woensdag 25 mei 2016

Oorlog en vrede in het Concertgebouw


Dat is toch grandioos, behalve dat het onvoorstelbaar knap is, de kunst om dit als groep voor elkaar te krijgen, om een sfeer neer te zetten – ik druk me wat ongelukkig uit – iedere keer weer, altijd maar weer, met z'n zeventigen, allemaal anders, ieder op een ander instrument, dat dan één geluid wordt, zoals afgelopen zondag, in het Concertgebouw, het geluid van het statige Music for the Royal Fireworks, Engelse overwinningsmuziek, trots, met toeters en trommels, maar daartussendoor veel melodieuze zwier, heel achttiende-eeuws, heel erg Händel, en na de pauze het geluid van de Achtste van Sjostakovitsj, uit 1943, Tweede Wereldoorlog, een symfonie waarmee het orkest volledig de breedte in gaat, het hele podium bestrijkt, met, zoals in het programmaboekje staat, veel slagwerk achterin, dat soms losbreekt 'en klinkt als een onheilspellende oorlogsmachine met gillende klarinetten, snerpende piccolo, een jankend strijkorkest, met pauken en trommen die inslaande bommen suggereren'. Ik hoor cello's en bassen die dreigend zoemen, en soms ook hun snaren laten knallen. De ellende van de oorlog in muziek vertaald.

Wat is dit voor beroep? Wat hebben die zeventig mensen met elkaar om dat te kunnen? Zo schitterend, zo prachtig mooi. Speciaal voor mij, voor ons allemaal, om daar op dat podium te gaan zitten, avond aan avond, een zondagmiddag soms. Wat mooi om dat te willen. Een diepe buiging, chapeau, bravo! – om in publiekstermen te blijven.

Laat de politiek daar in godsnaam af blijven.

Op 22 mei hoorden we in het Concertgebouw het Nederlands Philharmonisch Orkest.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen