donderdag 2 juni 2011

Beer & Zorro


Altijd gedacht dat ik met mijn katten oud zou worden. Rare gedachte, of toch niet. Het ligt er maar aan wanneer je met die dieren begint. Sinds de dood van Beer heb ik die gedachte in ieder geval drastisch moeten bijstellen.

In de ochtend van zaterdag 19 maart vond ik hem, in de woonkamer onder de tafel, met grote ogen, zijn bek open en tong eruit. Maar met zijn voorpoten over elkaar, zoals-ie er altijd bij lag, makkelijk, armpjes over mekaar. Grote schrik en heel veel tranen. Om lieve Beer. En Zorro, arme lieve Zorro om hem heen. Verward, want zijn grote vriend deed niets meer terug. Hij was nog warm, maar wel al stijf.

Willem, die ik belde, zei: 'Probeer nog of je z'n ogen dicht kunt drukken. Dat is prettiger om naar te kijken. En maak foto's, nu het nog kan. Dat is goed voor de verwerking.' Zijn ogen kreeg ik niet meer dicht, maar foto's heb ik wel gemaakt. Mijn vriendin was er gelukkig ook gauw bij.

Later die middag hebben we hem naar Rockanje gebracht, naar de kattenbegraafplaats. Samen met Korrie hebben we hem daar op een mooi plekje begraven, bij Mosje en Guus. Het is daar heel lommerrijk. Er bloeiden sneeuwklokjes. We hebben een azalea op zijn grafje geplant. Ik zou daar ook wel willen liggen, als het zover is, tussen Mosje, Guus, Beer en later Zorro. Het ligt er maar aan wie er het eerst aan de beurt is.

Samen oud worden. De dood bestaat natuurlijk niet als een kat pas 10 jaar oud is, precies 10 jaar in het geval van Beer, want in maart is hij ook geboren. Hij deed een beetje vreemd in de week ervoor. Trok zich meer terug maar leefde ook weer helemaal op. Heel druk. Zoals-ie altijd kon zijn, mauwen en schreeuwen als het moest. Niet heel duidelijk. Je zou denken dat hij een verkoudheidje gehad had, dat dan weer over was en dan weer even terugkwam, net als bij mensen. Toen ik op het punt stond om dan toch maar eens naar de dierenarts te gaan, was hij weer helemaal de oude. Mauwen, kopjes geven, op de aanrecht springen.


Dat schreeuwen, dat krabben aan kasten en deuren, als het ware dwars door de wanden van de kattenbak willen beuken als-ie erop zat. Rustig maar, Beer! Een echte zenuwlijder, een kat met zijn oorsprong in de stad. Maar ook een geweldige lieverd, die graag aangehaald werd, onder zijn kinnetje. En deftig rechtop zitten kon hij ook. Keurig, als een heer van een Beer. Hij had zijn naam natuurlijk maar toevallig gehad toen hij nog klein was, maar werd toch zo groot als zijn naam hem wilde duiden. Groot en statig, met zijn lange poten, die hij heerlijk ontspannen over elkaar kon leggen. Die ochtend voor het laatst.

Zorro is slechts twee maanden na Beer geboren, maar is altijd de jongere en de kleinere van de twee gebleven, ook al werden ze samen steeds ouder. Op tien jaar is twee maanden geen groot verschil meer. Zorro zou zo met iedereen meelopen. Altijd de mindere van Beer maar o zo sociaal. Een kat van de boerderij. Toen hij nog maar heel klein was, liep hij al met zijn broertjes en zusjes rond te banjeren tussen de spelende kinderen op het erf en vond je hem in een stal tussen de koeien, nergens bang voor. Zorro, het tegenovergestelde van Beer, maar altijd samen.

Zorro heeft nog heel lang naar Beer lopen zoeken. Toen we terugreden uit Rockanje, hing er een grote vollemaan boven de weg. Zo'n supermaan betekent dat er een grote verandering zal plaatsvinden, een omslag. Die verandering had zeker plaatsgevonden. Maar dat het vanaf die dag, 19 maart, doorlopend volop zomer zou worden en het nauwelijks meer heeft geregend, dat konden we vooraf niet bedenken. Beer heeft het niet meer meegemaakt, dat mooie weer, maar Zorro heeft het wel geholpen.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen