die er net een praatje over gehouden had. Er zat geen suiker in en ook geen kaneel. De jam was van zichzelf al lekker.


woensdag 12 april 2017

Pomeransenmarmelade


Voor deze jam, ik moet zeggen: marmelade, moet je pomeransen hebben, en geen sinaasappels. Want die hebben niet de goeie bitterheid, en pomeransen wel. En van die pomeransen kan je de schil eten. September vorig jaar hield Joke er een praatje over, over het maken van die marmelade. Dat is niet gemakkelijk. Daarom, als ze het maakt, maakt ze er gelijk heel veel van. Als die pomeransen er zijn, ergens in het jaar, als ze geoogst worden. Dan haalt ze gelijk een hele kist. Vervolgens staat ze een hele dag en avond reepjes te snijden van de schillen. En dan moet het koken, in grote pannen. Dat moet precies op de juiste temperatuur. Want ga je daar je daar iets overheen, dan gaat het mis. En krijgt het niet de goeie dikte. Maar dan is het nog net zo lekker, heb ik geproefd, die marmelade van pomeransen. Zelf zegt Joke 'pommeransen' en misschien spreek je het ook wel zo uit.


Je ziet het nooit op potjes staan. Het is altijd sinaasappelmarmelade, terwijl er pomeransen in zitten en het veel mooier om te zeggen is: pommeransenmarmelade.

dinsdag 21 maart 2017

Een plein in Venetië (2)


Het plein, je komt er altijd langs, heel vroeg al, als je gaat ontbijten, want dan moet je buitenom, over straat, over de straat aan het plein. Een plein in het noorden van de stad. Een stil plein, heel anders dan dat plein in het zuiden van de stad.

Waarom zou het zo stil zijn? Omdat het vlak bij vaporettohalte Fondamente Nove is? Waar mensen aankomen om de stad te bezoeken en uitgerust van de bootreis het plein overslaan, om maar gauw in het centrum te komen. Waar mensen zich heen spoeden, om de boot nog te halen, naar Murano of het vliegveld.

maandag 6 maart 2017

Het schilderijtje van Frederik van Eeden – Op het schrijversstrand (13a)

Frederik van Eeden, Gezicht op Katwijk. Olieverf, doek op paneel, 23 x 31,6 cm.
Drents Museum, inv./cat.nr S 329.

Dit schilderijtje, van Frederik van Eeden, Gezicht op Katwijk, is binnenkort te zien op de tentoonstelling Katwijkse buurtjes en straatjes in het Katwijks Museum.

In oktober van het afgelopen jaar tipte Gerard Brouwer mij over het bestaan van het schilderijtje en schreef ik erover op Huize Zeezicht. Over die zomer van 1888, toen Albert Verwey en Willem Kloos bij mevrouw Vooys logeerden, in de Voorstraat, vlak bij waar nu het DunaAtelier is, en Van Eeden daar achter op het balkon de kwast ter hand nam. Voor een doekje, nauwelijks groter dan een A4'tje, maar o, hoe schitterend!

Klik op de blauwe woorden om alles nog eens na te lezen. De blauwe woorden worden paars als je er al een keer op hebt geklikt, maar dat is een goed teken.

woensdag 22 februari 2017

Voor Gerard


Op 25 augustus zat hij vooraan in het zaaltje, al heel ziek. Stiekem wilde ik hem verrassen. Het kon nog één keer. En na m'n praatje was het: "Ga hiermee door, Leendert, ook als ik er straks niet meer ben."

Zo begon ik:

"Beste mensen,

Ik weet  nog, op 3 mei, in m'n  middagpauze, dat m'n telefoon ging [...]. Het carillon van het stadhuis had net gespeeld... Gerard... Gerard Brouwer die belde. En bij het noemen van zijn naam wist ik al meteen waarvoor. Of ik weer een praatje in het DunaAtelier wilde houden. Vorig jaar had ik dat verhaal van mijn 'Vroege herinneringen' verteld, over hoe ik Katwijk in de jaren zestig beleefd had. Of ik weer zoiets kon doen.

Gerard is altijd erg enthousiasmerend, erg motiverend, weet je goed over te halen... Dus ik had nog wel even zoiets van 'maar ik schud ze niet uit m'n mouw, ik heb ze niet zomaar klaarliggen, die verhalen', maar tegelijkertijd ook al zoiets van 'wel leuk'... vooral ook vanwege de plek. Lekker zaaltje, soort huiskamer, met al die schilderijen... augustus, september... nazomerwarmte aan zee. Warm zaaltje, letterlijk en figuurlijk.

Gerard ging door. Het maakte niet uit wat. Alles is goed. We babbelden nog wat verder en aan het eind van die paar minuten [...], in die middagpauze op de stoep van de Breestraat tegenover het Leidse stadhuis, was ik al voor 75 procent om. En toen ik door de Pieterskerk-Choorsteeg terugliep naar de Witte Singel, was het al 90 procent. En ik geloof dat ik op m'n werk was en Gerard een appje stuurde dat ik er (zelfs) al bijna toe besloten had.

