dinsdag 2 augustus 2011

Going to the Minack


Het Minack Theatre is een schouwburg in de open lucht in Porthcurno in Cornwall. We waren er in 2008 toen we het South West Coast Path liepen. Het kustpad loopt vlak achter het theater langs, maar het is de moeite waard hier even te stoppen. En dat deden we.
We hadden op onze wandeltocht, die in Newquay begon, drie zogenaamde pauzedagen ingelast. Dan bleven we niet één maar twee nachten in een Bed & Breakfast en kon je op de 'vrije' tussendag wat anders gaan doen dan wandelen. De eerste pauzedag was in St Ives geweest. Bekend om zijn speciale licht, wat in de loop der jaren enorme aantallen kunstschilders heeft aangetrokken. St Ives heeft een leuk haventje en er zijn veel galeries en er is ook, en dat is vrij uniek voor zo'n dorp, een heuse afdeling van de Tate Gallery (uit Londen) gevestigd, in een prachtig gebouw aan zee. De derde pauzedag zou in Penzance zijn. Dit was tevens het eindpunt van de wandeltocht. Maar voordat we weer naar huis gingen, zouden we vanuit deze plaats, als slagroom op onze wandeltaart, nog een boottocht naar de Scilly-eilanden ondernemen. De eilandengroep is bekend om zijn subtropische klimaat, met wuivende palmbomen en helderwitte zandstranden. En dat in het barre Albion.


Tussen de eerste en de derde pauzedag bleef over de tweede pauzedag. Die dag was gereserveerd voor het Minack-theater. De kaartjes voor de voorstelling van Pinokkio hadden we al bij ons. We hadden ze lang van tevoren aangeschaft via internet. De kaartjes waren keurig bezorgd in onze Nederlandse brievenbus en nu gingen ze via de lucht en over de weg in onze rugzakken weer keurig mee terug naar waar ze ooit vandaan gekomen waren: het Minack! We waren er echt!


Het was mooi weer, die 16de juni. De arena lag te blakeren in de zon. Omdat we verder niet veel te doen hadden overdag – we hoefden ons even niet aan het wandelschema te houden – gingen we er 's middags alvast wat rondneuzen. Het theater is in de jaren dertig van de vorige eeuw bedacht en ontworpen door Rowena Cade. Bij de bouw had zij hulp van twee tuinmannen, Billy Rawlings en Charles Thomas Angove. De 'zaal' bestaat uit een in de rotsen uitgehakte en opgemetselde halvemaanvormige tribune met zicht op het podium met daarachter de zee. Het uitzicht is adembenemend. Overal waar ruimte is, staan planten en bloemen waarvan je niet kan bedenken dat ze bestaan en die in een Hollandse huiskamer maar nauwelijks het leven houden. In de gemetselde zitplaatsen zijn de namen gekerfd van de toneelstukken die hier in de loop der jaren over het voetlicht zijn gebracht.


Porthcurno is een plaatsje van een paar huizen. Vroeger was het de plek waar de Britse telegraafkabel naar India de zee in ging. Het plaatsje had daardoor een zekere faam. Uit die tijd resteren nog wat grote gebouwen, onder andere een voormalig opleidingsinstituut voor ingenieurs. Maar dat is allemaal vergane glorie. Je ziet dat aan de restaurants die er nog zijn. Grote zalen, berekend op de vele leerlingen van het instituut, maar waar nu niemand meer zit. Er is nog wel het Porthcurno Telegraph Museum en, alles waar het plaatsje feitelijk op drijft, niet minder befaamd dan de kabel die er ooit de zee in ging: het Minack. En wat zo mooi is, de Engelsen houden van theater. Het aanstormende talent van de toneelschool dat hier in de zomermaanden zijn kunsten vertoont, zorgt iedere avond voor een lange file.


Voor we erheen gingen, maakten de gastheer en gastvrouw van het B&B ons nog wat wegwijs in hoe het er toeging in de openluchtschouwburg. Dat we in ieder geval voldoende eten moesten meenemen. Want als de zon onder was, zou het daar aan de rotsen bij de zee snel afkoelen en daar kreeg je honger van en stijve en verkleumde ledematen. Daarom kregen we ook nog allebei een plaid mee. Goed voorbereid gingen we op pad. Om zes uur posteerden we ons bij de entree. We waren niet de enigen die op dat idee gekomen waren. Maar daardoor hadden we wel een mooi plekje, helemaal vooraan. Vol verbazing keken we vervolgens naar al die Engelsen om ons heen, de kussentjes en de plaids die ze hadden meegebracht, de dikke vesten en jassen waar ze zich in nestelden, en... de tassen met eten die ze bij zich hadden, hele boodschappenwagentjes (van die tassen op wieltjes) werden er uitgepakt en alle hartigheden en zoetigheden die je maar kon bedenken en flessen wijn en champagne kwamen tevoorschijn. Nog voor de voorstelling begonnen was, was het meeste al naar binnen gewerkt, alles door elkaar.


Het werd een genoeglijke avond daar aan zee. Halverwege de voorstelling zagen we de boot van de Scilly’s terugkeren richting Penzance. Die hadden we dus nog tegoed.


Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen