zondag 21 oktober 2018

Braam plukken op YouTube


De eerste aflevering van Braam plukken, over het Draaihek, eerder uitgezonden op RTV Katwijk, staat nu ook op YouTube, overal en altijd te zien!

woensdag 17 oktober 2018

Wonderzeep


Het helpt zo’n beetje overal tegen, of voor. Alles krijg je ermee schoon. De was, de vloer, het plaatsje achter het huis. Alle vlekken krijg je ermee weg. Je kunt het zo gek niet bedenken. Pas vroeg m’n moeder een blok voor haar mee te nemen, voor bij het voeteneind in haar bed. Bij een bepaalde weersverandering ligt ze de hele nacht te schoppen met haar benen, maar leg je zo’n stuk zeep bij je voeten, dan lig je stil en kun je weer slapen. In een washandje.
De geur is fantastisch, en sterk. Een paar blokken in de kledingkast en je kleren ruiken altijd fris. Sinds kort heb ik in mijn boekenkast, de dichte met de deurtjes, op iedere plank, achter elke rij boeken een blok liggen. Ik laat het papiertje er gewoon om. Tegen de zilvervisjes. Die houden niet van licht. Maar wel van donker en stof en soms van papier, maar dan noem je het papiervisjes. De ergste soort. Eten papier. Vooral van de boeken die plat liggen. Vieze visjes. Ze houden niet van licht en ook niet van 'Sunlicht'.
Zoals m'n moeder het noemt. Niks bijzonders. Hele volksstammen noemen die zeep zo. Ook buiten Katwijk. Zouden ze die g met opzet als een c met een haaltje geschreven hebben, zodat iedereen het kan lezen? Als Sunlicht (of Zunlicht) of Sunlight. En als ik nu een boek pak uit m’n boekenkast, is dat boek zo heerlijk fris, citroentjesfris. Ik merk dat het me ook langer wakker houdt, die geur. Waar eerst m’n ogen dichtvielen, lees ik nu een hoofdstukje meer. Ik zei het al, wonderzeep!

Op internet vond ik een flinke lijst van toepassingen van Sunlight-zeep op huishoudbode.nl, waaronder die bij nachtelijke spierverkramping. Zelfs omroep Max maakt er melding van.

maandag 8 oktober 2018

Het tillenbeest – kasteel Oud-Poelgeest (Oegstgeest)


Tijdens de high tea voor m'n moeders verjaardag in de Drakenkamer van kasteel Oud-Poelgeest waren daar ineens de 'tillenbeesten', de sfinxachtige wezens die Jan Wolkers in het voorjaar van 1945,* toen de Duitsers vertrokken waren en het kasteel verlaten, van de schouw gestolen had. Het rechterbeeld werd door de familie terugbezorgd in 2013. Toen dat er was, kon voor de linkerkant een kopie gemaakt worden.

Wat er met het tweede (linker) tillenbeest gebeurde, vertelt Wolkers in een verhaal dat in 1959 in het tijdschrift Tirade verschijnt: Het tillenbeest.**

In De Wereld Draait Door is ooit een filmpje te zien geweest waarin Wolkers de passage van de ontvreemding voordraagt.


In het volgende filmpje vertelt mevrouw Völker-Dieben, oud-voorzitter van de Stichting Erfgoed Oud-Poelgeest, hoe het rechterbeeld terugkwam in het kasteel.


Het kasteel uit 1640, waar ooit Boerhaave woonde, was na de Tweede Wereldoorlog een puinhoop vanbinnen. Je verbaast je erover hoe alles, de plafonds, de gobelins, het stucwerk, in oude luister is hersteld. De gobelins bijvoorbeeld werden aan de hand van overgebleven patroonresten opnieuw geborduurd in Engeland. De restauratie van de Drakenzaal kwam pas onlangs, in 2017 gereed. Meer hierover is te lezen op de website van de stichting.

En... voor de goede lezer c.q. verstaander: op het landgoed zijn in totaal dus drie tillenbeesten.

de plafonds

de gobelins

* Onno Blom, 'Wolkers' geweldige verhaal over "het tillenbeest"', de Volkskrant, 6 januari 2016.
** In 1961 werd 'Het tillenbeest' opgenomen in de verhalenbundel Serpetina's petticoat.

dinsdag 2 oktober 2018

Braam plukken


Na Typisch Katwijk komt er weer iets typisch Katwijks op televisie. Vandaag start RTV Katwijk met de eerste aflevering in de serie Braam plukken. Te zien om 12.00, 18.00 en 21.30 uur na de sport. Via Ziggo op kanaal 41 of KPN 1385 maar nog makkelijker in het hele land op https://www.rtvkatwijk.nl/live-tv/ op de genoemde tijden. Later komt het YouTube, waar het tot in alle eeuwigheid op ieder moment van de dag jaar in jaar uit te zien is.

Als je dus net bent ingeschakeld, om pakweg tien over zes, ben je nog helemaal op tijd, want het komt na de sport! Wordt het vijf voor halfzeven, dan moet je toch wel klaar gaan zitten. Want het begint opeens, zonder aankondiging, na de reclame.

Veel kijkplezier!

woensdag 12 september 2018

De Valstrik

Op het dak van de uitspanning is in grote letters nog net de naam DE VALSTRIK zichtbaar.

Dit is het verhaal van De Valstrik. Boven op de Heilige Berg was ooit een speeltuin. Dat was toen er nog (bijna) geen huizen stonden en het nog gewoon een duin was. De speeltuin was op het hoogste punt. Bij de speeltuin was een uitspanning, waar de kinderen limonade kregen en voor ouderen een borrel werd geschonken. Soms meer dan één. Een dominee die daarvan hoorde, riep op een zondag van de kansel dat je daar maar beter niet naartoe kon gaan, die speeltuin, met dat café erbij. Het was 'de valstrik van de duivel!'* Waarop de eigenaar de gelegenheid prompt De Valstrik noemde en dat met grote letters op het dak zette. Van Arie Kraaijenoord, die, jaren geleden alweer, op het topje van de Heilige Berg ging wonen, hoorde ik dat hij in de tuin achter zijn huis een stuk muur vond met in geschilderde letters het woorddeel LTUIN erop. Mooie herinnering aan een bewogen plek. Of moet je zeggen: aan een plek vol beweging.

Grappig wel dat naarmate de duin meer bebouwd werd, er ook meer dominees gingen wonen – de duin wordt niet voor niets de Heilige Berg genoemd. Konden ze een borreltje halen in De Valstrik.

Een waarschijnlijk wat oudere foto van de andere kant. De weg omhoog is
nog een zandpad en nog niet afgezet met een hekje.

* Een variant van het verhaal is dat er ook op zondag geschonken werd en dat de dominee daartegen van leer trok.

donderdag 6 september 2018

Goedheiligman wil op 4 december voorgaan in de Oude Kerk te Katwijk aan Zee

Sint was in 1560 nog misdienaar in de Oude Kerk.

Ik heb mij laten vertellen, maar wie ben ik, dat Sinterklaas vroeger in de Oude Kerk in Katwijk aan Zee ter kerke ging, toen dat nog een katholieke kapel was. Hij was daar misdienaar. Dat was vanaf 1560. Het jaar daarop waren de festiviteiten rond het honderdjarig bestaan van de parochie. Het is allemaal lang geleden, maar de Sint herinnert zich het nog goed, ook hoe de watergeuzen tien jaar later, in 1571, het kerkgebouw binnendrongen en alles, ook het beeld van de Heilige Moeder, kort en klein sloegen. Het enige wat de watergeuzen over het hoofd zagen, waren de wijwaterbakjes, ingemetseld in de muren in het voorportaal van de kerk, aan de zeekant. Het waren de laatste overblijfselen van de vijftiende-eeuwse kerk, een mooie herinnering ook aan zijn jeugd, liet de Sint ons weten. Soms, als hij later, toen hij al wat ouder was, op een mooie zomerdag, incognito, verkleed als badgast met een grote zonnehoed en zonder baard (Sint hierover: 'Sommigen die ik het verhaal vertelde, zeiden dat ik die zeker thuis gelaten had, maar nee hoor, die scheer ik 's zomers netjes af. Te warm, zo'n baard. In december is die wel weer op lengte.'), het gebouw betrad, leegde hij er stiekem zijn flesje water voor de dorst in, waarna hij zijn vingers erin doopte om een kruisje te slaan. Ja, dat was mooi, maar ook die tijd is voorbij, want bij de restauratie in de jaren tachtig van de twintigste eeuw zijn de wijwaterbakjes er alsnog vakkundig uit gesloopt.

Hier hoopt de goedheiligman op 4 december voor te gaan.
Zijn schimmel blijft dan maar stilletjes buiten staan.

Sinterklaas nu, zou, wanneer hij straks weer in het land is en ook Katwijk aandoet, graag nog eens een bezoek brengen aan de kerk van zijn jeugd, waar hij als jongeling geholpen heeft bij de mis en gezongen heeft in het kerkkoor. Waar hij luisterde naar het gebulder van de zee of dromerig de warme zonnestralen opving die door de glas-in-loodramen kwamen. Maar hij wil het niet bij een bezoek alleen laten, niet bij een bezoek zonder meer. Nu hij bisschop is – niet iedere misdienaar schopt het tot bisschop – leek het hem een mooi gebaar ook eens voor te gaan in de kerk waar hij nog met zijn ouders kwam, in een mis. De protestanten, die het kerkgebouw na honderdtien jaar overnamen, zijn dat een dienst gaan noemen. Maar wat maakt dat uit. Een mis of een dienst. Sint is het om het even.

Het sinterklaasfeest, het feest van zijn verjaardag, is dezer dagen zo profaan geworden, zo materialistisch, vindt de Sint, dat het hem goed lijkt om daaraan voorafgaand samen te komen, een moment van bezinning te hebben, van dankbaarheid en soberheid, als tegenwicht aan de totale gekte die het sinterklaasfeest geworden is, de totale gekte die de hele decembermaand geworden is, met op het eind ook nog een kerstman, en sommigen hebben, zo heeft de Sint zich laten vertellen, zelfs nog een dertiende maand erbij, omdat ze aan de twaalfde maand blijkbaar niet genoeg hebben. December barst letterlijk uit zijn voegen.

Vroeger kregen kinderen een suikerhart, of een taaitaaipop, met een handje pepernoten. Daarmee was de kous af. Maar nu... de fabrieken in China, Japan en Taiwan draaien overuren om alles op tijd op de pakjesboot in Myra te krijgen en daarmee dan weer op tijd in Nederland aan te komen.

Maar zou dat kunnen? Zou dat geregeld kunnen worden? Een mis door de bisschop van Myra in de Oude of Andreaskerk* te Katwijk aan Zee. We moeten daarvoor natuurlijk toestemming hebben van de koster, Dirk Messemaker, maar ik denk niet dat die het erg vindt. Sinterklaas denkt zelf aan de avond vóór zijn verjaardag, op dinsdag 4 december. Om acht uur, 'bakkiestijd' zeggen ze al eeuwen in Katwijk. We kunnen misschien ook echt koffie schenken, voorafgaand aan de dienst, of mis, met een stukje marsepein erbij.

*Sint-Andreas is de beschermheilige der vissers.

vrijdag 24 augustus 2018

Op de foto – Volendam (5)


We doen er allemaal aan mee, aan de leugen van Volendam, maar wat een heerlijke leugen! Deze is gemaakt bij Zwarthoed, recht tegenover Hotel Spaander, alweer heel wat jaartjes geleden. Zwarthoed besteedt veel aandacht aan de details, zoals het netjes uitleggen van de rok. Vergelijk de etalages maar eens van al die andere fotografen.

maandag 20 augustus 2018

Binnenkijken bij fotostudio Zwarthoed – Volendam (4)

Ondertussen aan de overkant van Hotel Spaander...


Je staat zomaar niet op de foto, bij foto Zwarthoed.

zondag 12 augustus 2018

In de etalage – Volendam (3)


'Kijk, Gerard Joling, en daar, een nog jonge André Hazes. En Jan Smit en Jan Keizer. Wat een volk.'


'Maar die komen hiervandaan, die Jan Smit en Jan Keizer. Die zijn het gewend er zo bij te lopen.'


'Hé kijk, André van Duin houdt dezelfde accordeon vast als ik.'

donderdag 9 augustus 2018

De knipskuite ('de knipschuiten') – Katwijk-fiction

Een knipschuit, met de letters K op de achtersteven, ligt
ter reparatie op het strand tussen de andere knipschuiten.

Je hadde òòk nog de knipskuite.* Die voere van Lààie nae Kattuk, mit knip.**
('Je had ook nog de knipschuiten. Die voeren van Leiden naar Katwijk, met knip, een soort janhagel.')

* De knipschuiten konden gemakkelijk van de kakenbommen onderscheiden worden door de hoofdletter K die aan weerszijden op de boeg en achtersteven geschilderd was. Zij waren ook kleiner dan de kakenbommen. Geen 40 bij 21 maar 30 bij 14 voet. Dat maakte de scheepjes wendbaarder als ze de Rijn af kwamen zakken. De Rijn was in die tijd een bochtige rivier met veel smalle doorgangen bij de bruggen. In Katwijk zeggen ze voor brug bregge en een bekende uitdrukking onder de Katwijkers is een breggetje neme voor als men iets gedurfdst moet doen. Letterlijk betekent dit 'een bruggetje nemen', dus door de smalle doorgang van een brug varen. Maar de doorgangen waren vaak zo smal dat de schipper van de knipschuit eerst een borreltje nam voordat hij erdoorheen voer. Dan durfde hij, zogezegd. Van lieverlede is een breggetje neme daardoor een borreltje nemen (drinken) gaan betekenen, ook als men niet is gewaagdst moest doen, zoals onder brug door varen. Om een lang verhaal kort te maken: de lezer begrijpt wel dat de schippers van de knipschuiten vaak half beschonken in Katwijk arriveerden. Gelukkig werd de Rijn daar naar zee toe steeds breder zodat het wendbare scheepje nergens tegenop botste. Maar in Leiden, waar de knipschuiten hun tocht begonnen, was het nog smal. Lag zo'n knipschuit bijvoorbeeld aangemeerd aan de Lange Mare bij de bakkerij van Goedeljee, dat was op de hoek met de Clarensteeg, dan moest zij eerst onder het smalle bruggetje van de Haarlemmerstraat door en daarna onder het nog smallere van de Stille Rijn om op de Rijn te komen. Dan ging het verder rechtsaf langs de Apothersdijk en het Galgenwater via Valkenburg en Katwijk aan de Rijn naar Katwijk aan Zee. En het schuitje was flink beladen, hoor. De schipper nam dan in de bakkerij al een of twee borrels en voor elk bruggetje dat hij passeren moest nog een borrel. Hij had daartoe een flesje Hartevelt onder de verschansing bij de helmstok liggen. Bekend in Katwijk, maar ook in Leiden, is nog steeds de uitdrukking zo dronken als een knipschipper.
** Knip was een soort janhagel, een rechthoekig zandkoekje met suikerkorrels erop. Het verschil met de janhagel is dat de amandelschaafsel ontbreekt. Het koekje werd in Leiden gebakken. De hele stad rook naar dit baksel, vandaar dat Leiden ook wel knipstad genoemd werd. In het verlengde daarvan lag vanzelfsprekend de aanduiding sleutelstad. (Bij een knip op de deur kun je ook wel een sleutel gebruiken, nietwaar?) De schuiten voeren met de knip van Leiden naar Katwijk via de Rijn om vervolgens bij zee aangekomen linksaf te slaan en op het strand te landen. Daar werd de knip uitgeladen en in lange rijen, als op een bakplaat – maar wel wat groter – op het strand uitgelegd. Vervolgens kwam de afslager met een lange stok. Hij wees de partijen knip aan en sloeg ze af. De vrouwen – de mannen zaten op zee op jacht naar zeekaken – die als eerste hun hand opstaken hadden de beste knip voor de beste prijs.

vrijdag 3 augustus 2018

Mit 'n witte vlagge ('met een witte vlag') – Katwijk-fiction


De kaekebom hàài altijd 'n witte vlagge* in de mast**, tot je kon zien tot-ie op kaeke voer. 't Wit van de kaeke, zòò-ezààd.
('De kakenbom had altijd een witte vlag in de mast, zodat je kon zien dat hij op kaken viste. Het wit van de kaken, zogezegd.')

* De vlag, eerder een wimpel of vaan, was 2 meter lang en had meestal een breedte van 37 centimeter. Dat was de breedte die ze op rol konden leveren, helemaal uit Duitsland vandaan, uit de katoenfabriek van Vonderlinden in Hamburg. Vandaar dat men de vaan ook wel aanduidde als een 'vonderlindetje'. Ja zelfs de kakenbom zo aanduidde, maar dat was uitzonderlijk. Dat ging dan van: Zie je die vonderlinde al ankomme in de vorte? ('Zie je die vonderlinden al aankomen in de verte?') De hier afgebeelde vaan is onderdeel van het model van de kakenbom dat ik thuis heb staan. De verhouding klopt daarom niet helemaal.
** De witte vlag hing altijd in de lange (voorste) mast, de zogenaamde lange steng. In de korte achtermast, de korte steng, werd de vaderlandse driekleur gevoerd, met uitzondering van de Franse tijd (1804-1814/15) toen de Franse vlag gevoerd werd, de drapeau tricolore. Deze tricolore dook in de jaren tachtig van de twintigste eeuw opeens weer op toen hij aan de meubelzaak van Haasnoot wapperde. Maar gelukkig, aandachtige jongeren met veel gevoel en historisch besef grepen toen snel en onverwijld en zonder dralen in. Er was geen moment van twijfel. Dit speelde zich allemaal af in de Voorstraat, een belangrijke straat, waar op een steenworp afstand, wat meer naar zee, zo'n 75 jaar daarvoor bij de firma Taat de kaekebomme aan de lopende band de werf verlieten. Het strand lag er vol mee. Op de foto hieronder zien we alle kakenbommen die Katwijk rijk was langs de boulevard tegen de huizen opgetrokken liggen, liggen te wachten tot de winter weer voorbij is en de kakenjacht geopend wordt. De jongen rechts houdt speciaal voor de fotograaf nog even een extra grote en dikke zaekaek boven zijn hoofd.

woensdag 1 augustus 2018

't Kaekenet ('het kakennet') – Katwijk-fiction


En dut is 'n kaekenet*, waermit of tot-tie zaekaeke-n-evange wiere.**
('En dit is een kakennet, waarmee die zeekaken werden gevangen.')

* Een compleet kakennet was 240 meter lang. Op 220 meter, gemeten vanaf de schuit, begon de kuil. Die had derhalve een lengte van 20 meter. De opening van de kuil mat 14 meter in de breedte en was twee meter hoog. De maaswijdte was 3 centimeter.
Als het net door de bemanning binnengehaald werd, riep de schipper bij elke ruk aan het net, doorlopend en met lange uithalen: 'Kae-kuh! Kae-kuh! Kae-kuh!' (enz.). De mannen maakten hierbij vaste, 'roeiende' bewegingen. Tot men bij de kuil was aangekomen. Dan was het torsen geblazen. De kuil werd met alle macht over de verschansing getrokken. Nu kwam het legen van de kuil. Dat was altijd weer een spannend moment. De 'strik' werd eruit getrokken en een grote golf van zeekaken overspoelde het dek. Ze rolden alle kanten op. Op sommige plekken kwamen ze wel tot een meter hoog en was er geen doorkomen meer aan. Nadat de schipper het sein: 'Rae-puh!' gegeven had, begon men met het rapen van de zeekaken. Vervolgens werden de kaken dakpansgewijs in de kaaktonnen gelegd. Een zorgvuldig karweitje, waarvoor niet alle mannen geschikt waren. Maar ieder wist zijn plaats. Je had 'raepers' en 'leggers', zij die alleen raapten en zij die de geraapte kaken ook in de tonnen mochten leggen. Om de kaken goed te houden, werden de tonnen aangevuld met zeewater, tot de rand, waarna de deksel erop ging. Hiervan komt de uitdrukking: 'Z'n ààge 'n gewaekte kaek voele' ('Zich een geweekte kaak voelen') oftewel 'zich benauwd (warm) en nat van het zweet voelen (als natte kaken in een ton)'.
** Eenmaal aan land, maalden de bakkers de zeekaken tot meel om er vervolgens brood van te bakken. Maar dit ging niet zomaar. Om ze te kunnen malen moesten de kaken kurkdroog zijn. De natte kaken werden daarom eerst te drogen gelegd op de 'kaekvelde'. Deze waren gesitueerd rondom het wantveld, waar het want, de netten gedroogd werden. Dat de kaakvelden aan de buitenkant lagen, was bijzonder slim bedacht. Men kon er zo gemakkelijk bij als er bijvoorbeeld een bui in aantocht was. Men hoefde dan niet eerst door de netten te ploegen.