zaterdag 12 maart 2016

Het bankje – Lagereschooltijd (6)


Dit is het bankje, achter op het plein, waarop je zat met slagbal, als je nog niet aan de beurt was. Daarnaast was een rond hekje. Zo noemden we het hekje van paaltjes met daartussen een ronde stang, om de bosjes heen. Bosjes. Zo noemden we de struiken om het plein. Gek hoe dingen hun naam krijgen: rond hekje, bosjes.
Op die ronde stang kon je lekker balanceren, eroverheen lopen, als je nog niet in de rij op het bankje hoefde te gaan zitten, omdat je nog lang niet aan de beurt was om te slaan. Iedereen die nog lang niet aan beurt was met slagbal hield zichzelf in evenwicht op het hekje met de stang.
De stang was glad. Ik ben daar toen een keer vanaf gegleden en op m'n rechterarm gevallen. Op m'n elleboog. Dat deed hele erge pijn. 'Zeer', zal ik gezegd hebben. Ik mocht, moest toen van de juffrouw maar op het bankje gaan zitten tot het over was. Dat moet in de tweede klas geweest zijn.


Ik zat aan het einde van de bankje – in het hoekje, kan ik zeggen, want de muur had steunberen en daartussen zaten die bankjes vastgemaakt –, en sloeg mijn beurten van slagbal over, kwam helemaal niet meer aan de beurt. Alle andere kinderen uit de klas gingen door met slagbal, schoven door op het bankje, maar ik niet. Ik bleef in het hoekje zitten. Want die arm bleef zeer doen. Ook na een uur nog, toen we allang met slagbal klaar waren.
Ik moest toen toch maar naar de dokter – hoe dat gegaan is, weet ik niet meer; achter op de fiets bij je moeder? – en daarna naar het ziekenhuis, het Sint-Elisabeth-ziekenhuis aan de Hooigracht in Leiden. Dat kan ik me nog wel herinneren. Want daar werkten allemaal nonnen, hele aardige nonnen. 'Lief', noemden we ze. Want ik kreeg hele stapels oranje papier mee, die ze verzameld hadden van de röntgenfoto's die daarin gezeten hadden, hele grote vellen, en daar kon je mooi op tekenen en mee plakken. M'n arm was op twee plaatsen gebroken, zeiden ze, bij de elleboog, een dubbele breuk. Heel lang hing m'n arm toen in een mitella en kon ik alleen met links schrijven. En dat was ik niet. Dan schoot je heel erg uit met je pen, als je links moest schrijven, terwijl je rechts was. Dat was alleen als je een schriftelijke overhoring had, want verder hoefde ik niet te schrijven in de klas, maar je mocht niet achterop raken, dus die schriftelijke overhoringen moest ik wel maken. Dat zag er niet uit met links. Thuis moest m'n moeder al m'n huiswerk schrijven. In m'n schriften veranderde mijn handschrift in mijn moeders handschrift, van recht naar schuin. En na misschien weer een halfjaar weer naar recht. Jammer dat ik die schriften niet meer heb.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen