vrijdag 31 januari 2014

No photos!

Dat wilde ik nog vertellen. Een tijdje terug, toen we in Rome waren, kwamen we professor Lugano nog tegen. Je weet wel, Alessandro Lugano, die professor van de Universiteit van Turijn, die die ouwe muren aftast op resten van voorbije talen. Waar we hem tegenkwamen wil je weten. Je zal het niet geloven, maar dat was in de Sixtijnse Kapel, de plek waar hij destijds zulke mooie ontdekkingen gedaan had. Wat een toeval, hè? Want zo vaak kwam ie daar niet meer. Er was nog genoeg ander stucwerk dat de moeite waard was om te worden nagelopen. Gaat er al een belletje rinkelen over wie ik het heb?

We stonden daar in die kapel, hutjemutje tussen alle toeristen. Ook daarom was het een verrassing dat we de professor daar troffen. We hadden het over zijn onderzoek in Italië, en ik herinnerde hem nog even aan de tijd dat hij in de Katwijkse vuurtoren aan het werk geweest was, aan wat voor moois dat stucwerk daar had opgeleverd. De professor wilde net iets gaan zeggen, toen er een luid 'SILENCE! SSSSSSST! NO PHOTOS!' klonk. Het waren dreigende woorden en ze kwamen ergens uit een hoek vandaan.
Korte tijd later zagen we hoe een oude Japanner en zijn vrouw werden afgevoerd. Omdat de man een foto had gemaakt. Ze werden weggeduwd en meegetrokken door een mannetje in een zwart pak. Een klein mannetje maar. Maar opeens zag ik ze overal. Mannetjes in zwarte pakken. Het stikte ervan. Zwarte pakken met oortjes in. Ik zag ze opvallend vaak in hun revers praten. En naar elkaar kijken, met de ogen wijd open, waarmee ze dan bewegingen maakte, en met hun hoofd. Rare, ingewikkelde draaibewegingen, om de hoofden van de toeristen heen. Alsof ze wat tegen elkaar wilden zeggen, maar er niet goed bij konden. Als een slecht manoeuvrerend voetbalteam, dat alleen maar kon koppen, maar zonder bal, alleen met de hoofden. Ze kickten erop als ze iemand konden pakken. Dat lachje van dat ene zwarte pak naar dat andere zwarte pak toen ze dat stel hadden aangehouden. De treurige gezichten van die mensen. Bejaarden al, in de kraag gegrepen, bij de arm gevat en de zaal uit gesleept. De vernedering. Een plafond waar niemand bij kon. Een mooie vakantieherinnering, aan diggelen.
Het geroezemoes van de mensen die naar het plafond keken zwol aan. 'SILENCE! SSSSSSST! NO PHOTOS!' Weer uit die hoek. Overal zag ik ze nu, die machootjes, die klerelijertjes in hun zwarte pakken. Ze konden ongestoord hun gang gaan. Wist hun grote baas daar wel van? Wist Franciscus* daarvan, van de praktijken in de Sixtijnse Kapel? Ik wilde weg, weg hier! Die Japanners waren weg, en de professor was ook nergens meer te bekennen. We zagen het voor onze ogen gebeuren, maar ik heb er geen bewijzen van, geen foto's.

* De grote Franciscus, nota bene zelf uitsmijter geweest, in een nachtclub.

zaterdag 18 januari 2014

Twee kerken op één plein, of hoe het Andreasplein aan grootheidswaan ten onder ging


Even uit het gareel...

Het Andreasplein is een mooi, open plein, achter de Oude Kerk in Katwijk. Het kan er winderig zijn, zo vlak aan zee, maar ook zomers zonnig. Je kan er heerlijk toeven, op een terrasje of een bankje, met uitzicht op de kerk en de huizen rondom op prettige afstand. Exact drie jaar geleden is het plein netjes opgeknapt, met als sluitstuk een waterkunstwerk en viskiosk. Maar de verf van die vistent is nog maar net droog en nu alweer komt de gemeente met het plan om op het plein een cultuurhuis te bouwen. Cultuurhuis is een modieus woord voor een theater, bioscoop en bibliotheek in één. Aardig bedacht natuurlijk, zo'n cultuurhuis, maar niet op deze plek. Want kijk eens goed naar de tekening van het plan. Zo'n puist van een gebouw, tussen al die lage bebouwing. Dat ga je daar toch niet neerzetten. Het neemt zowat het halve plein in beslag en is net zo groot als de kerk ertegenover. Het mist alleen nog een toren. Anders hadden we, warempel nog aan toe, twee kerken op één plein gehad. Kijk nog maar eens goed. En vooral ook naar de massastudie hieronder.

En al die mensen dan, die daar nu nog zo heerlijk wonen, met hun balkonnetjes aan het plein, wat gebeurt daar dan mee, als dat gebouw er komt? Die moeten weg. Hun, veelal nog nieuwe huizen worden gesloopt.* Anders past het niet, het cultuurhuis. Want het cultuurhuis, dat is zo groot, zo heel erg groot, zo megalomaan gigantisch waanzinnig groot, daar moet alles voor wijken, dat slokt de hele oostwand van het plein op. De hele oostwand en nog flink wat ruimte daarachter. Echt, hoe krijg je het verzonnen!

Oplossing: oppakken, dat gebouw, nu het nog kan, en verplaatsen naar het Baljuwplein, of beter nog, boven op de nieuwe zeereep zetten, op de daarin te bouwen parkeergarage. Nadat je je bolide hebt geparkeerd, kun je dan mooi binnendoor omhoog, om van een toneelstuk, film of boek te gaan genieten. Bijkomend voordeel van een cultuurhuis direct aan zee is, u raadt het al, dat de strandbibliotheek niet ieder jaar weer opnieuw hoeft te worden opgebouwd. Zo sla je twee vliegen in één klap en kan van het geld dat dat oplevert weer iets anders leuks bedacht worden. Ik weet al wat! Een kamertje in dat gebouw op de zeereep, een kamertje met uitzicht op zee, waar ik lekker aan Huize Zeezicht kan werken.

En voor het Andreasplein weet ik ook wel een oplossing. Gewoon wat boompjes, wat simpele boompjes. Dat staat zo aardig op een plein. Wat groen. En straks, als er bijna geen wind meer uit zee komt, zullen die boompjes dat vast wel overleven. Want bakstenen en beton, daar hebben we al genoeg van in Katwijk. En dan de kerk, het icoon van Katwijk! Ook al zo'n project aan het worden ondertussen. Is de witte verf op? Worden er geen kwasten meer gemaakt? Iedere schilder kan je vertellen hoe je dat doet, een muurtje witten.

Het moge duidelijk zijn: ik ben vóór de stelling die deze week in De Katwijksche Post staat, die luidt dat het cultuurhuis niet op het Andreasplein moet komen.

De zogenaamde 'massastudie' van het cultuurhuis. Stel, je komt aanrijden vanaf
de Koninginneweg. Al van heel ver zie je dan dit flatgebouw oprijzen. Vierhoog!

* Katwijk heeft een traditie hoog te houden als het om slopen gaat. We noemen maar even het oude politiebureau en gast- en weeshuis, twee pastorieën aan de Voorstraat, de sanatoria van het Zeehospitium, de karakteristieke panden in de Badstraat en Voorstraat, de huizen in de Hoogstraat, Havenstraat en daaromheen, de pakhuizen aan het Prins Hendrikkanaal, de rokerij van De Krul in de Schoolstraat, de huizen aan de Tramstraat, het tramstation aan de Tramstraat, de dammetjes en hofjes in de Zuidstraat en de Louwestraat, en ga zo nog maar even door. De monumenten die er nog over zijn, zijn op één hand te tellen.

dinsdag 14 januari 2014

Leeslintjes


Zorro is zeer geïnteresseerd in de leeslintjes van de biografie. Vooral het gouden lintje heeft zijn belangstelling. Het zilveren zit veilig achterin bij de noten.

Die leeslintjes zitten er niet voor niets. Hermans was een groot kattenliefhebber. Maar dat kan Zorro niet weten.

zondag 12 januari 2014

Hermans in hout

Willem Otterspeer: Hermans in Hout (2010)

Voor ik aan zijn biografie begin lees ik eerst dat boek over het bezoek van deze 'veelbelovende jongeman' aan Canada.*

* Willem Frederik Hermans was van 5 juli tot 23 december 1948 als houtcontroleur in Canada werkzaam voor de N.V. Internationale Handel-Maatschappij Controla te Amsterdam. Zijn belevenissen verwerkte hij onder andere in de novelle 'Een veelbelovende jongeman'(1) en de verhalen 'Een landingspoging op Newfoundland',(2) 'Hundertwasser, honderdvijf en meer'(3) en 'Afscheid van Canada'.(4) Willem Otterspeer dook in de archieven, reisde de schrijver na, vergeleek fictie en non-fictie en schreef daar een spannend boek over: Hermans in hout. De Canadese avonturen van Willem Frederik Hermans[Amsterdam], De Bezige Bij, 2010.
(1) en (2) verschenen in Een landingspoging op Newfoundland (1e dr. 1957), (3) in Een wonderkind of een total loss (1e dr. 1967) en (4) in De laatste roker (1e dr. 1991).

dinsdag 7 januari 2014

Hoe koud het was, en hoe gezellig – Edinburgh Hogmanay (2)


We logeerden nog bij Margareth, Mrs Burns, op Gilmore Place 67. Acht maanden later zouden we er nog een keer verblijven, toen we de West Highland Way gelopen hadden. (Ik moet daar nog eens wat afleveringen over schrijven.) Voor de laatste keer. Ze geniet nu van haar pensioen, Mrs Burns, samen met haar man Robert, niet de dichter van 'Auld lang syne'. Er zit een nieuwe eigenaar in het guesthouse en de deur die rood was, is nu groen, maar die heeft ze zelf nog geverfd, weten we. Mrs Burns, ouderwetse gastvrijheid, we waren niet anders gewend.

Roslin Glen Hotel

Hoe we thuisgekomen zijn van ons Hogmanay-avontuur, wilde ik nog vertellen. Het ging allemaal net, ook hoe we er terechtkwamen. Want wat een sneeuw en ijs en graden die maar ver onder nul bleven in die dagen rond de jaarwisseling. Sneeuw die maar naar beneden bleef vallen en wegen onbegaanbaar maakte en een vliegveld waar alles wat naar beneden kwam steeds weer van af moest worden gehaald. Heen ging nog wel, maar terug. Ik geloof dat we nog net op tijd de laatste taxi hadden, en het laatste vliegtuig, want daarna zou Schotland voorlopig helemaal op slot gaan. Op 8 januari wordt er in het noorden een temperatuur van -22,3 °C gemeten. Ook in Nederland was het mis die dagen. Voor 9 januari wordt er een weeralarm afgekondigd, met grote overlast door sneeuwjacht – we hadden nog nooit van dat woord gehoord –, vooral in de noordelijke provincies.

Uitzicht uit de dubbeldekker.

Maar wat een avontuur in de Schotse hoofdstad. Het hoort er natuurlijk ook wel een beetje bij in het noorden: kerst en oud en nieuw in winterse sferen. De gladgelopen stoepen, waarop telkens weer een vers laagje sneeuw neerdwarrelt. Ook 's nachts, als je het niet doorhebt, omdat je ligt te slapen. De verrassing als je wakker wordt. De koude lucht, zwanger van de vorst en rook uit talloze schoorstenen – de lucht van kolenkachels. Dat we in de bus naar Rosslyn Chapel zaten en geen idee hadden of we daar ooit nog wel eens aan zouden komen. Al dat verkeer in die grijze blubber. Hoe lang we soms stilstonden en dan toch weer een stukje vooruit konden. Maar zelfs dat bezorgde je een gelukzalig gevoel. Net als de pubs en eettentjes die allemaal stampend vol zaten, de warmte waar je in terechtkwam als je van buiten naar binnen ging.

De huizen aan Warrender Park Terrace langs Bruntsfield Links.

Als je je maar goed inpakte in je thermo-ondergoed, met warme sokken en stevige schoenen aan je voeten. Na het uitgebreide Schotse ontbijt stapten we iedere ochtend weer monter naar buiten. Lekker om dan over Bruntsfield Links en The Meadows naar het centrum te lopen. Deze historische golfterreinen ten zuiden van de oude stad zijn een soort van openbaar park, een grote vlakte, waar nog altijd gegolfd wordt, als het zonnetje schijnt en de temperaturen weer boven nul komen. Een grote, groene vlakte, licht glooiend, met hier en daar een boom. Nu ligt er sneeuw. Aan de rand van Bruntsfields Links staat de oudste 'golftaveerne' ter wereld, Ye Olde Golf Tavern, uit 1456. In die tijd bestonden er nog geen aparte clubhuizen voor golfers. Men kwam bijeen in locale pubs in de buurt van het golfterrein. In Ye Olde Golf Tavern mag iedereen nog steeds gewoon naar binnen.

Ye Olde Golf Tavern

Op de laatste avond van het oude jaar zou het min zeven graden Celcius worden. Met het vooruitzicht lang te moeten staan op de onverwarmde vloer van Princes Street bleven we zo lang mogelijk binnen, tot het tijdstip dat de hekken van ons 'straatvak' opengingen. De toegangskaartjes hadden we al lang geleden besteld. Daarvan wordt het door de stad af te steken vuurwerk betaald. Mooi systeem zonder overlast. Geen jongelui die met vuurwerk lopen te klooien, geen glaswerk – bier en wijn is binnen de hekken te koop in plastic flesjes –, geen andere rottigheid, iedereen dik ingepakt en opgewekt. Madness die z'n deuntjes speelt, het grote vuurwerk tot slot. Blijven bewegen tegen de koude voeten. Toosten, zingen...

Het briefje hebben we nog.

Ver na middernacht lopen we terug naar Gilmore Place, over witte stoepen, onder oranje lantaarnlicht. Bij nummer 67 houden we halt en gaan naar binnen. Ssssst tegen elkaar, als we de deur opendoen. We houden ons vast aan de leuning en klimmen omhoog. Als we boven zijn, ploffen we op bed neer, moe maar voldaan. (Clichés zijn er niet voor niets.) Dan merken we dat we vanaf het dressoir worden aangestaard door een mooie fles rosé. Die heeft daar waarschijnlijk de hele avond op wacht gestaan. Wie goed kijkt, ziet dat Mrs Burns achter haar briefje met goede wensen ook nog een pakje Walkers shortbread heeft verstopt. Ouderwetse gastvrijheid...

woensdag 1 januari 2014

For auld lang syne, my dear – Edinburgh Hogmanay (1)


Edinburgh Hogmanay 2009-2010

Hogmanay is het Schotse nieuwjaarsfeest. In Edinburgh een feest met veel vuur dat al dagen voor het nieuwe jaar begint. Met een fakkeloptocht naar Calton Hill, met boven op de heuvel dan al een pracht van een vuurwerk.

Edinburgh Hogmanay 2009-2010

In de dagen die volgen is er nog allerlei ander vuur, zoals dat van de vuurkunstenaars op de Royal Mile, of in de St Giles' Cathedral.

Edinburgh Hogmanay 2009-2010

Tot de grote apotheose, die een aanvang neemt op de avond van het oude jaar. Met in Princes Street Gardens het Concert in the Gardens, toen wij er waren, op de grens van 2009 en 2010, verzorgd door Madness – 'One Step Beyond'. Iedereen verzamelt zich in Princes Street en het park, voor wat er op de rots en het kasteel te gebeuren staat. Dwars door het optreden van de band is daar om 10 uur dan het eerste, nog kleine vuurwerk. Maar prachtig mooi al. Bij wijze van aankondiging. Hoe spannend kun je het maken? Om 11 uur is er het tweede vuurwerk. And the band played on. Nog een uurtje te gaan. Tot het aftellen begint... voor het grootste en mooist gecomponeerde muziekstuk dat ik ken.


Daarna is het tijd voor aloude en hartverwarmende tradities en zingen we in een grote kring met wildvreemde maar gelijkgestemde zielen arm-in-arm en hand-in-hand het lied van de lang vervlogen tijden, van 'Auld lang syne'.

En nergens, helemaal nergens in deze prachtige stad, vind je sukkels met rotjes* in de straten. In een volwassen land, waar ook nooit gezeurd is over een rookverbod, wordt het vuurwerk geregeld door de gemeente op één centrale plek.

Maar o, wat was het koud die avond, ijskoud, min 7 graden Celsius, hutjemutje op elkaar, en dan je voeten blijven bewegen, blijven bewegen, blijven bewegen...

* Lees: handgranaten.