Vorig jaar had ik dat verhaal van 'Vroege herinneringen', appte ik. Als ik dan nu dat verhaal over m'n blog doe, zo'n compilatie, waarin ook weer dingen van 'Vroege herinneringen' zitten, van wat ik toen in De Bonte Kraai gedaan heb, met dingen van toen erin en nieuwe dingen van nu. En dan volgend jaar weer 'Vroege herinneringen', want dat is iedereen na twee jaar vergeten, en dan het jaar erna weer die compilatie van m'n blog.

Ja, appte Gerard, het maakt helemaal niet uit wat je doet. Het is allemaal goed. De mensen willen vermaakt worden.

Dan doe ik het, antwoordde ik. [...]"

Toen begon ik mijn verhaal. Maar het begin was voor Gerard. Hij zou me nooit meer bellen.

Afgelopen maandag 20 februari is Gerard Brouwer overleden.

zondag 5 februari 2017

De Pyramide van Austerlitz


Vandaag kwamen we* tijdens de NS-wandeltocht van Driebergen naar Maarn langs de Pyramide van Austerlitz. Gebouwd in de Franse Tijd, omdat de manschappen niks te doen hadden.


Generaal Marmont is commandant van de Franse troepen. Als oefengebied heeft hij de heide tussen Woudenberg en Zeist uitgekozen. 18.000 man zijn daar gelegerd. In de nazomer van 1804 geeft Marmont zijn troepen de opdracht om, als eerbetoon aan keizer Napoleon, een piramide van zand en heideplaggen op te werpen. Hij was daardoor geïnspireerd geraakt tijdens een expeditie naar Egypte.


De soldaten doen er 27 dagen over. In amper vier weken wordt er op het hoogste punt van de Utrechtse Heuvelrug met militaire precisie een piramide neergezet.


Bovenop wordt een houten obelisk neergezet die, omdat hij helemaal was scheefgezakt, in 1808 weer verwijderd wordt. In 1894 komt er op dezelfde plaats een stenen obelisk, die inmiddels ook een beetje scheef is gaan staan.


Het is een beetje een gek ding, die piramide. Koning Lodewijk Napoleon geeft haar de naam Pyramide van Austerlitz (op zijn Frans geschreven, met een y), ter ere van de grote overwinning van zijn broer de keizer, eind 1805, op de Oostenrijkse en Russische legers bij Austerlitz (nu Slavkov in Tsjechië). Het dorpje dat bij de piramide ontstaat, om al de soldaten die er gelegerd zijn te verzorgen, krijgt dezelfde naam.


Boven op de piramide kun je ver kijken, naar de Domtoren in Utrecht. Je kan Leiden zien liggen en ook de Noordzee, met de flats van Katwijk. Maar vandaag was het er te dampig voor.


In een reisgids uit 1890, aangehaald boven op de piramide, luidt het: 'Een schoon panorama overzien we van den top. De heuvelrij vertoont hier eene inzinking, waardoor we zeer ver op de Veluwe kunnen zien. In zuidelijke richting liggen de vlakke kleigronden en naar 't noorden de Zuiderzee. De hooge torens van Amersfoort in de onmiddellijke nabijheid en Utrecht in de verte, en vele andere torens steken boven de bosschen uit.'

* Met Wilma, Co en Yvonne.

maandag 30 januari 2017

Meerburgprijs 2001

De prijswinnaars uit 2001, met als derde van links ir. Arend Meerburg, zoon van de stichter
van het Herinneringsfonds D.F.E. Meerburg. In het midden vooraan Jamie, mijn nichtje van toen.

Van de Meerburgprijs die ik in 2001 ontving, kreeg ik een foto van de krant, maar welke krant en wie de foto gemaakt heeft, dat weet ik niet meer. (Laten zij zich vooral melden, dan kan ik dat alsnog erbij zetten.) De prijs – de laatste in guldens – was ter financiering van mijn proefschrift Dialect en dialectverlies in Katwijk aan Zee, dat in 2004 verscheen.

Je ziet wel dat je erg wit wordt van het schrijven van een boek, en ook papperig, altijd maar binnen, in je kamertje aan je bureau. Je kunt beter een museum inrichten of zingen in een koor, dingen waar de andere prijswinnaars zich destijds mee bezighielden, dan krijg je tenminste een kleurtje op je wangen.

zaterdag 21 januari 2017

De vier-zes (vervolg)

De vier-zes.

Daar is hij dan, mijn kroon, helemaal uit China!

'Dat zijn zulke goeie kronen,' vertelt mijn tandarts. 'Mooi opgebakken, nog op metaal. Kijk maar.'
Ik zie het.
'Metaal dat flinterdun is. Maar hard! Als ik erdoorheen moet boren voor een wortelkanaalbehandeling, ben ik zo drie boortjes kwijt.'
'Wat is dat dan voor metaal, dat dat zo hard is? vraag ik. 'Toch niet dat staal dat ze voor tanks gebruiken, met allemaal radioactief spul erin? Dat je met een mond vol straling loopt.'
'Nee, het is een legering. Maar waarvan, dat weet ik ook niet. Als het radioactief was, had ik het allang gemerkt. Want als ik mijn mond opendoe, lacht China je toe.'

zaterdag 14 januari 2017

Bandje van echtheid (vervolg)


Het bandje van echtheid zit voor in mijn kinderalbum. Het is niet het kinderalbum dat mijn ouders begonnen waren.* Toen ik een jaar of twintig was, heb ik de foto's in een nieuw album overgeplakt. In het oude album zaten ze allemaal los en door elkaar. Aan de hand van de kleren die ik aanhad, en helemaal in het begin niet aanhad, heb ik de foto's weer in de goede volgorde gezet, waarmee de chronologie van gebeurtenissen uit mijn kinderjaren werd hersteld. Gebeurtenissen? Je woonde in Katwijk, dus veel naar het strand en de duinen.

Het was nog een heel werk om al die foto's weer op volgorde te krijgen. Bij het overplakken ging het bandje van echtheid weer netjes op de eerste bladzijde. Waar het thuishoort. Het is het allereerste wat er van mij is. Mijn allereerste bewijs dat ik besta.** In het ziekenhuis werden toen nog geen foto's gemaakt, denk ik. Een andere tijd. Omdat het na alle herstelwerkzaamheden nu mijn album werd, plakte ik onder het bandje van echtheid een foto van toen ik vier was en van hoe ik er nu (in 1982) uitzag.*** Hiermee was mijn eigen album officieel bezegeld. Het was de tijd dat ik wel eens een plaat van The Doors opzette.

* Zo'n album houdt ergens op als je twaalf bent. Je ouders zijn dan al nagenoeg gestopt met foto's van je te maken. Tot je twaalfde zijn er nog wel de officiële schoolfoto's, zoals van de actie 'Snoep verstandig, eet een appel', of van Sinterklaas die langskomt, met een Piet die door de klas rent en alle kinderen die naar hem wijzen om de gekkigheid die hij uithaalt, en als laatste de foto's van de driedaagse schoolreis aan het einde van de zesde klas. Allemaal niet meer door je ouders gemaakt. Daarna gaat het hink-stap-sprong door de middelbareschooltijd, met vooral weer officiële schoolfoto's, tot de tijd dat je zelf foto's gaat maken. Het kinderalbum strandt ten slotte in lege witte bladzijden.
** Ik heb er nietjes in geslagen. Had ik de klus van het overplakken later opgepakt, dan had ik er vast zuurvrij plastic omheen gedaan. De fotohoekjes waren al wel zuurvrij, denk ik, in die tijd. De foto's zitten er in ieder geval niet aan vastgekleefd.
*** De linkerfoto is van de kleuterschool, de Juliana-kleuterschool op het Abeelplein, de rechterfoto is gemaakt in een fotohokje, nog in het oude station van Leiden.

zaterdag 7 januari 2017

De vier-zes

Noodkroon, zijaanzicht, sterk vergroot.

Gisteren was ik bij mijn tandarts. Ik moet een kroon. Het is de vierde al. Dit was het voorbereidende consult, waarin de opzet voor de kroon gemaakt wordt. De kies wordt daartoe bijgeslepen en je moet happen. Drie keer. Voor een afdruk van waar de kroon komt, van de tegenoverliggende kiezen en van de aansluiting tussen boven- en ondergebit. De afdrukken worden opgestuurd naar China en over twee weken is mijn kroon er dan.

Noodkroon, bovenaanzicht, sterk vergroot.

In de tussentijd krijg je een aluminium noodkroon. Toen mijn tandarts hem wilde plaatsen, schoot hij tussen zijn vingers vandaan en viel op de grond. Hij pakte een nieuwe en liet de doos met vakjes zien waar de noodkronen in opgeborgen zitten. Hij vertelde dat inbrekers ze eens hadden meegenomen, omdat ze dachten dat het zilver was. Maar ze zijn zo goed als waardeloos. Daarom mocht ik die gevallen kroon wel hebben. Leuk, nooit eerder gezien en nooit in mijn handen gehad. Voor mij had zo'n kroon wel waarde, misschien zette ik hem wel op een sokkeltje op mijn bureau. Ik vroeg of dat nou allemaal standaardmaten waren in die vakken. De tandarts vertelde dat dit de 46 was, de 'vier-zes. Er zijn ook collega's die zeggen de zesenveertig, maar ik hou het bij wat ik geleerd heb, de vier-zes. Van het vierde kwadrant de zesde tand/kies vanaf de voorste snijtanden gerekend rechts van het midden.'


Hij tekende het nog even op het whiteboard. De vier kwadranten, 1 rechtsboven, 2 linksboven, 3 linksonder en 4 rechtsonder. Je hebt vanaf het midden naar opzij twee snijtanden, 1 en 2, dan de hoektand, nummer 3 – de tandarts tekende hem een beetje lager – en dan na 4 en 5 deze noodkroon voor  nummer 6, de 46. En ik voelde en telde nog eens met het puntje van mijn tong. Het klopte precies, de vier-zes.

Om het nog eens na te lezen op Wikipedia klik je hier.