donderdag 14 januari 2021

De Christelijke Opleidingsschool, een échte school, waar kinderen heel gelukkig zijn!

Reactie op de ingezonden brief van Rindert Venema, zoals die vandaag in De Katwijksche Post verschijnt, maar dan uitgebreider.

Graag willen wij reageren op de ingezonden brief van Rindert Venema van 24 december jl., waarmee hij reageert op het artikel van Berend Oudshoorn in deze krant van 17 december.

Venema ziet het gebouw van de Christelijke Opleidingsschool aan de Parklaan het liefst vandaag nog afgebroken. Zijn hele betoog is daarop gericht. Hij vergelijkt de school met een huis uit 1955 dat nooit veranderd is, zoals ze staan in het Openluchtmuseum in Arnhem.

Sorry, meneer Venema, maar dit soort huizen zijn er nog steeds, ook buiten het Openluchtmuseum! En zolang we er nog van kunnen genieten, hoeven die huizen en gebouwen niet te worden afgebroken. Bij de Christelijke Opleidingsschool komt daar nog bij dat school en gymzaal mooi opgaan in de omliggende bebouwing. School en huizen, en ook de verderop gelegen voormalige Calvijnschool vormen één lange zichtlijn, een coherent geheel, oogstrelend, voor wie het nog niet doorhad.

Meneer Venema, uw betoog lijkt wel één grote trukendoos. Maar daar trappen wij niet in. Zo heeft u het over de speelplaats (wij noemen dat het schoolplein) die veel te klein zou zijn en niet meer zou voldoen aan de huidige eis van minimaal 600 vierkante meter. Maar weet u wel waarom dit plein zo klein is, meneer Venema? Door die lelijke nieuwbouw die ze ooit aan de school hebben toegevoegd en helemaal het plein op waaiert. Wij gaan ervan uit dat bij de restauratie van de school als gemeentelijk monument dit aanhangsel verwijderd wordt en het plein zijn oude allure weer terugkrijgt. Dan is het weer een groot plein, waarop de kinderen kunnen spelen! Of om met uw woorden te spreken: was er maar nooit verbouwd aan deze school uit 1953, dan hadden we voor het grote, oorspronkelijke plein zoals het ooit was niet helemaal naar het Openluchtmuseum gehoeven.

Het is een bekende truc: zeggen dat kinderen de dupe zullen zijn, waardoor mensen geneigd zijn uw kant te kiezen. Maar het is gewoon niet waar dat kinderen op deze school vol licht en ruimte niet zouden kunnen functioneren, en geen ruimte zouden hebben op het schoolplein. Wat een onzin, meneer Venema. De Christelijke Opleidingsschool is een prima schoolgebouw, waar al generaties lang prima onderwijs wordt gegeven en genoten. Veel andere schoolbesturen zouden jaloers zijn op zo'n schoolgebouw.

En wat zo leuk is: bij restauratie wordt de school nog mooier dan zij al is. Zo zullen de oorspronkelijke metalen kozijnen worden teruggeplaatst. Zij vormen een karakteristiek onderdeel van de naoorlogse architectuur. U als ontwikkeld mens moet dat toch begrijpen? Deze kozijnen zijn een stuk dunner dan de kunststof kozijnen die er later in gezet zijn en laten weer net zoveel licht binnen als er vroeger naar binnen kwam in deze o zo zonnige school. Wij horen u al roepen, dat dat ijzer roestte en dat de kozijnen daarom vervangen zijn. Maar wist u, dat is zo mooi aan deze moderne tijd van de vooruitgang (als je er met de juiste blik naar weet te kijken), dat de materialen die tegenwoordig gebruikt worden een stuk duurzamer zijn. Kijk maar naar de woningen die er nu weer gebouwd worden in de stijl van de jaren dertig, met metalen kozijnen.

Bij restauratie van de school worden al die lelijke niet-oorspronkelijke elementen gelukkig weer uitgewist. Wat dacht u van het weghalen van de verlaagde plafonds? Het maakt de klaslokalen nog lichter en ruimer dan ze al zijn. En nog functioneler. Maar wij horen u alweer roepen: de stookkosten! Ook daar zijn vast moderne oplossingen voor te bedenken.

Het mooie aan de Christelijke Opleidingsschool is dat veel van de oude, naoorlogse elementen nog aanwezig zijn in de school: het trappenhuis in de oorspronkelijke kleuren van 1953, de kenmerkende gevlamde terrazzoachtige vloeren (die je nergens anders ziet!), de binnenramen tussen de klaslokalen en de hal. Het is allemaal nog prachtig en in een prima staat.

En weet u waarom er elk jaar zoveel ouders voor hun kinderen opnieuw voor deze school kiezen? Omdat die ouders dezelfde ervaring als hun kinderen hadden en er het beste onderwijs genoten hebben dat er in de omgeving te vinden was. Wij kunnen dat zelf beamen. Het was een school waar je met veel plezier iedere dag naartoe ging, een échte school, een school waar het voor je gevoel altijd zomer was, en waar we veel geleerd hebben, want wat een functioneel gebouw was dat! Nog net als nu!

Leendert de Vink

Adri van Beelen

oud-leerlingen van de

Christelijke Opleidingsschool


Wij roepen iedereen op de petitie voor het behoud van de Christelijke Opleidingsschool te tekenen op petities.nl.

donderdag 31 december 2020

Dat had ik eerder moeten lezen

Klik op de plaatjes voor een vergroting.

Een jaartje eerder, om precies te zijn. Dan had ik op oudejaarsdag beter opgelet. Maar dat ik er nou een jaar later toevallig over lees, over hoe je je voeten moet neerzetten als je niet over een vlakke straat loopt, da's wel heel sterk.

En dat zo'n boek dan misschien al jaren heeft liggen wachten bij De Slegte.

donderdag 24 december 2020

In Edimbàrà schijnt altijd de zon!

18 juli 2006 – zo'n foto maakte je toen nog niet met je telefoon. Je weet nog waar het was,
daar ergens aan de Candlemaker Row, met uitzicht op de blinde muren van Greyfriars Kirkyard,
en heel vaag weet je ook nog wie de foto maakte, heel vaag. Je ziet z'n schaduw!

En weet je dat het helemaal niet koud was in Edinburgh, die laatste dagen van december. Veertien, vijftien graden. Er woei een zuidelijke wind. Uit Spanje. Het zonnetje scheen. Al maanden. Warm en droog. Terwijl we in Nederland verzopen. En nog hadden de dijken niet genoeg, water. Water, zodat ze niet barstten. De dijken. De dijken in Nederland, die altijd water nodig hebben, water. Edinburgh, december, het leek die zomer van 2010 wel, toen we de West Highland Way liepen, met nog een paar dagen Edinburgh, warm. Warm, wat zeg ik, met de Military Tattoo en 'I Vow to Thee, My Country' aan het slot en ook nog het 'God Save the Queen'. Helemaal ondergedompeld in de tradities! Genieten! Maar nog eerder, met het Fife Coastal Path dat we gelopen hadden, met ook een paar dagen Edinburgh erachteraan, in 2006, al veertien jaar geleden inmiddels, was het ook al zo warm. En wat waren we jong...

donderdag 17 december 2020

vrijdag 11 december 2020

De man en het bankje

Hier zie ik 's ochtends altijd een man van z'n fiets af stappen en een shagje draaien. Om halfacht. Hij kijkt naar de dieren in de wei. Het is naast de bushalte. Nu hebben ze er een bankje neergezet. Met de rug naar de weg en de bussen die voorbijgaan.

Iemand van de gemeente, een ambtenaar van de buitendienst, moet dat ook gezien hebben, dat die man daar iedere ochtend naast z'n fiets staat en naar de dieren in de wei kijkt terwijl hij een shagje staat te draaien. Aan de rand van het gras. Nu staat er een bankje.

woensdag 18 november 2020

Wandelen in je hoofd (2) – de Coast to Coast Walk

De Coast to Coast Walk is een langeafstandswandelpad dat dwars door Engeland loopt, van St. Bees Head aan de Ierse Zee naar Robin Hood's Bay aan de Noordzee. Alfred Wainwright (17 januari 1907 - 20 januari 1991) schreef er ooit, in 1972 een praktisch reisgidsje over. De tocht voert door drie natuurgebieden, drie nationale parken: het Lake District, de Yorkshire Dales en de North York Moors. Je kan dat in twee weken lopen, maar het advies van Wainwright is er een paar dagen langer over te doen, zodat je af en toe ook even stil kan staan om van het uitzicht te genieten. (Want wandelen en kijken tegelijk, dat gaat niet. In Memoirs of a Fellwanderer zegt de schrijver: 'Watch where you're putting your feet. Do this and you will not have an accident.') De Coast to Coast Walk staat hoog op mijn lijstje van langeafstandspaden die ik nog wil doen.

