vrijdag 9 maart 2012

De Reis

Ze zijn hier de grachten aan het schoonmaken. Iedere ochtend vroeg, het is dan nog donker, vaart er een modderschuit voorbij. Een grote boot die door de smalle gracht glijdt en verdwijnt onder de brug. Soms is-ie al voorbij maar hoor je nog wel een zacht gebrom en zie je de wervelingen in het zwarte water. Het doet me denken aan die prachtige laatste zinnen uit 'De Reis', als je dat hele boek gelezen hebt:

'In de verte floot de sleepboot; zijn roep klonk over de brug, over een boog, nog een boog, de sluis, een andere brug, ver, hoe langer hoe verder. Hij riep alle aken van de rivier om naar hem toe te komen, allemaal, en de hele stad, en de hemel en al het land, en ons, alles voerde hij mee, ook de Seine, alles, want hij wilde niet dat iemand er nog over sprak.'

(Louis-Ferdinand Céline: Reis naar het einde van de nacht. Amsterdam, 1968, p. 616. Vertaling door E.Y. Kummer. Oorspronkelijke titel: Voyage au bout de la nuit. Paris, 1932.)

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen