maandag 30 april 2012

De mooist versierde straat


Je ziet het al als je de straat in komt...


...dat dit de mooist versierde straat is.

dinsdag 24 april 2012

Wat ik mis (7) / Relikwieën en documenten (1)

M'n oma, neuriënd in de keuken. Maar alleen het puurste van het puurtste: psalmen, gezangen en liederen uit de bundel van Johannes de Heer – in die volgorde.

Het kopje thee. De haarspelden in het asbakje, met een vuurtorentje erbovenop. De appels in de schaal op het tafeltje in de hoek. In de andere hoek een elektronisch orgeltje, een Philicordia, als ik het wel heb. En als je door de kamer liep, het rammelen van de ruiten van de kopjeskast. Boven op de kast het bomschuitje van opa.


M'n oma. Dit waren de sokken die ze voor me breide. Al meer dan 25 jaar geleden en nog helemaal heel. Afgelopen winter, toen het zo koud was, heb ik ze nog aangehad. 's Avonds, lekker warm aan je voeten, met de kachel aan.

Ik zie haar nog zitten, in de stoel naast de televisie. Nooit vóór de televisie. En maar gaan met die pennen – wat zal het geweest zijn, pen 3, of 4? Af en toe keek ze op, voor de visite, of opzij, als er wat op de televisie was. Maar daar was toen ook al niet veel op te zien.

Hoe ging dat, zo'n sok? Eerst het teenstuk, dan de voet, dan het hielstuk en dan de rest? Of andersom, eindigend bij het teenstuk? Met drie breipennen in de rondte?

En hoe lang zal ze erover gedaan hebben, over zo'n sok? Een dag? Een middag en een avond? Zou ze m'n sokken alles bij elkaar in nog geen week gebreid hebben? M'n oma, nooit een minuut stil gezeten.

dinsdag 17 april 2012

500 x Kappie

Daarnet ging de telefoon, zoals iedere dinsdag. Ik zie al in de display wie het is: 'Ha Bert!'
'Ha Leen! Hoe is het?'
'Goed. Met jou?'

En dan bespreken we het leven. Daar begint het gesprek meestal mee. En dat kan ook wel even doorgaan. Maar dan, en dat is een kwestie van aanvoelen, besef van beide kanten, moet er gewerkt worden. Dan moet de Kappie vertaald.
Al vijfhonderd keer, al ruim tien jaar lang (de laatste jaren wordt het werk in de zomerperiode stilgelegd) belt Bert mij voor de vertaling van de strip Kappie in Katwijks dialect. Kappie is een aan lagerwal geraakte kapitein met het uiterlijk van een meeuw, die commentaar geeft op de actualiteit in het dorp.
Na het telefoontje staat de strip donderdag in De Katwijksche Post, links onderaan op de voorpagina. Sommige lezers zijn alleen op de krant geabonneerd vanwege die strip. Je ziet het voor je, de gevechten die uitbreken in de gezinnen, de grote gezinnen die hier en daar in Katwijk nog moeten bestaan, om de krant als eerste te pakken te krijgen, als-ie net op de deurmat gevallen is. Flarden papier om de oren, en ergens tussen die flarden, gelukkig nog drie snippers strip.

Bert heeft die dinsdag eerst naar de redactie van de krant gebeld, naar Paul of Sandra, wat het nieuws is. Uit de belangrijkste onderwerpen die er die week in het dorp spelen, komt er eentje bovendrijven. Daar kan hij wel wat mee, daar kan hij een strip over maken. Daar zit een grap of een clou in. Het verbaast mij altijd weer dat iemand iedere week de inspiratie heeft om zoiets te bedenken. Kronkels waar een normaal mens niet op komt, zelfs niet als je zo dichtbij staat dat je iedere week die strip mag vertalen. Het is elke keer weer een verrassing. Vaak maken we achteraf nog wel een quasi-indeling over de sterkte van de grap. Van de hele goeie tot een enkele flauwe. Maar flauwe grappen kunnen ook heel goed zijn. Dus een echte indeling is eigenlijk niet te maken. De beste strips hebben natuurlijk helemaal geen tekst nodig. Maar dan valt er ook niks te vertalen. Bert belt dan wel trouw op, om dat te melden, en dan hebben we wel nog even dat gesprek over het leven. Als ik er niet ben, doet Jaap de vertaling. Reuzetrots zijn we op de strip waarop Jaap en ik zijn afgebeeld, werkend aan het Katwijks woordenboek, terwijl Dicky, de vrouw van Jaap, met de versnaperingen binnenkomt. Zo'n tekeningetje, dat is Bert ten voeten uit.



Als we gewerkt hebben, dat wil zeggen: de strip vertaald, mompelen we nog wat en hangt Bert op met de legendarische woorden: 'Ik ga 'm maken!'

Vijfhonderd Kappies, tien jaar mooie momenten. Te veel om op te noemen. Daarom noem ik er nog twee (want alle goede dingen bestaan uit drie). Legendarisch, of hilarisch, net zo je het noemen wilt, was de strip over die 1 aprilgrap waarbij Jaap en ik voorspeld hadden dat in het stucwerk aan de binnenkant van de Katwijkse vuurtoren de oudste resten van het dialect te vinden moesten zijn, eeuwen geleden vastgelegd door stukadoors. Omdat stukadoors altijd zingen en praten tijdens hun werk. De liederen en verhalen uit die tijd zouden via de stucspecie in de muren zijn beland. Een Italiaanse professor had dat ontdekt. De trillingen van de stembanden worden via de borstkas aan de armen doorgegeven en vervolgens via de handen naar de spaan die op zijn beurt minieme ribbeltjes achterlaat in de zachte stucspecie. De ribbeltjes zijn zonder hulpmiddelen met het oog nauwelijks waarneembaar, omdat stukadoors voor hun werk een vaste hand moeten hebben. Dat was goed te zien aan het pleister van de Sixtijnse Kapel, dat rimpelloos lijkt, maar waar professor Alessandro Lugano van de Universiteit van Turijn via speciale audiografische apparatuur toch uiterst fijne trillingen had weten waar te nemen. De moderne technieken die in Sixtijnse Kapel waren toegepast, zouden die woensdag in april ook worden toegepast in de Katwijkse vuurtoren. De Italiaanse professor en zijn team waren er speciaal voor naar Katwijk gekomen. Er zou een wagen van TNO bij de vuurtoren staan, met allemaal kabels die naar binnen gingen, en op de avond van die dag zouden de teksten met geluid zichtbaar worden gemaakt op een groot scherm op het Andreasplein achter de Oude Kerk. Het hele verhaal was uitgebreid te lezen in De Katwijksche Post. En dit maakte Bert ervan...



...met die kabel vanuit de vuurtoren helemaal door de Koninginneweg naar het Andreasplein, en al die serieuze gezichten bij dat bord. Wat dat betreft heeft Bert met Kappie toch wel wat nieuwe dimensies aan het dorp toegevoegd, iets waar hij zich vooral heel prettig aan te buiten is gegaan met zijn Grote Katwijk Puzzel.

Als laatste nog een strip over Kappie met zijn vrouw, waarvan er heel veel zijn. Ze wonen in een Rooie Buurt-huisje, in de Noord. Betere plek om te wonen kun je niet bedenken voor dit paar. Deze gaat over Koninginnedag, met de oranjetompoezen die in de aanbieding zijn. Heerlijk getekend.


zondag 15 april 2012

Titanic


Vannacht was het 100 jaar geleden dat de Titanic op een ijsberg voer, en zonk. Vette pech. Ik heb er nog een ansichtkaart van, jaren geleden in het Scheepvaartmuseum gekocht.


Ik weet alleen nooit hoe ik die ansichtkaart moet houden...

woensdag 11 april 2012

Betoverend


Panorama Mesdag. Je komt er misschien drie keer in je leven. En iedere keer is het weer even betoverend. Tenminste, ik denk dat ik er nu drie keer geweest ben. Weer dat donkere trapje op, en dan... die ruimte, vol licht. Licht dat telkens weer verandert, terwijl je niet ziet waar het vandaan komt. Wat je ziet is een doek, een schilderij, van reusachtige afmetingen, helemaal rondom, zonder lijst en zonder einde. Met uitzicht naar alle kanten. En dat licht dat verandert, komt via het raam in het dak, op dat doek, dat telkens weer verandert, alsof het leeft.


Op zo'n dag als vandaag, met een zonnetje en wat losse wolken, kun je er gerust naartoe gaan. Dan is het doek één groot, bewegend spektakel. Een lust voor het oog!


Panorama Mesdag is Scheveningen in 1880 gezien vanaf het Seinpostduin. Het werd in slechts vier maanden geschilderd door H.W. Mesdag, bijgestaan door zijn vrouw S. Mesdag-van Houten, voor het dorp Scheveningen, Th. de Bock, voor de lucht en de duinen, en G.H. Breitner, voor de cavalerie en artillerie. De doorsnede van het panorama is 35 meter, de afstand van de leuning tot het doek is 14 meter, de hoogte van het doek is 14 meter, de omtrek 120 meter en de oppervlakte 1680 vierkante meter.

Alles over het grootste schilderij van Nederland op panorama-mesdag.com.

dinsdag 10 april 2012

Vroege herinneringen – nog 37 nachtjes

Als ik goed geteld heb, nog 37 nachtjes slapen tot Vroege herinneringen.
Het hele verhaal, met unieke, nooit eerder gepubliceerde foto's!

Madurodam


En hoe is het ondertussen in Madurodam?

maandag 9 april 2012

zondag 1 april 2012

De Matthäus

Vrijdag naar de Matthäus geweest. De vorige keer was al weer veel te lang geleden. Weer neem ik me voor nu ieder jaar te gaan. Ruim drie uur alleen maar luisteren. Met velen in stille verwondering bijeen, voor het zeldzaam mooie waartoe wij stervelingen in staat zijn.

Voor aanvang

Ik ben niet zo van de muziektermen. Dat kan Adri allemaal veel beter verwoorden. Wat mij aan de Matthäus wel altijd opvalt, is de volmaakte harmonie tussen woorden en muziek. Picander, de vaste tekstdichter van Bach, moet de woorden, de klanken in de woorden, heel precies en bewust hebben uitgezocht bij de muziek. Dat hoor je meteen al in het begin, bij de aria 'Buss und Reu', met al die herhalingen van oe- en oi-klanken, wat ook in de aria die volgt, 'Blute nur, du liebes Herz!', nog even wordt opgepakt. De oe-, oi- en ook de uu-klanken zijn in het Duits blijkbaar goed vertegenwoordigd. En dan is er dat liefdevolle duet tussen sopraan en alt, dat begint met 'So ist mein Jesus nun gefangen', waardoorheen het koor met het afgebeten 'Lasst ihn, haltet, bindet nicht!' al een voorschot neemt op het bliksemen en donderden in 'Sind Blitze, sind Donner in Wolken verschwunden?' Ook één groot klankspel. Het perfectst gezongen onweer dat ik ken. Met die gespannen stilte middenin, waarna de vurige afgrond van de hel zich voor ons opent en alles beeft en siddert. Voor de koffiepauze is er dan nog dat prachtige, veelstemmige koraal 'O Mensch, bewein' dein' Sünde gross', waarna het kinderkoor naar huis kan – Bach hield in zijn tijd al rekening met de arbeidstijdenwet. Na de pauze is er het droefgeestige, door de alt gezongen 'Erbarme dich', met dat prachtige vioolspel. Als ik aan vioolmuziek denk, is dat deze muziek! Meteen daarna hebben we het gedragen, slepende en evenwichtige koraal 'Bin ich gleich von dir gewichen' en even verder is er weer zo'n prachtige aria met vioolmuziek, maar nu is daarbij de bas aan zet: 'Gebt mir meinen Jesum wieder!' We gaan hier de Matthäus niet uitputtend behandelen, maar wat ik zeker nog wil noemen is het ingetogen 'Aus Liebe will mein Heiland sterben', gezongen door de sopraan, begeleid door fluiten en hobo's. Daarna is er nog de mooie, alweer ingetogen vioolmuziek in de door de alt gezongen aria 'Können Tränen meiner Wangen'. Het geluid van de viola da gamba is te bewonderen in de door de bas gezongen aria 'Komm, süsses Kreuz'. Heel gedragen. Dan volgt het angstwekkende rezitativ 'Ach Golgatha, unsel'ges Golgatha!', door de alt gezongen en begeleid door hobo's da caccia. Nog ruim voor het einde is er het rustige koraal 'Wenn ich einmal soll scheiden'. Daarna worden we opgeschrikt door het voorhangsel van de tempel dat in tweeën scheurt, met de aarde die beeft, de rotsen die scheuren en de graven die opengaan, waaruit de lichamen van de heiligen tevoorschijn komen. Heel stil wordt het in de kerk bij de aria 'Mache dich, mein Herze, rein', weer met hobo's da caccia, maar nu de bas die zingt. Voor het slotkoor komen alle solisten nog een keer langs: bas, tenor, alt en sopraan, afgewisseld door het koor, dat zingt 'Mein Jesu, mein Jesu, gute Nacht', steeds weer opnieuw, en dramatischer naar het einde toe.

Na afloop

De Matthäus, dat gaat heel ver terug. Naar de tijd dat mijn moeder iedere week werd opgehaald door haar zangvriendinnen, om naar de repetitie te gaan. In het Jeugdhuis, in die prachtige zaal met de alkoof. De tijd van Admiraal, de dirigent. De tijd dat mijn moeder met de andere vrouwen van het koor jurken naaide. Wel zóveel jurken, van hele lange banen stof. Want de dames moesten er allemaal hetzelfde uitzien. En het oefenen in huis, met dat hele dikke, groenige boek, met al die noten onder elkaar, en soms maar heel weinig tekst over de bladzijde verdeeld. Mijn moeder was sopraan. Jaren heeft ze gezongen bij Hallelujah, tot ze niet meer op haar benen kon staan. Nu zit ze in de kerk als er een uitvoering is, en zingt ze stilletjes mee, met kleindochter Iris dicht tegen haar aangedrukt. Nu komen we voor mijn zwager Bert, die als tenor in het koor zingt. Zelf heb ik ook nog een blauwe maandag meegezongen in de Matthäus, als een van de vier jongens tussen voor de rest allemaal meisjes van kinderkoor De Lenteklokjes. Dat was nog in de Nieuwe Kerk. Drie liedjes, tot de pauze. Dan kreeg je nog een glaasje limonade en moest je naar huis. Dat is wel veertig jaar geleden, schat ik. Nu is de uitvoering al jaren in de Dorpskerk. En Adri, die voor zijn dochter kwam vrijdagavond, gaat er een mooi stuk over schrijven voor De Katwijksche Post.

Volg het koor op hallelujah.nl. En heeft u het vignet van het koor, dat harpje, wel eens goed bekeken? Houdt het iets schuin horizontaal voor u en kijk er dan van onderen af overheen. Wie goed kijkt, ontdekt in de snaren de naam van het koor.