Het bijzondere aan het reisgidsje is dat het helemaal handgeschreven is, voorzien van pentekeningen, en dat het ook zo is uitgegeven. Er komt geen drukletter in voor, zelfs niet in het colofon. Het reisgidsje heb ik nog niet zo lang. Het fotoboek dat er later door Derry Brabbs bij is gemaakt, heb ik al wel een tijdje. Ik ben er onlangs weer in begonnen te lezen. Met de foto's erbij beleef je de tocht dan alvast in je hoofd. Dat is een waar genoegen. Dat ik het originele reisgidsje erbij heb aangeschaft, is omdat ik ook die tekeningetjes en al dat handgeschrevene wel eens wilde zien. Ook dat is een groot genoegen.

A Coast to Coast Walk is er een uit een lange reeks. Wainwright begon die reeks met het Lake District. Hij deelde het gebied in in zeven delen, waarvan evenzovele reisgidsjes verschenen, tegenwoordig verkrijgbaar in een mooie box. (Ik schrijf steeds reisgidsje(s) omdat ze van een handig zakformaat zijn.) Alleen dat Lake District kostte de schrijver-tekenaar al dertien jaar van zijn leven. Hij begon op 9 november 1952. Niet meteen met de bedoeling het ook uit te geven. Dat idee moest nog rijpen. En ging met vallen en opstaan. Zoals toen hij na 100 bladzijden geschreven hebben (hij was inmiddels acht maanden verder!) omdat de bladspiegel hem niet beviel – het was toch mooier als de regels uitgevuld waren* – weer helemaal opnieuw begon, met schrijven en tekenen. Alles met een pennetje met Oost-Indische inkt. Een bladzijde per dag, per avond eigenlijk (als hij terug was van zijn werk als boekhouder bij de gemeente of een tocht door de natuur). In totaal schreef Wainwright 59 boeken, waarvan 40 reisgidsen. Over een werkzaam leven gesproken.



Alfred Wainwright – 'AW' voor de Britten – is een instituut. Er is een prachtige documentaire over hem gemaakt door de BBC, een absolute aanrader, te zien op YouTube.

De film eindigt bij een meertje boven op Haystacks (1958 ft). Het is Wainwrights meest favoriete plek in de Lakelands, met uitzicht over Lake Buttermere. In A Pictorial Guide to the Lakeland Fells. Volume 7 The Western Fells schrijft hij: 'for beauty, variety and interesting detail, for sheer fascination and unique individuality, the summit area of Haystacks is supreme. This is in fact the best fell top of all – a place of great charm and fairyland attractiveness.' Overeenkomstig zijn laatste wens werd hier na zijn overlijden in 1991 zijn as uitgestrooid. In het slothoofdstuk van Memoirs of a Fellwanderer merkt hij daarover op: 'This book is not a personal lament for the end of fellwalking and the end of active life, but a thanksgiving for the countless blessings that have been mine in the last eighty years. All I ask for, at the end, is a last long resting place by the side of Innominate Tarn, on Haystacks, where the water gently laps the gravelly shore and the heather blooms and Pillar and Gable keep unfailing watch. A quiet place, a lonely place, I shall go to it, for the last time, and be carried: someone who knew me in life will take me and empty me out of a little box and leave me there alone. And if you, dear reader, should get a bit of grit in your boot as you are crossing Haystacks in the years to come, please treat it with respect. It might be me.'

* Waarbij hij geen woord afbrak. Hoe kun je al schrijvend zo vooruitkijken?!

vrijdag 13 november 2020

In de grotemensenstoel

Opa was naar de kapper geweest. Toen hij thuiskwam was zijn kleinzoon op visite. Zijn moeder klaagde dat hij vreselijk lang haar had en dat hij ook nodig naar de kapper moest. Maar bij de kinderkapper kon hij pas op 5 december terecht. Zou opa even bellen voor een afspraak bij zijn kapper? Ja, dat was goed, met opa wilde hij wel naar de nieuwe kapper. Opa gaat meteen bellen. 'Je kan om twee uur terecht.'

We komen aan bij de kapper. De kapper schuift de kinderstoel naar voren en wijst... 'Of wil je in de grote stoel?' Een resolute knik met het hoofd. Bij de kinderkapper moet ik altijd al in de kinderstoel. Nu wil ik in de grotemensenstoel. Net als opa. Die kan het hele tafereel mooi volgen via de spiegel.

zondag 8 november 2020

De boomhut

De boomhut, met een vogelhuisje.

Mijn kleinzoon vraagt maar steeds: 'Opa, ga jij een boomhut met mij maken?' Ik zou dat heel graag doen, jongen, maar dan moeten we wel een boom hebben. In de tuin hebben we geen bomen die een hut zouden kunnen dragen, en buiten de tuin zou ik in de omgeving van waar wij wonen niet zomaar een boom weten die we daarvoor mogen gebruiken, met het gevaar dat wanneer zo'n openbare boomhut dan klaar is, een ander hem inpikt. Al het werk voor niets.

Maar het snijdt door je ziel, dat 'Opa, zullen we een boomhut maken?'

Het snijdt door je ziel, als je denkt aan de tijd waarin je zelf die leeftijd had en er overal ruimte was om hutten te bouwen, iedere dag opnieuw, zoveel je maar wilde, van sloophout, en je gewoon kon fikkie stoken op strand. Een tijd voorgoed voorbij. 

Op een ochtend waren we in de Amsterdamse Waterleidingduinen. Het ligt er vol met takken, kreupelhout. En bij de Action, weer een heel andere omgeving, kun je ijsstokjes krijgen waaraan geen ijsjes zitten, heel veel in een pakje. Als je de ronde uiteinden eraf knipt, worden het net planken. Ze zijn niet zwaar. Opa gaat voor jou een boomhut maken, Ronin, voorlopig maar in miniatuur. En als-ie af is, laat je je eigen fantasie er maar op los. Want die heb je. En dat is het mooiste wat er is. En mochten we ooit nog eens in de gelukkige omstandigheid komen een echte boomhut te maken, dan hebben we hier alvast een voorbeeld.

Aan het begin van de avond van de dag dat we 's ochtends naar de Amsterdamse Waterleidingduinen geweest waren om een stronk, was-ie af, de boomhut.

Het hek kan open...
...en weer dicht.

vrijdag 30 oktober 2020

Wilma 60 jaar

Vandaag is mijn lieve Wilma 60 jaar geworden. Toch denk ik dat ze nog altijd 20 is, maar dat dan al voor de derde keer! Jong van geest en jong van hart! Zoals ze altijd al was en is en altijd wel zal blijven. Dus op naar de vierde keer dat ze 20 wordt!

zaterdag 17 oktober 2020

Associaties


Gisteren had ik een boek in handen van Patrice Gueniffey getiteld Napoleon & De Gaulle. Heroes and history. De hoofddeksels intrigeerden me. Ze hebben iets feestelijks. Waarbij ik me bij de onderste pet, met de eikenbladeren, altijd weer afvraag of dat nou lekker zit, zo'n kepie.

Later zag ik op de omslag van een ander boek een bibliotheek, met hoge boekenkasten en planken die liepen van A tot O. Dat is 15 planken. Dan heb je wel een ladder nodig. Van A tot O, wat mooi, als je erover doorfilosofeerde, de Alfa en de Omega, de eerste en laatste letter van het (Ionische) Griekse alfabet, het begin en het einde. Een bibliotheek kende zijn klassiekers. Als dat geen opzet was.


Ik keek aan de binnenkant van het boek. De foto was in de Long Room van Trinity College in Dublin gemaakt. Je mag er niet fotograferen, weet ik van een bezoek uit 2009. Maar plaatjes van deze oude en eerbiedwaardige ruimte zijn er natuurlijk volop te vinden. Ik weet me nog herinneren dat het gebouw naar buiten toe wegzakt (uitzakt) door het grote gewicht aan boeken – het is op zachte grond gebouwd –, waardoor het middenpad, met de borstbeelden, als het ware omhoogkomt. Alleen daar mag je lopen, over die 'bult'. Een soort wervelkolom. De ribben, waar de boeken staan, zijn verboden gebied.


Ieder jaar komen er een half miljoen bezoekers, die enorm veel stof produceren. Over welk effect dat op de collectie heeft en het opruimen ervan, met kleine stofzuigertjes, gaat dit filmpje.


Op het middenpad worden tentoonstellingen gehouden. Toen wij er waren, was er eentje over Napoleon. Daaraan herinnert dit borstbeeld. Ik weet nog hoe vreemd ik het vond dat ik dat in Dublin aanschafte en niet in Parijs, maar dat het wel kon.

Hoogte: 75 mm.

zaterdag 10 oktober 2020

La Madeleine, kerk van de bloemen

Uitzicht vanaf de trappen van de Madeleine op de Rue Royale en de obelisk
op de Place de la Concorde met over de Seine het Palais Bourbon (9 oktober 2004).

Een fleurige kerk, la Madeleine. Bloemen opzij én van voren. In 2004 was ik er met Wil en Jacoline toen de trappen versierd waren. Eén bloemenzee. De kerk van Maria Magdalena staat eigenlijk altijd in de bloemen.

Het interieur, met de laaghangende kroonluchters met bollampen.

Het altaar met Maria Magdalena omhooggetild door de engelen.

maandag 28 september 2020

'Bloemenstallen op de Place de la Madeleine' door Niek van der Plas, nu te zien in Breukelen

Niek van der Plas, Bloemenstallen op de Place de la Madeleine in Parijs, 2019.
Olieverf op paneel, 60 x 64 cm.

La Madeleine. Als een stoere jongedame staat ze daar rechts, deze bekende Parijse kerk met de onmiskenbare Korinthische zuilen. Ze staat in een lange lijn, symmetrisch en recht tegenover het parlement, de Assemblée Nationale, die zetelt in het Palais Bourbon, dat van dezelfde zuilen is voorzien. Twee tempels. Met daartussenin de obelisk, op de Place de la Concorde.

Veel mensen op straat, twee dames die het beeld in lopen, een stel daarachter, een klant bij de bloemenkraam, in blauw de handelaren. Ruiken we rozen, lelies? Wat verder weg, voor de ramen van de grands magasins, het winkelend publiek. Mijn oog wordt getrokken naar de straat in het midden, de Rue Tronchet, die vanaf de Place de la Madeleine het beeld uit loopt, waar grote zonneschermen in rood en groen afhangen over de trottoirs. Samen met de blauw- en grijstinten, paars vermengd met heel veel wit, het blije groen van de bomen – het is zomer! – en de open lichtblauwe lucht vormen zij de entourage voor een meer dan fleurige voorgrond, vol bloemen. De lage zon op het einde van de middag zet ze in volle gloed. 

Parijs, een lichte, kleurige impressie, zoals alleen Niek van der Plas die kan weergeven. Met ook weer die typische reclamezuil – een Colonne Morris, zoals we in de vorige bespreking geleerd hebben – waarvan nog net het bovenste groen te zien is, maar verder sfeervol beplakt met de mooiste affiches.

Het schilderij Bloemenstallen op de Place de la Madeleine maakt deel uit van de tentoonstelling 'Stad, Land en Strand' van Niek van der Plas die van 1 oktober tot en met 18 december te zien is in de Pauluskerk in Breukelen. De Pauluskerk bevindt zich aan de Straatweg 37 en is geopend op donderdag, vrijdag en zaterdag van 10.00 tot 16.00 uur.

zondag 27 september 2020

Het pimpelmeesje en de roodborst


We zaten buiten. Het kon nog wel, een dun zonnetje dat door de wolken scheen. Daar kwam een pimpelmeesje aangevlogen. Hoeveel gram zal zo'n beestje wegen? Hup, in de ene boom, naar de volgende. We hadden pinda's opgehangen, in een eikel van gaas. Het vogeltje was nu vlakbij. De roodborst hield zich stil, gelukkig.