dinsdag 14 februari 2012

West Highland Way (1) – Puist

Na het gebruikelijke begin van een langeafstandspad, een parkje met poep, want hier worden de honden van de plaats waarvandaan je start nog uitgelaten (vergelijk het met de Rijnmond aan het begin van de Katwijkse Noordduinen of het gebied bij de Soefitempel waar de Zuidduinen beginnen), was daar het lowland, de entree tot de Highlands: mooi weidegebied met beekjes en bossages. Lekker om er weer een beetje in te komen met je nieuwe wandelschoenen. Goed ook, vanwege de standaard-drie-dagen-spierpijn, maar daarna... alleen-nog-maar-genieten-van-de-buitenlucht! Bagage achtergelaten voor het busje dat het naar de volgende halteplaats zou brengen. Dat was nog eens wandelen. Geen tien kilo bagage meer op je rug. Die tijd hadden we gehad. Alleen een dagrugzakje, met wat broodjes en water en een regenpak. Wat we ook nog hadden kunnen laten meevervoeren door het busje. Want het was een uitbundige zonneschijn, die eerste dag.


Vliegen naar Edinburgh, onze thuisstad, treinen naar Glasgow en vervolgens Milngavie (uitspraak: 'mullguy'), het begin van de 97 mijl (156 kilometer) lange tocht. Een nietszeggend plaatsje, dat Milngavie, maar wereldberoemd, alleen omdat het het begin is van de West Highland Way. Bij Japanners, Amerikanen, Australiërs, zijn we ook tegenkomen, Duitsers, Britten, Belgen, Nederlanders, Denen, zijn we ook nog tegengekomen, Fransen en tal van andere landsbewoners. Iedereen blijft er wel een nachtje, in Milngavie, om de volgende dag fris en uitgerust aan de tocht te kunnen beginnen. Helemaal officieel, want er staat een miniobelisk bij het beginpunt, waarbij iedereen zich laat fotograferen, in een verder kale straat, waar je normaal niets te zoeken zou hebben.


En er is meer, want deze tocht heeft aan het begin ook een 'deur', een poort waar je doorheen moet, een boog om onderdoor te gaan. Op de foto recht achter de obelisk, links van de man met de blauwe sweater. En dan krijg je dus eerst die hondenuitlaatstrook, begin van bijna elk langeafstandspad. Maar het wordt al gauw mooi.


Met verderop tussen de heuvels een groepje huizen in de nevel, als op een kerstkaart, maar dan zonder sneeuw.


En dan, als we dat lange rechte stuk langs een meer en wat keetachtige houten huizen achter de rug hebben, een groepje runderen onder een boom in een dieper gelegen weiland gezien hebben (toch geen Nederland, want daar zijn de weilanden strakgetrokken zoals je met z'n tweeën de lakens opvouwt), even naar links moeten, over een weg, en dan weer naar rechts, over een veerooster en een hek, de vlakte van het lowland in, is daar opeens die puist.  Zoals je een berg zand op strand kan scheppen, zo hoog mogelijk, om de opkomende vloed te trotseren. Een hoge, losse berg, niet verbonden met het gebergte in de verte. Ergens in een verre ijstijd naar voren geschoven. Bomen erop gezet. Klaar!


De eerste berg die zich aandient, een heuvel eigenlijk nog maar, die je begroet, als een wachtpost voor de Highlands.

1 opmerking:

  1. Ik krijg gelijk zin om die groene Schotse berg te gaan beklimmen. Waar zijn m'n wandelschoenen...?

    BeantwoordenVerwijderen