zondag 24 maart 2019

Rondje bibliotheek - Hoogvliet


'Maar die pillen, die had je van dokter Römer dan?'
'Ja, altijd al, dat zijn bloeddrukpillen.'
'O ja.'
'En ik denk, wie weet wat-ie in het ziekenhuis krijgt met die benen, van die rotzooi allemaal daarin, en dan ga je denken en dan slaap je niet meer.'
'Nee, precies.'

Mijn moeder heeft net een artikel gelezen over bloeddrukverlagende medicijnen waarin kankerverwekkende stoffen zouden zitten. Mijn vader krijgt pillen voor zijn benen die niet meer willen. We zijn onderweg naar de bibliotheek.


'Nou, goed dat je het las dan, in de krant.'
'Ja, gewoon zo'n stukje onderin. Dat heb ik eruit geknipt.'
'Dat stukje, ja.'
'Ja, maar er staan mooie stukjes in de krant, hoor.'
'O, kijk uit, een kuil. Voorzichtig!'
'Hé, er staan een mooie stukjes in de krant. Over allemaal dat soort dingen allemaal. Die kinderen die de ziekte van Bobbe kunnen hebben.'
'De ziekte van...'
'Bobbe.'
'Bobber?'
'Bob-ber! Twee b's!
'Wat is dat dan?'
'Dat is, die moeten elke dag, ja, het klinkt raar hoor, voor zeu-ven-hon-derd euro medicijnen hebben.'
'Ja, dat heb ik gehoord. En die medicijnen willen ze afschaffen, hè?'
'Ja, dus dan zie je.'
'Absurd.'
'Dus dat staat allemaal in de krant, Leen. Dat is voor mij kost.'
'Ja.'
'Ik zet een bakje en ik gaat de krant lezen.'
'Ja.'
'In de krant staat heel veel tegenwoordig. Heel veel. Waarom ze in de gevangenis zitten en waarom niet en dit en dat.'
'Ja.'
'Het is een heel boek wat ik uitlees.'
'Ja, geweldig! Je hebt er eigenlijk een boek bij per dag, met die krant.'
'Ja.'
'En dan heb je ook je bibliotheekboeken nog.'
'Ja.'
'Kijk uit, want daar ligt al die stront weer.'
'Ja, maar 's ochtends, met het uit bed komen, is niet leuk hoor tegenwoordig. Want eer ik eens gaat zitten met een bakje thee. En eer ik dan de krant eris heb. Want om zeven uur word je er al uit gehaald, uit bed. Maar om negen uur gaan pas m'n ogen open.'
'Ja. Maar het is wel lekker weer nou.'
'Ja, kijk. Ik heb elke dag lekker eten. En hij haalt alle boodschappen nog. Maar ik denk wel, hoelang zal dat duren? Niet lang meer.'
'Nee.'
'Want hij kan echt niet meer lopen.'
'Nee, dat is zielig.'
'En dan is-ie ook nog doof.'
'Ja.'
'Want hij was al heel gauw doof. Ik heb eens een keer mee geweest op zo'n schip dat uit twee helften was, weet je wel, dat het splijt.'
'Ja, zo'n splijtbak.'
'Ja. En daar was het een herrie! Ik zeg, nou weet ik waarom je doof wordt.'

Mijn vader heeft vroeger bij de firma Adriaan Volker op een zogenaamde splijtbak gevaren. Dat was een schip, een 'zandbak', van 80 meter lang en 12 meter breed waarmee zand vervoerd werd, van de ene plek naar de andere, gebruikt bij de aanleg van de Maasvlakte en de Flevopolders. Hoe werkte zo'n splijtbak? Een zandzuiger spoot de bak vol met zand van de zeebodem. Dat zand was vermengd met water, anders kon het niet door de buizen. Als de bak vol was, werd hij naar een plek gevaren waar het zand gelost werd. Een plek in het water. Het mooie van zo'n splijtbak was dat hij niet weer leeggezogen hoefde te worden door een zandzuiger (waarbij het zand in omgekeerde richting het land werd op gespoten), maar dat hij met één druk op de knop in tweeën kon splijten. De bak, die over de volle lengte scharnierde, klapte dan open en het zand viel er aan de onderkant uit. Dit gebeurde door het eigen gewicht van het zand. Als het zand eruit was, kwam de splijtbak in één keer omhoog. Gevuld met zand lagen de gangboorden bijna onder water, leeg lag het schip opeens twee meter boven water. De twee helften (de zijkanten) kwamen door het splijten voor even schuin te staan, maar klapten vervolgens ook weer dicht. Ook dat ging vanzelf, maar nu door het eigen gewicht van de zijkanten. Wat een uitvinding! Bij het splijten van het schip bleven het stuurhuis met de woonvertrekken achterop horizontaal, doordat ze op rails stonden.

'Ja, die machinekamers, maakt ook herrie.'
'Kijk, daar heb je Janie. Hai, Jaan.'
'Hallo. Aan de wandel?'
'Leuk jekje heb je aan.'
'Ja.'
'Heb je weer een boekje gehaald?'
'Ja.'
'Hij brengt voor mij boeken mee, maar dan zijn ze zo dik, dat is veel te zwaar in mijn armen.'
'Veel te zwaar. Ja.'
'Gaat het voor de rest goed?'
'En met jou?'
'Ook goed.'
'Ook wel goed? Nou ja, minder lopen natuurlijk. We worden steeds ouder.'
'Jij bent toch ouder als ik?'
'Jij ben toch tweeëntachtig?'
'Ik word zevenentachtig.'
'Ja, ik ook, in december. Jij?'
'Ik in augustus.'
'O, nog effe eerder als ik. Ja, ja.'
'Ja, nou, we zullen wel zien. Waar het schip landt.'
'Elke dag is er een. Vind je niet?'
'Ja.'
'Nou, het is lekker weer nou, hè?'
'Ja, ik voel me nog wel, niet ziek of zo. Maar ik heb zere armen. Die spieren.'
'Ja, nou, maar dat heb ik ook, maar ik geef die kar de schuld, hoor. Ja, het is dit.'

Janie wijst naar de handvatten van haar rollater. En mijn moeder ook.

'Ik wil een keer nasi koken, en hij weet wat ik hebben moet.'
'Almaar bezig blijven, Nel. Almaar bezig blijven.'

Janie zegt gedag en loopt weer verder.

'Zij wordt ook zevenentachtig.'
'Ja, in december.'
'Hele christelijke mensen. Hele christelijke mensen.'
'Ja, dat zie je wel aan haar.'
'Niet dat je zegt, ze lopen te pronken, en nou gaan we naar de kerk. Nee, kerktelefoontje aan.'
'Nou, dan gaan we met de lift. Kijk, hij staat al klaar. Ga er maar in. Rustig aan.'
'Kijk, deze deur, die krijg ik niet meer open. Die is te zwaar.'

We zijn in de bibliotheek en gaan met de lift naar beneden, naar de boeken voor volwassenen.

'We zijn er.'
'Ik zou wel een zomerjurk aan willen met dit weer, maar dan moet ik naar boven.'
'Nou, dan pakken wij die zomerjurk toch voor je. Zo, zullen we eerst de boeken inleveren?'
'Moet je mijn bibliotheekkaart hebben?'
'Nee, die hebben we straks nodig, niet voor het inleveren.'
'O ja.'
'We gaan nu boeken uitzoeken, toch? Misschien is die ene er wel, van die Buwalda, weet je wel, die schrijver?'
'Maar die moeten dan met veertien dagen weer weg. Die heb ik pas thuis gehad.'

Nieuwe, pas uitgekomen boeken, mag je maar twee weken lenen.

'Nee, dat kan niet. Buwalda heb je toch nog niet gehad?'
'Een mooie bibliotheek, hoor.'
'Kijk, Danielle Steel. Moet je die hebben? Dat leest wel lekker.'
'Nou, voor mij is het een beetje te eenvoudig.'
'Hotel Sacher, is dat wat?'
'O, dat lijkt me wel leuk, een hotel. Dan lees je van alles en nog wat.'
'Nou, Buwalda, die ligt er niet hoor. Die hebben ze allemaal mee natuurlijk. Kijk, Straf, van Ferdinand von Schirach. Dat is wel een mooi boek. Meenemen?'
'Nou, dan heb ik wel genoeg.'
'Kijk, Vlammen boven de rivier.'
'Nou, nee.'
'Nee, dat is een raar boek.'
'Dansen in het donker. Dat is een beetje psychologisch.'
'O. Neem maar mee.'
'Klaar zijn we dan alweer.'

We laten de geleende boeken registreren en gaan weer naar de uitgang.

'Kijk, hij staat er nog, de lift.'

We gaan de lift in.

'Even kijken hoor... "Uitgang Schelpendam".'

Ik druk op de knop. De lift gaat omhoog.

'Kom, we kunnen er weer uit.'

We zijn weer buiten.

'Het is wel goed weer, hoor.'
'Ja. Dan gaan we nu naar de Hoogvliet.'
'Ja.'
'Nou, ben je nog wezen stemmen van de week?'
'Jij dan?'
'Ja.'
'Ja, nou, wij zijn al zo oud.'
'Ja, je hoeft niet meer te stemmen.'
'Dan moet je uit je huis, dan moet je met een belbus, weet ik het.'
'Ja, een toestand.'
'Ik heb nog, toen ik bij dokter Broek was, ik zeg, ik zou zo graag willen douchen.'
'Ze zegt, nee, zegt ze, het is jammer, maar jullie hadden allang een andere douche kunnen laten maken. En dan had je lekker elke dag gekund.'
'Ja.'
'Ja, maar ik ben nou toch al moeier dan toen ik zesentachtig werd.'
'Hm.'
'Maar dat komt omdat de dokter, dokter Römer, die heeft een halve pil gegeven. Hij hielp me met een grote pil, van zeg maar, zet 'm op, maar dat bongsde almaar in mijn oren, en toen vroeg hij zelf, ik had nog niets gezegd, van nou, zal ik je maar een halfje geven?'
'O ja.'
'Die dokters, die kunnen rommelen met pillen. Half, of volop!'
'Ja, het is ongelofelijk.'
'Ja, als het zaakje maar blijft draaien, weet je wel? Dus daarom moest ik ook door de echo. Ik denk dat ik in geen tien jaar geweest ben.'
'Maar ben je dan moeier, als je een halve pil hebt?'
'Hijgerig. Ja. Hijgerig.'
'Maar het is misschien wel beter?'
'Ja.'
'Dan gaan we hier eraf. Dan gaan we hier de stoep af. Kom.'
'Ik heb toch deze week van die ontzettend jeukende wenkbrauwen gehad. Van die zalf die ik van de dokter heb gehad. Die moet heel lang intrekken. Dan gaat het net boven mijn wenkbrauwen de hele dag jeuken, Leen. Nou heb ik weer zalf gehad. Nou, ik mag de dag prijzen dat het daar niet jeukt. Je blijft het kapotkrabbelen. Dus dat kunnen ouwe mensen allemaal krijgen. De een dit en de ander dat. Zo zal iedereen wel wat hebben. En je vader, die zit met die benen, ja, die worden niet meer warm, die heeft allemaal verstoppingen in die benen. Dat duurt echt niet zo lang. Zijn voeten, een deken eromheen, de kachel hoog aanzetten. Vandaag of morgen kan hij echt niet meer lopen, hoor.'
'Ja.'
'Want ik weet nog van iemand van onze zang, dat waren gewoon lucifertjes, die benen. Kaarsrecht. Heel dun. Dan kan je niet meer lopen.'

Mijn moeder zong vroeger op het Christelijke Oratorium Koor Hallelujah.

'Oe, kijk uit!'
'Ja, zag je dat, hè?'
'Ja, dat is een bobbel waar je overheen gaat.'
'Je moet zó uitkijken.'
'Ik zag hem komen.'
'Ja.'
'Ja, maar je ging over een bobbel.'
'Ja.'
'Zonnig pleintje.'
'Hè? Hier heb ik al wat gelopen om boodschappen. De winkels waren allemaal dicht bij ons. Maar als je niet kan lopen...'
'Dan heb je er niet zoveel aan.'
'Alle winkels. Je zou gewoon een robot in huis moeten nemen en zeggen van 'Joh, je moet even om dit of om dat'.

We gaan supermarkt Hoogvliet binnen. Mijn moeder wil de volgende dag nasi maken.

'Weet je het allemaal nog wat je moet halen?'
'Ja. Je hebt het briefje toch bij je?'
'Ja, dat heb ik bij me. Hier, kijk.'
'Nou, ik weet het wel uit m'n hoofd.'
'O.'
'Nou, dan gaan we even kijken, hoor. Heb je nog gewone uien, om te snijden?'
'Ja.'
'O, maar die heb je eigenlijk niet nodig. Heb je nog knoflook? Je hebt geen ui nodig, dat zit allemaal in dat nasipakket.'
'Die snij jij toch in hele fijne flintertjes, die ui?'
'Nee, je hoeft geen ui, dat zit in dat pak. Knoflook snij je fijn.'
'O, zit dat in dat pak?'
'Ja, anders wordt het zo uiig.'
'O, dat zit er al doorheen?'
'Nou, wat voor vlees wil je, wil je kip of wil je hamlappen?'
'Nou, wat zou jij doen?'
'Hamlappen is misschien veiliger, hè?'
'O, dat is goed.'
'En een beetje bacon voor de smaak, een paar plakjes.'
'Is dat dan genoeg voor de hele pan?'
'Ja, het is alleen voor een beetje smaak.'
'Ja, juist.'
'Ik haal even de bacon. Blijf je even staan?'
'Ja.'

Een minuut later ben ik terug.

'Kijk ma, hier heb je maar een paar plakjes van nodig, voor de smaak.'
'Jaja. En dat gaat met de knoflook samen.'
'Nou, en dan een nasipakket hè, kijk die liggen hier. Dan zoek ik altijd een beetje een mooie uit. Kijk. Die peper, die gooi je eruit, dat wordt te heet. O, er zit geen peper in. O, er zit ook geen taugé in.'
'O.'
'Wil je wel of geen taugé? Je kan het er ook los bij doen. Wil het er los bij?'
'Ik vond het wel erg lekker.'
'Dan doen we het los. Kijk.'
'Heb je nou knoflook dan?'
'O, dat ligt daar.'
'Hoeveel pitten doe jij erin?'
'Nou, een teentje of drie wel, hoor.'
'Deze doen, of wil je biologische?'
'Nou, doe maar die twee hoor, Leen.'

Er zitten twee knoflookbollen in een netje.

'Wat heb je dan nog meer nodig? We hebben de basis binnen. Heb je nog rijst?'
'Nee, dat heb ik niet.'
'Dan gaan we naar dit pad. Heb je nog gebakken uitjes?'
'Nee.'
'En kroepoek?'
'Dat heb ik nog.'
'En pindasaus?'
'Heb ik ook nog.'
'O, rijst. Kijk, welke rijst wil je?'
'Die jij hebt, die Bas...'
'Basmati. Wil je die?'
'Niet van die kleine rijstjes?'
'Deze is lekker. Die had ik ook.'
'En hoeveel gebruik je daarvan?'
'Een kopje, niet meer dan een kopje.'
'O ja.'
'Augurken, heb je die al?'
'O nee, die kan je mee terug nemen, die eten wij niet.'
'Een ander zuur ook niet?'
'Nee.'
'Nou, dan gaan we naar de kassa.'
'O, weet je wat je ook nog kan doen, een stukje gember. Blijf je even staan? Dan ga ik het halen.'

Na een minuut ben ik terug.

'Kijk, ma.'
'Daar heb ik nog nooit mee gewerkt. Nog nooit. Hoe doe je dat?'
'Nou, dan doe een duimpje, zo'n stukje, die schil je een beetje en die snij je net als de knoflook helemaal fijn. Met de knoflook mee.'
'O ja.'
'Wil je een keer door de zelfscan heen?'
'Nee, dat heb ik nooit gedaan.'
'Dan kan je dat een keer ervaren. Is ook wel eens leuk.'
'Doe jij dat ook altijd dan?'
'Ja, meestal wel. Kijk, dan scan je hier de streepjescode en dan leg je het op de band. Kijk, daar gaat-ie. Weg is je product.'
'Goeiendag, zonder dag te zeggen. Kijk, zonder dag te zeggen.'

dinsdag 12 maart 2019

Gevilte vachten

Cotswold

Ze heeft hem speciaal voor ons uit Engeland laten komen, een echte Cotswold. Want die vonden wij zo mooi bij Wil en Arris op de bank, met al die krullen. De Lincoln die ze al die tijdje voor ons bewaard had als mogelijk alternatief, is inderdaad een wat dun vachtje. We zien ze nu naast elkaar. De Cotswold is veel voller en glanzender. Zo aardig van Paulette om die vacht nog even helemaal voor ons te prepareren.

Bluefaced Leicester

Al die wol, zo'n hele vacht moet, ook als hij vervoerd wordt, bij elkaar blijven als een dikke lap, want er zit geen huid, geen schapenvel aan. Het is alleen de afgeschoren vacht, het schaap hoeft er niet voor dood. Dat is een mooie gedachte. Als de vacht hier aankomt, wordt hij door Paulette van De groene aarde gevilt (met een t). Dat betekent dat er wol van een bergschaap tegen de achterkant aan 'geplakt' wordt. Die wol is daarvoor goed geschikt. Ze wordt met water en groene zeep zo lang gewreven tot er tegen de achterkant van de vacht een vilten lap ontstaat. Een wollen deken eigenlijk. Die soepel valt en niet uitdroogt zoals een schapenvel dat doet.

Walliser Schwarznase

Met de Cotswold heeft Paulette ook nog Bluefaced Leicester geïmporteerd en gevilt. Die nemen we gelijk ook maar mee. Net dreadlocks, die vacht. Prachtig. Leggen we bij het bed. Wil neemt ook nog een vacht mee, van een Walliser Schwarznase. Het lijkt wel beatlehaar, of is het een punkkapsel? We moeten ze maar gaan verzamelen. In het heerlijke lichte huis van Paulette hangen de vachten zelfs aan de muur. Dus als banken, fauteuils, bedden en vloer ermee bezaaid zijn, heb je altijd nog de verticale ruimte tot je beschikking. Tussen de vachten hangen ook nog prachtige vilten kunstwerken, van alleen maar het pure vilt. Heerlijke plek om even rond te hebben mogen kijken.


En wat een mooie gedachte (ja, nog een) als we weer thuis zijn in die drukke Randstad, om nog voor we de Cotswolds bezocht hebben daar al een echt en supermooi souvenir vandaan te hebben, via Friesland tot ons gekomen. Als dat geen dubbeldikke voorpret is.

zondag 10 maart 2019

Het Canal Grande in 1896


Het eigenlijke filmpje dat ik zocht was van het Canal Grande in Venetië. Het is het eerste filmpje dat er van het kanaal gemaakt is. Door Alexander Promio dus. Want door naar dit filmpje te zoeken kwam ik bij de wasvrouwen terecht, die aan het wassen waren met Sunlight-zeep. Lang leve de associatie! Het filmpje van het vier kilometer lange kanaal duurt maar kort. We zien een gondel, en dan gelijk daarna bij de vijfde seconde een vaporetto langsschuiven, nog wat gondels, met huiven – felzen –, waaronder courtisanes hun diensten aanbieden, en twee mannen bij de poort van een paleis – staan ze op vracht te wachten? Promio filmde de 77 seconden in 1896 uit een varende gondel.* In 1881 werd de stoombootdienst in gebruik genomen en voeren de eerste vaporetti. Er waren vijf haltes, nu zijn het er dertig.**

* Eric Min & Gerrit Valckenaers, De klank van de stad. Een cultuurgeschiedenis van Venetië. Kalmthout, 2019, p. 22.
* Ibidem, pp. 41-42.

donderdag 28 februari 2019

Wassen met Sunlight


Van Sunlight-zeep kun je misschien wel zeggen dat het al zo oud is als de wereld, of in ieder geval zo oud als de mensheid zich wast of de was doet. Door een ander filmpje dat ik aan het zoeken was, kwam ik bij dit filmpje terecht van vrouwen die daarmee bezig zijn, met de was doen. Ik denk dat het achter een hotel of ander voornaam gebouw is dat ze aan het werk zijn. Op de grond staan twee zeepkisten. Wat een gemak had je daarvan. Je kon er een wastobbe op zetten of op staan als je nog niet groot genoeg was om erbij te kunnen. De kinderen willen meehelpen in het filmpje. Dat moeten ze ook een beetje, om de scène leuker te maken. We zien dat als er ongeveer halverwege een man in beeld duikt om een bakje, een soort miniwastobbe, bij het rechter kind in handen te drukken, dat het vervolgens aan de vrouw op de zeepkist geeft die er zeepsop in doet dat het later weer ophaalt – om de poppenkleertjes te wassen? Dat het helpen niet altijd goed gaat, zien we als het linker kind zeep in de ogen krijgt. De kinderen zien er overigens wel deftiger uit dan de wasvrouwen. Zouden ze van de baas zijn? Het is mooi om te zien hoe iedereen samenwerkt, niet gehinderd door mobiele telefoons, en wat een goed geoliede machine dat hele wasgebeuren was. Het filmpje is in 1896 gemaakt door Alexander Promio, die werkte voor de gebroeders Auguste en Louis Lumière. Het andere filmpje komt nog.

zondag 24 februari 2019

De sokken in het broodtrommeltje


Vandaag heb ik besloten de sokken die m'n oma nog heeft gebreid in het broodtrommeltje van m'n opa te doen. Zo heb ik ze mooi bij elkaar, een warme herinnering.


Onder in het trommeltje liggen onzichtbaar twee stukken Sunlight-zeep, tegen mot en ander ongerief. In de normale museale opstelling is het trommeltje dicht. Maar doe je het straks open, dan zal het zeker niet naar zweetvoeten ruiken.

zondag 17 februari 2019

De ronde van Katwijk


'Dan slaan we Hoogvliet maar over, dat komt van de week wel.'
'Zullen we dan gewoon de hoofdingang van de bieb een keer nemen? Dan gaan we over de Schelpendam omhoog en lopen we lekker aan de zonkant van de Varkevisserstraat weer terug de Duinstraat door.'
'Ja, maar die liftdeur, die gaat zo zwaar.'
'Ik ben er nou toch. Kijk je uit met je rollator, voor de poep. Hier ligt altijd zoveel poep, dit stuk.'

We gaan de bibliotheek binnen, de lift in. Die deur moet een keer vervangen worden inderdaad. Die is niet rolstoel- en rollatorvriendelijk. We zijn beneden. M'n moeder gaat lekker op haar rollator zitten tussen de boekenkasten.

'Kijk, is dit wat? Zal ik eens kijken of ze nog meer van Anne Eekhout hebben?'
'Ja, dat was zo mooi, van die jongen en z'n zusje wat net geboren was.'
'En dat dan bijna de wereld vergaat. Omdat er een komeet op afkomt.'
'Ja, mooi hè?'

Ik kijk in de computer.

'O, jammer, dit is het enige boek wat ze van haar hebben. Maar misschien is dit wat. En dit. En deze?'
'Zo, nou heb ik wel genoeg hoor. Ik heb het zo druk. Ik moet ook almaar kaarten. Ik kom geeneens aan lezen toe.'

De lift brengt ons weer omhoog.

'Zo, dan gaan we rechtsaf. Lekker in het zonnetje.'
'Ik moet nog wel om pannenlappen en vaatdoeken bij de Zeeman.'
'Waar zit de Zeeman tegenwoordig?'
'In de Passage.'
'Zo, dat is een eind. Maar goed, het is lekker weer. Rustig aan maar. Zullen we dan over de Koninginneweg gaan?'
'Hier woonden de kaasboer en zijn vrouw. Die zijn allebei dood. Die vrijgezelle dochter van ze, ze is van jouw leeftijd, denk ik, die ging trouwen en toen heeft ze dezelfde nacht d'r vent het huis weer uit gezet.'
'Hè?'
'En nou is ze weer vrijgezel.'
'Hoe weet je dat allemaal?'
'Ja, ik hoor een hele hoop, hoor.'
'Was dat omdat ze voor het eerst seks hadden?'
'Of hij was dronken.'
'Nou, je kan er wel een boek over schrijven.'
'Nou.'
'Adri en ik willen een brievenrubriek gaan beginnen, in De Katwijksche Post.'
'Leuk. Dat vinden de mensen leuk om te lezen.'
'Ga je nou oversteken hier?'
'Ja, daar bij die school is het heel druk. Daar kan je niet langs.'

De Farelschool gaat uit. Achter de slagerij van Vooijs in de deuropening op de stoep zit een verkoopster te roken. De rollator haakt vast in de fietsen tegen de muur.

'Ja, had ik nog bijna je fiets meegenomen.'

De verkoopster moet lachen.

'Ja, de stoep is hier ook zo smal.'
'Ik krijg wel dorst van dat hele eind lopen.'
'Kijken of we ergens wat kunnen drinken. Hier op het Andreasplein is het een beetje winderig. Haal je dat nog, het eind van de Princestraat?'
'Ik krijg zo'n droge mond. Ik zou wel een biertje lusten.'
'Kijk, het terras bij Van Maanen is nog niet open, en bij Schuitemaker ook niet. Zullen we bij De Branding gaan zitten? Daar zit je lekker in het zonnetje.'
'Ja, dat is goed. Daar ben ik nog nooit geweest, bij De Branding.'
'In al die zesentachtig jaar niet?'
'Nee, dat mochten we niet vroeger.'
'Waar is Wilma eigenlijk? Oppassen?'
'Nee, die is met Mar naar de sauna. De hele dag in d'r blootje lopen.'
'Ja, daar ben ik ook wel eens geweest hoor, vroeger, in de sauna.'
'O. Wist ik niet. Lekker hè? Ik ga ook wel eens.'
'Lekker, fris, zo'n biertje. Daar kan je soms opeens trek in hebben.'
'Net als koffie. Twee zestig, zo'n biertje, dat is nog een beetje een normale prijs.'
'Op strand betaal je het dubbele. Maar hier zit je ook lekker.'
'Ja, erg hè. Ja, je kijkt zo de hele Princestraat in.'

We lopen naar de Zeeman. We vragen de verkoopster om de pannenlappen en de vaatdoeken. Ze zegt tegen m'n moeder dat ze waarschijnlijk deze bedoelt. Dit zijn nog de echte.

'Jullie zijn nog enige die ze verkopen. Ja, ze gaan almaar in de brand met koken.'

We lopen weer naar huis, over de Princestraat en schuin het Andreasplein over. Als we thuiskomen zie ik door het raam m'n vader met z'n handen in de hoogte, van waar zijn jullie helemaal geweest.

vrijdag 15 februari 2019

Echte souvenirs 1 – de golfballetjes van het Fife Coastal Path


Dit zijn de golfballetjes gevonden op de stranden langs het Fife Coastal Path. Fife, of Kingdom of Fife, zo heet het graafschap boven de Firth of Forth, de zeearm – noem je zo'n inham in het land zo? – waaraan ook Edinburgh ligt, maar dat is dan ten zuiden ervan.

Ja, het is oppassen als je daar loopt, ze vliegen je er echt om de oren, van al die golfbanen aan zee. De balletjes komen uit twee jaren: uit 2004, toen ik er in mijn eentje liep, en 2006, met m'n nieuwe liefde. Welke balletjes uit welk jaar komen, weet ik niet meer.

Er staat van alles op. De bedrijven met hun reclame, wat de balletjes misschien wat goedkoper maakt, en ook een soort van technische aanduiding: PRO V1 – 392. Het laatste getal moet welhaast de afmeting zijn, in tienden van millimeters. Golfer nummer 2 moet gedacht hebben, ik zal nog even duidelijk aangeven wat mijn balletje is door er met stift een cirkel omheen te trekken.

vrijdag 1 februari 2019

Braam plukken – aflevering 3


We zijn de hele week al op tv. We wisten het niet, we moesten het van anderen horen. Ik moet het zelf ook nog zien. 't Is wat.

Voor als u het gemist heeft, vanaf maandag draait op RTV Katwijk de derde aflevering in de serie Braam plukken: 'Apies kijken'. Over de dierentuin waar iedere Katwijker vanaf een bepaalde leeftijd geweest is: Dierenpark Wassenaar. Heel wat Katwijkse voetstappen zijn er gezet. Kijk met ons mee naar weer zo'n mooie besuikerde dauwbraam.

Wanneer kan je kijken? Om 12.00, 18.00 en 21.30 uur na de sport. Via Ziggo op kanaal 41 of KPN 1385 maar nog makkelijker in het hele land op https://www.rtvkatwijk.nl/live-tv/ op de genoemde tijden. Later komt het YouTube, waar het tot in alle eeuwigheid op ieder moment van de dag jaar in jaar uit te zien is.

Als je dus net bent ingeschakeld, om pakweg tien over zes, ben je nog helemaal op tijd, want het komt na de sport! Wordt het vijf voor halfzeven, dan moet je toch wel klaar gaan zitten. Want het begint opeens, zonder aankondiging, na de reclame.

Veel kijkplezier!

zondag 27 januari 2019

Zorg


'Ja, ik ben hartstikke gek op d'r.'
En zo slaat hij zijn armen om haar heen.
M'n ouders.
'Wacht, dan maak ik even een foto.'
Mooi hoe dat winterlicht door het raam valt.
Samen 173 jaar met één jaar verschil.
M'n ouders.
Dat ze er nog zijn.

Nu zou er een lange ode aan de zorg moeten volgen. De dames van de zorg. Allemaal dames, die iedere dag langskomen. Haar wassen, de pilletjes uit de baxter halen, hem in de gaten houden. De gordijnen dichtdoen en haar weer klaarmaken voor de nacht. Allemaal dames, kordate dames, voor wie niets te veel is, beslissers, zonder dralen, met een grote sleutelbos, van al die huizen, met al die lieve mensen die het zelf niet meer helemaal kunnen.

M'n ouders.

Hij wil steeds een karetje leggen. Dan wijst hij op het karton met de puntenscores en zegt: 'Ja, we moeten zo weer een legje doen hoor.' Waarop zij op de stapel boeken wijst, net gebracht door de vrijwilliger van de bieb, en zegt: 'Ja, kijk, kom nou, kijk hier eens, ammaar maar kaarten...'

Acht, negen boeken voor een week of twee. Ze weten precies wat ze hebben wil, niet te makkelijk. Volgende week komt er weer een tas. Van de vrijwilliger van de bieb.

De vrijwilliger van de bieb, de dames van de zorg.

donderdag 24 januari 2019

'En nog lelijk op je bek gegaan vanmorgen?'*


Er was een straat, de Nachtegaallaan, dus eigenlijk een laan en geen straat, waar Cornelis van Rijn woont en waar je gans kan eten met uitzicht op de runderen en de schapen en een nest met ooievaars op de grens van Leiden en Oegstgeest, maar volgens mij behoort die straat tot de stad, het weiland niet, waar niet gestrooid was. In bed, dat lekkere warme bed, zei ik nog tegen m'n vriendin, we wonen één jaar samen, ik denk dat ik die straat, het is een laan, langs de vogelenbuurt niet moet nemen maar gewoon het fietspad tot de Posthof door moet rijden en dan bij de rotonde rechtsaf de Wassenaarseweg op. Dat is een veelgebruikte route. Maar bij het weiland aangekomen was ik die wijze gedachte alweer vergeten en reed pardoes die gladde laan op. Teruggaan? Nee. Ik zat al in de val, al dertig, veertig meter. Afstappen dan maar en over de stoep, net als die vrouw voor me. De gladde laan was ook nog eris bol en er loopt een sloot langs, nu dichtgevroren maar was het ijs wel sterk genoeg om mij met fiets en al te houden? Bij het Rijnlandsch Revalidatiecentrum kon ik mijn stalen ros weer bestijgen maar werd ik op de rotonde die volgde toch nog bijna gegrepen door een auto. Ik was blij dat ik op m'n werk was.

*Vraag van Bert van der Meij in een mail van woensdag 23 januari 2019 naar aanleiding van ons telefoongesprek de avond ervoor waarin ik altijd de Kappie vertaal, dat is een strip in De Katwijksche Post over een gepensioneerde zeekapitein die de krant rondbrengt in het dorp en daarbij allerlei verhalen hoort die dan weer in de strip terechtkomen. Eigenlijk wilde ik hier, zoals altijd, weer opschrijven 'aan lagerwal geraakte zeekapitein'. Dat komt omdat hij niet meer vaart en 'aan de wal geraakt' is, waar je dan heel gemakkelijk 'aan lagerwal geraakt' van maakt, omdat die uitdrukking nu eenmaal bekender is.
Aan het eind van ons gesprek, waarin we ook altijd de toestand in de wereld (G.B.J. Hiltermann!**) bespreken, merkte ik op hoe glad het de volgende morgen zou worden maar dat hij daar nooit last van had omdat hij de deur niet uit hoeft voor een baas. De titel van dit stukje had daarom ook eigenlijk 'Glad' moeten zijn, getuige de voortzetting van onze mailwisseling, want Bert antwoordde op mijn antwoord hierboven: 'Hoe je iets verschrikkelijks tot iets moois kunt maken! Leest als een trein!' Waarop ik weer antwoordde: 'En dan noem ik het "Glad" en kan-ie zo integraal op Zeezicht,*** maar ik heb nog geen foto en ligt die gladde sneeuw daar morgen nog wel op die straat...' Waarop Bert weer antwoordde: 'En dan in "Glad II" het verhaal hoe je je benen brak toen je opnieuw die onverstandige route nam om een foto voor bij "Glad" te maken...'
Maar wat is glad? Dat ga je niet lezen, een verhaal met 'Glad' als titel, als het overal glad is en iedereen daar al over schrijft. Daarom deze treffende vraag maar boven het stukje gezet. Veel spannender. En inderdaad vanmorgen alsnog een foto gemaakt, toen de weg alweer begaanbaar was.

** Voor wie niet meer of nooit geweten heeft wie dit was, het volgende filmpje. Zijn radioprogramma (blijkbaar ook tv-programma) werd op zondag tussen de middag, ik denk om een uur of één uitgezonden terwijl we na de kerk van de visite bij oma waren teruggekomen en zoute snijbonen met witte bonen en draadjesvlees aten, met in het geprakte eten een kuiltje voor de jus waar vervolgens hele landschappen door ontstonden met bergen en rivieren. Soms aten we ook paardenbiefstuk – biefstuk van de haas (van het paard) – met sperziebonen en een lekker justje. Een kilo haalde m'n vader dan, van die haasbiefstuk. Hij had er speciaal een snijmachine voor gekocht, zo'n metalen met een zwengel, om mooie dunne plakken te kunnen snijden. Als kinderen, ik en m'n zus, mochten we daar absoluut niet aan komen, zelfs niet in de buurt komen, dat ronddraaiende mes.


*** Gewoon maar eens gedaan.

dinsdag 22 januari 2019

Je moest hard werken op het land


In het midden, met de fles melk aan de mond, m'n opa. Rechts zijn broer Willem en links neef Wim, de zoon van broer Teun, die de foto waarschijnlijk gemaakt heeft. 55 jaar geleden. Dochter Wil deed me de foto toekomen. Het broodtrommeltje zal wel ergens veilig zijn weggeborgen, opgerold in een jute zak. Plastic tasjes bestonden nog niet.

vrijdag 18 januari 2019

Het broodtrommeltje van m'n opa


Dit is het broodtrommeltje van m'n opa dat hij altijd meenam naar het land. Niet voor sneetjes brood allemaal apart belegd. Nee, hij nam er een heel brood in mee, in de lengte doorgesneden en tussen de twee helften een laag reuzel. Genoeg voor de hele dag. Je moest hard werken op het land.


Nu bewaar ik er het vet voor m'n schoenen in.