woensdag 12 september 2012

Molyvos

Molyvos, op het eiland Lesbos. Zo'n haventje, met van die bootjes. Frisse kleuren op het kabbelende water. Wit en blauw en rood en geel.


Als de dag begint, in de heldere ochtendzon ontbijten aan de kade. Een broodje, een eitje, koffie. In verwondering om je heen kijken om zoveel zorgeloosheid. Een dorpsbewoner die een praatje maakt met een andere dorpsbewoner. Een stoepje dat geveegd wordt. Tafeltjes die nog eens rechtgezet worden. Een ander toeristenpaar dat zijn plek inneemt, altijd op voldoende afstand van de ontbijters die er al zitten.


In de stilte van de ochtend de opvallende verschijning van de havenmeester. In vol ornaat – uniform met tressen, hoge pet – verlaat hij zijn kantoortje en start hij zijn brommertje. Als hij eenmaal zit, een paar minuten later, pruttelt hij voorbij. Waarheen?


We nemen nog een laatste slok koffie en staan op. Proberen ons, voor even, los te rukken van het prachtige uitzicht, het haventje, de bootjes, de eindeloze, blauwe zee, de bergen rondom. Terug naar het kamertje dat in dit verre land voor even van ons is. Nog wat opfrissen en dan naar het strand. Een lange, lome wandeling over een heuveltop langs de zee, omhoog en weer omlaag, langs een gebouw met een hoge schoorsteen, de oude olijfoliefabriek, een zwembad in het groen – daar gaan we straks zwemmen – en dan nog een klein stukje over een dorre weg. Het kiezelstrand, we zijn er. We huren onze vaste ligbedden met parasol. Liggen en kijken. De eindeloosheid van het blauw. Water, eilandjes. Een tijdschrift, een stuk krant, een boek, een slok water zo af en toe. Goed smeren en slapen.


Als het te heet wordt weer terug, maar eerst nog even zwemmen, en dan, in de namiddag lekker hangen bij het haventje, op rechte stoeltjes. Op tafel de menukaart met lange lijsten hapjes. Dan dit proberen en dan dat. Vissers die, als ze niet vissen, hun netten repareren. In het blauwe water scholen sardines. Octopussen die hangen te drogen. De katten om je heen. Naast je en onder de tafel houden ze elkaar in de gaten. Sommige vervaarlijk op de rand van de hoge kademuur. Als ze er maar niet vanaf vallen.


Zo'n haventje. Er gebeurt niets en er gebeurt van alles. In de avond de bootjes die uitvaren. Jongens die vissen met een touwtje. Toeristen die heen en weer slenteren, heen en weer over tweehonderd meter kade. Het geroezemoes van stemmen in de warme avondlucht. Nog meer stemmen in de warme nacht, gelach, dichtbij onder je, terwijl je met de deuren open plat op bed ligt met je ogen dicht.


Molyvos. We waren er veel te kort, en door de bliksem die insloeg nog korter. Een klap, vlak naast de vleugel. Weer terug naar Schiphol. Gaten in de romp! Volgens de stewardess. Veertien lange uren rondhangen op een vliegveld tot we dan eindelijk echt op weg konden. Nog een keer proberen. Nog zes dagen over, van de zeven. Heerlijke dagen. Het was heet – 30 graden in de schaduw – en het was goed.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen