vrijdag 13 oktober 2017

De familie Duinen is nu een boek!


Vanavond mocht ik uit handen van schrijver Adri van Beelen het eerste exemplaar van De familie Duinen. Kroniek van Katwijk ontvangen.

En ik ben blij dat het er is. Ik was al een tijdje fan. Vanaf 2015, toen het als feuilleton in De Katwijksche Post verscheen. 'Om z'n sfeer, z'n goeddorpse sfeer, de verbeelding van het gewone, op zo'n manier opgeschreven dat het allemaal zomaar vanzelf lijkt te gebeuren. Dat is waardoor ik erdoor gevangen raakte,' schreef ik op 9 juni van dat jaar. 'Al die afleveringen achter elkaar, dat is zo mooi, dat leest al helemaal als een boek.'

En nu is het dat ook echt. Een boek. En heb je alles bij elkaar. De hele geschiedenis van de familie Duinen. En daarmee ook de hele geschiedenis van Katwijk. Door de ogen van Willem Duinen. Al die plekken en gebouwen die passeren en die het dorp zijn eigenheid gaven, er niet meer zijn, maar in het verhaal opnieuw tot leven komen. Je bent weer eventjes binnen in het weeshuis, het gasthuis, noem maar op. Al die straten en stegen. Je loopt erdoorheen. De groenteboer waar Willems vrouw Anna werkt en waar alle nieuwtjes verteld worden. Waar de hele wereld binnenkomt.

Heel knap hoe Adri van Beelen je dat allemaal laat meebeleven. Met veel warmte opgeschreven. Dit boek is zo mooi! Je kunt erin wegdromen, in wegraken, wegverdaege, zeggen ze in Katwijk.


Uit de folder:

De familie Duinen. Kroniek van Katwijk

Deze kroniek van de Katwijkse familie Duinen begint in 1922. Het verhaal neemt de lezer vervolgens mee door de afgelopen eeuw tot aan de nieuwjaarsnacht op de drempel van het nieuwe millennium. Adri van Beelen plaatst de lotgevallen van de Duinens tegen de achtergrond van het wereldgebeuren. Alles komt voorbij: de crisisjaren, de Tweede Wereldoorlog, de wederopbouw, de roerige jaren zestig en zeventig, de zakelijke jaren tachtig en negentig. Met liefde en groot inlevingsvermogen beschrijft Van Beelen de kleine levens van de Katwijkers, zowel die van de oudste generatie ('Nooit van Kattek weg-eweest, gelokkig'), als die van de  jongeren. Ook in hun bestaan speelt het dorp nog steeds een hoofdrol.

De familie Duinen verscheen eerder in feuilletonvorm in De Katwijksche Post.

Beschikbaar vanaf vrijdag 13 oktober
Uitgave: Primavera Pers, 160 pag.
ISBN 978-90-5997-252-0
€ 14,50

zaterdag 7 oktober 2017

De UNI (2)

Dit is wel de braafste foto die ik van mezelf heb.

Na het trommelen heb ik nog een blauwe maandag tuba gespeeld. Liever had ik trompet gespeeld, maar er was op dat moment geen trompet voorhanden. Een trompet, dat was m'n droom, instrument met de grootste dynamiek, die reikt van het schetterende geluid in een brassband tot de zoetgevooisde klanken van Chet Baker.
De tuba mocht je wel mee naar huis nemen. De buren zullen er wel gek van geworden zijn. Je kunt het niet op een plankje doen, zoals bij het trommelen, en een koptelefoon heb je er niet voor. Misschien inmiddels wel.
Maar zoveel herrie als een trompet* maakt een tuba niet. Ik vond het maar saai, en dus hield ik ermee op. Trommelen ging ik ook niet meer. Een trompet, ja, dan had het misschien nog wat geworden met mij, bij de UNI.

* Op het orgel na, maar dat zijn in feite heel veel trompetten bij elkaar.

dinsdag 26 september 2017

De UNI (1)


Zo'n veertig jaar geleden zat ik op de UNI, de Christelijke Muziekvereniging Uitspanning Na Inspanning. Ik trommelde. Dat was iedere woensdagavond. Dan liep ik van de Zuidstraat achterom via de Willy Sluiterstraat en de Schelpendam naar de Wethouder D. Ouwehandstraat, waar, net voor de Parklaan, in een inham, de UNI-zaal was. Aan het begin van de avond was het altijd een beetje voor jezelf trommelen. Dat was een gigantische, ongeorganiseerde herrie. Tot we echt gingen beginnen, met het oefenen van marsen en lopen.

Overzicht van de tekens voor de verschillende soorten slagen voor in het schrift.

Die marsen moest je uit je hoofd leren. Daar hadden we een soort spijkerschrift voor. Zo noemde je dat. Geen noten. Elke regel moest je twee keer spelen. Taratátatatátatátatá taratátatatátatám, taratátatatátatátatá taratátatatátatám. Twee keer hetzelfde. Dat heb je niet door als je langs de kant van de weg naar een muziekkorps staat te kijken, maar zo zit een mars in elkaar. Om hem te leren hoefde je die regel natuurlijk maar één keer op te schrijven. In je schrift.




De marsen zijn genummerd met Romeinse cijfers. Als de tambour-maître
met de punt van zijn mace omhoog wees, moest je opletten, want dan wist je
dat er (na de blazers) een nieuwe mars aankwam die gespeeld moest worden.
Daarna hield hij de mace horizontaal en gaf daarboven met zijn vingers aan
welk nummer. De tambour-maître is eigenlijk een soort dirigent.

Dat schrift heb ik nog. Als ik er even op ga zitten, kan ik ze zo weer spelen: de Hollikideemars, de Stokkenmars – met veel slagen op de stokken* –, de Schotse Mars, de Bejamars – die mars met die vreemde naam, genoemd soms naar een van de majorettes?** –, de Pauke[n]mars, de Jubileummars... in totaal zo'n veertien marsen. Je had een teken voor een drieslag – tata-tam –, een vijfslag – tata-tata-tam –, en een zevenslag – tata-tata-tata-tam. Eigenlijk zijn dat langzame roffels met op het eind een enkele linker- of rechterslag. Je kan namelijk rechts of links beginnen, met zo'n drieslag, vijfslag of zevenslag. Omdat ze oneven zijn, kom je altijd bij de andere hand uit. De slagen vóór de laatste, losse slag zijn dubbel.*** Maar daarvoor hoef je je trommelstok maar één keer te laten vallen. Want als de stok op het trommelvel komt, laat je hem één keer stuiteren. Dat is de overeenkomst met de roffel, maar daarbij begin je altijd rechts. Ook bij een roffel laat je de stokken om beurten stuiteren. Bij elke slag geef je dus twee slagen. Maar dan snel achter elkaar, heel snel. Tot er één (lange) ruis ontstaat, zoals in een circus, als het spannend wordt. Ook bij de roffel heb je op het eind een enkele, losse slag. Een roffel kan overgaan in een drieslag, vijfslag of zevenslag. Dat kun je allemaal in dat spijkerschrift aangeven.

Mijn trommelstokken heb ik nog.

De roffel, daar begon je mee als je bij de muziek kwam. Alleen maar roffelen, iedere dag. Niks anders.**** Ik denk dat dat wel een paar maanden duurde. Dan kon je aardig roffelen en kon je met de marsen beginnen. Het meeste deed je thuis, op zo'n ronde kaasplank met daarop een stukje vinylzeil gelijmd en rondom met tapijtspijkertjes vastgezet. Op een echte trommel zouden de buren gek worden. Daarop mocht je in de UNI-zaal spelen, voorspelen, vroeg in de avond, voor de tamboers kwamen om de marsen te oefenen. Dat moest bij Wim Sip, de tambour-maître. Zaterdagochtend kreeg je extra les op de Bestevaerweg, bij Hans Plug. Die had ook een echte trommel thuis staan – ik denk dat de buren daar rekening mee hielden. Daar leerde je ook de drieslagen, vijfslagen, zevenslagen, negenslagen en de dubbelslag en ook alvast de marsen, voor later als je mee mocht lopen.


Normaal liep Hans met de grote trom. Hij zat al heel lang bij de UNI. We hebben hem nog eens voor de grap op zo'n paaltje aan het begin van een fietspad laten knallen, door als laatste rij trommelaars – we liepen met z'n vieren en ik liep rechtsachter – vlak voor dat paaltje uit elkaar te gaan. Hans liep daarachter met de grote trom. Ik herinner me ook nog een keer dat het trommelvel van de grote trom scheurde en die hele stok met vilten bol in de trommel verdween. Ja, het was altijd erg gezellig bij de UNI. Ik heb ook wel eens het verhaal gehoord dat er een deksel losbrak van de pols van de man die met de deksels liep en door de lucht scheerde net over het publiek heen. Maar dat was voor ik bij de UNI kwam.

De Christelijke Muziekvereniging Uitspanning Na Inspanning
voor de KW 88 bij de vuurbaak op 9 juni 1980.

Nadat we getrommeld hadden op woensdagavond kwamen de majorettes en dan bleven we altijd kijken. Als die klaar waren, gingen we wat drinken en patat eten in de patattent van Jaap Bax in de Tramstraat. Die stond daar in het midden op een soort eiland, want aan de achterkant van de patattent liep de Havenstraat en had je aan de overkant op de hoek de lampenwinkel van Schaart, en aan de voorkant liep de Tramstraat. Tegenover de patattent was de Casa Cara, de discotheek.


In Sporthal Cleijn Duin hadden we onze jaarlijkse uitvoering.

Dat het zo gezellig was bij de UNI kwam ook omdat ze een eigen zaal hadden. De UNI-zaal was ooit door de leden zelf gebouwd, in 1948. Eén keer in het jaar hadden we daar een feestavond en met kerst was er altijd een rad van avontuur met kerstboutverloting. Ik denk dat het vlees bij slager Bert van der Plas vandaan kwam, niet bij 'Keurslager' Just Vooijs. Want de UNI was altijd gewoon, bleef altijd zichzelf. Het was er in ieder geval veel gezelliger dan bij de DVS (Christelijke Muziekvereniging Door Vriendschap Sterk), de grote concurrent. Daar was het allemaal heel strak en militaristisch. En had je ook geen majorettes. Wij zagen er ook helemaal niet militaristisch uit in die tijd. We hadden gele met bruine pakken. Dat vonden we zelf ook verschrikkelijk, die poep-en-pieskleuren. De majorettes liepen in oranje pakjes voorop, die zagen er wel leuk uit. Tussen de UNI en de DVS was het zo'n beetje het verschil wat je had tussen voetbalvereniging Katwijk en Quick Boys. In die tijd dus. Dat zeg ik er maar even bij, want je moet voorzichtig zijn met dit soort uitspraken. Je had ook nog de Harmonie (Muziekvereniging Harmonie Katwijk) uit Katwijk-Binnen, maar die zaten alleen maar als ze speelden. Terwijl het er nou juist om ging om door de straten te lopen. Het leukste was als we ergens een aubade moesten brengen, voor korpsleden die bijvoorbeeld 40 of 50 jaar getrouwd waren. Dan marcheerden we dwars door het dorp, zonder dranghekken of politiebegeleiding of wat ook, zo door de straten. Een spontane actie, zou je dat tegenwoordig noemen. Tot we bij de plek waren waar de aubade gebracht moest worden. Daar stelden we ons dan op op de straat en tegenoverliggende stoep voor het huis en de voordeur in kwestie en kwam het jubilerende paar naar buiten. Om wat muziek aan te horen, afgesloten met 'Lang zullen ze leven!'. We zijn ook nog eens naar het oude hotel Savoy gemarcheerd om binnen een aubade te brengen. Dat verliep nogal chaotisch met een heel korps in de dan wel krappe ruimte. Het bloemencorso was ook altijd leuk. Lekker lopen en afwisselend met de blazers trommelen en de majorettes voorop. (Zo'n korps, met de majorettes voorop en dan de tamboers en daarachter de blazers, was al een optocht op zich. Het leek wel een processie.) Op een bepaald punt, net waar je van de Rijnmond in het noorden de Boulevard op kwam, voorbij hotel Savoy, hadden we pauze en zouden we fanta of cola krijgen van de organisatie, maar die hadden we zelf voor het grootste deel omgeruild voor bier. Als je dan de volgende helft moest lopen, ging dat behoorlijk in je benen zitten.
We deden mee aan allerlei concoursen. Ik herinner me nog dat we in Wuppertal optraden en dat we tussen de middag koude Iglo-maaltijden kregen. Zo uit de koelkast. Wat een armoe was dat. Wisten de Duitsers niet dat je dat moest opwarmen? Wanneer het precies was, dat optreden in Wuppertal, weet ik niet meer. Er zijn meer reisjes die kant op geweest, begrijp ik uit een bericht uit het Leidsch Dagblad van 26 november 1985. Het optreden dat ik heb meegemaakt moet van na 1978 geweest zijn. De historicus Van Deursen haalt in zijn boek In Katwijk is alles anders een optreden aan uit 1974. Hij vertelt dat de Duitsers die naar Katwijk op vakantie kwamen het er een jaar later nog over hadden dat ze de UNI in Wuppertal gezien hadden.***** Van een concours in België herinner ik me van de plaats waar we optraden dat de pleinen en straten allemaal schuin afliepen en dat de cafés vol zaten met breiende vrouwen. Ja, die concoursen vond ik wel het ergste eigenlijk, al die figuren lopen, dat was niks aan. Liever liep ik gewoon door de straten.

De UNI marcheert over het Vuurbaakplein. Ondertussen gaan de majorettes met een
collectebus langs de deuren om geld op te halen voor het Anjerfonds. 9 juni 1980.

* Preciezer: van de rechterstok op de linkerstok.
** Bea Nijgh.
*** Een drieslag heeft dus één dubbele slag, een vijfslag twee dubbele slagen en een zevenslag drie.
**** Het ging erom de stokken zo los mogelijk in je handen te houden. Om dat te leren en ze niet te laten vallen, deed je in het begin om het achtereind van de stokken een rubberen ring van de dop van een beugelfles Grolsch. Verder beweeg je alleen je polsen. Roffelen is net als zwemmen. Als je het eenmaal kan, verleer je het nooit meer. Maar op een drumstel spelen, dat leer je eigenlijk nooit goed, als je tamboer geweest. Op een enkele trommel speel je anders.
***** A.Th. van Deursen, In Katwijk is alles anders. Een christelijk dorp ontmoet de wereld 1940-2005. Amsterdam: Bert Bakker, 2011, p. 178.

zondag 17 september 2017

De uittocht – In de Oost (1)


25 mei 2017 – ergens onderweg tussen Djakarta en Bandung.


Allemaal in de file, met alles wat maar rijden kan. Allemaal op pad voor het lange hemelvaartweekend. Moslims, christenen, hindoes, allemaal vieren ze op een andere manier hetzelfde feest en geven elkaar daarin de ruimte.

zaterdag 9 september 2017

Vlaggen voor het raadhuis – Wat nou weer? (3)

Staat er iets over in de wet?* Vroeger kreeg je er een bekeuring voor, dat weet ik wel, maar met een lampje eronder mag het opeens. Zelfs op zondag. Ons derde vlogje voor de VLOK (RTV Katwijk)** gaat over de vlaggen voor het gemeentehuis. Die waren er vroeger niet. Vroeger? Nog helemaal nog niet zo lang geleden niet.

Wel even een waarschuwing vooraf: de uitzending is niet geschikt voor jeugdige kijkers!




* Op rijksoverheid.nl vinden we de vlaginstructie, waarin onder andere staat: 'Wel zijn er gebruiken en regels (protocol) voor het uithangen van de vlag. Zo mag een gehesen vlag nooit de grond raken of het verkeer hinderen. Ook is het de gewoonte dat u de vlag niet laat hangen tussen zonsondergang en zonsopkomst. Wilt u de vlag ’s nachts wel laten hangen? Dan is het goed gebruik de vlag te verlichten, waardoor de kleuren goed zichtbaar zijn.' Dat laatste heb ik nooit geweten. Ik vraag me af van wanneer die toevoeging is.
** De uitzending was mei 2017 op tv.

donderdag 31 augustus 2017

Vijfentachtig

Met zusje Wil en broertje Wim.

M'n moeder is vandaag 85 jaar geworden. Op deze foto is ze een jaar of negentien.

donderdag 24 augustus 2017

Carel

Carel de Vink (27 februari 1887 - 28 april 1944).

Dit is de tweede man van m'n oma. Zijn geschiedenis is duister. Pas een paar weken terug kreeg ik voor het eerst deze foto te zien. Ook hij ging vroeg dood. Uit zijn eerste huwelijk met Jacoba van Duijn (14 oktober 1892 - 22 juni 1928) had hij zes kinderen. Bij mijn oma kreeg hij er nog zes. Met m'n ome Jaap erbij, de zoon uit haar eerste huwelijk, is dat dertien. Zeven van haarzelf. Ze trouwden op 22 mei 1930.

M'n ome Jaap vertelde me een keer dat hij bang was voor die man. Dat hij zich als kind – hij zal toen een jaar of tien geweest zijn –, verstopte achter de rokken van z'n moeder als ze hem tegenkwam op het land. En dat hij haar steeds mee uit nam naar Rotterdam. En ik dacht altijd dat hij aan een tumor in zijn hoofd overleden was, maar het was wolf. Dat krijg je in je gebit. Hij lag daarvoor in een kliniek in Wassenaar.

M'n vader was twaalf toen z'n vader overleed. Hij is naar hem vernoemd. Ik ook. Omdat ik het altijd een rotnaam vond – de naam klinkt me te hard –, liet ik me liever met mijn tweede naam aanroepen.

M'n opa was landarbeider. Dat verklaart misschien dat m'n vader ook een tijdje op het land gewerkt heeft, van zijn twaalfde tot zijn veertiende. Toen ging hij naar zee. Maar aan boord noemden ze hem Kees. Zo wordt hij nog door iedereen genoemd. Carel was een buitenissige naam, die kenden ze niet in Katwijk. M'n vader was erg mager in de tijd dat hij voor het eerst ging varen. Hij herinnert zich nog dat ze tegen hem zeiden: 'Keesje, je moet wel eten!'

Met dank aan Marianne Spaargaren-de Vink en Maria Hensbergen-de Vink voor de foto.

donderdag 17 augustus 2017

Op de foto

Aaltje Schaap (11 augustus 1896 - 26 april 1976) en Jacob van Duijn (16 juni 1898 - 20 febuari 1918).

M'n oma van vaderskant met haar eerste man.

Hoe ze in de camera kijken. Zij met die verliefde, verwachtingsvolle blik, minzaam, hij stoer voor zich uit, een hand op haar schouder. Je moest er helemaal voor naar Leiden, naar de Haarlemmerstraat, schemert er door op de rand van de foto. Nummer 47. Zat daar een fotograaf? Ze heeft zich er mooi voor aangekleed, een wrong in haar haar, een ketting om en een riem met een grote, vierkante gesp. Hij een pet op en in de nog vrije hand een sigaar.

Ze trouwden op 20 december 1917. Ergens daarvoor zal de foto gemaakt zijn, waarschijnlijk toen ze verloofden.

Het huwelijk van Aaltje en Jacob duurde twee maanden. In het Leidsch Dagblad van 1 maart 1918 lezen we dat de YM 242 'Adriana Johanna' waarop Jacob voer als matroos, in de vroege morgen van woensdag 27 februari op een mijn liep. Zoon Jacob (de halfbroer van mijn vader uit het vorige bericht) werd een maand later geboren, op 27 maart 1918.

Leidsch Dagblad, 1 maart 1918.

Volgens een bericht in de Leidsche Courant is de ramp met de YM 242 echter al een week eerder gebeurd, op woensdag 20 februari. Kranten schrijven elkaar over. Dit is ook te lezen in een verklaring aan de Inspectie voor de Scheepvaart van schipper J. Vink van de YM 178 'Nora', die het ongeluk heeft 'zien' gebeuren. Uit een verklaring aan dezelfde inspectie van reder J. van Beelen wordt duidelijk dat de Adriana Johanna 'voor het laatst is uitgevaren' op de maandag daarvoor.

Verklaring van schipper J. Vink van de YM 178 'Nora' van 20 februari 1918.*
Verklaring van reder J. van Beelen van 11 maart 1918.

Met dank aan Jan van Welie en Jan Sneijders voor de laatste informatie.

*Tekst van de verklaring, waarin een enkele spelfout stilzwijgend is verbeterd: [...] Bij een stijve bries met lichte sneeuw, buien, werden wij vanmorgen om 7 uur door de wacht gewaarschuwd dat een vaartuig op een mijn liep. Wij hebben onmiddellijk het net ingehaald en hebben ons naar die plaats begeven. Daar gekomen zagen wij behalve wat wrakhout een sloep vol water met een man erin die ons toeriep. Wij wierpen hem een lijn toe met de reddingsboei eraan, die hij beetpakte. Wij haalden hem naar ons toe maar met optrekken langs het schip liet hij zich los en verdween in de diepte. Toen hebben wij dadelijk onze sloep buiten gegooid en zijn naar die plaats geroeid maar we hebben niets meer gezien. De sloep was gemerkt Y.M. 242. [...]

maandag 14 augustus 2017

Op zaterdagmorgen


M'n vader (r) bij z'n halfbroer, m'n ome Jaap.

Dat was altijd op zaterdagmorgen. Iedere week, voor het middageten. M'n ome Jaap z'n vader verdronk op zee. Waarna hun moeder hertrouwde, nog zes kinderen kreeg en haar tweede man uit een eerder huwelijk nog zes kinderen meebracht. M'n vader is de tweede van die zes kinderen, de oudste zoon.

donderdag 10 augustus 2017

Op de logger

M'n vader is die jongen, derde van rechts, van opzij gefotografeerd.

M'n vader als visserman.

Hij ging met z'n veertiende jaar naar zee. Dat was vlak na de oorlog, in 1946. Daarvoor werkte hij vanaf z'n twaalfde op het land. Zijn vader was in 1944 jong overleden en liet een moeder met zeven kinderen achter. Er moest brood op de plank.

maandag 7 augustus 2017

In de duinen

Zomer of herfst 1964, ik ruim 2 jaar oud, m'n vader ruim 32 jaar.

M'n vader als speelkameraad.

Ik met een bal, m'n vader met de vlieger. Wanneer kan-ie de lucht in? 

donderdag 3 augustus 2017

Van dichtbij

Hilversum, 1951. Staand, rechts.

M'n vader als marineman.

Den Helder, 1951. Rechts.

vrijdag 28 juli 2017

Op de plaat – het kan nog erger

Marine-Opleidingskamp, Hilversum, 1951.
De foto meet in werkelijkheid 14 x 30 cm. Klik erop voor een vergroting.

Dit is zo'n foto waarbij m'n vader altijd zei: 'Kijk, hier sta ik', en dan gewoon maar iemand aanwees. Hij staat er wel op, hoor. Ergens achteraan, onder dat kanon.

woensdag 19 juli 2017

Op de plaat in de Nieuwe Kerk

De plaat. Klik op de foto om te zien wie u nog kent.

M'n opa en oma staan nog op een plaat die in de Nieuwe Kerk is opgenomen. Je moet even zoeken maar dan vind je ze. Ze zitten in het middengestoelte net links van het orgel* en dan iets naar voren, een rij of vier van achteren. Op de detailfoto hieronder kunnen we ze beter zien. M'n oma is die vrouw met dat hoedje (met rand) net rechts van het midden. Je ziet alleen haar ogen en neus. M'n opa zit links van haar, links van het midden op de foto. Het is de man die zijn nek uitsteekt – want hij wil natuurlijk wel op de foto. Het is net of hij grote oren heeft, maar dat is gezichtsbedrog, want dat komt door de kleding van de mensen die achter hem zitten. Bij zijn linkeroor is dat 'oor' heel duidelijk het overhemd van de man achter hem. Tussen m'n opa en oma zien we nog twee mannenhoofden, een schuin voor m'n opa en een die tussen die man en m'n oma door kijkt. Zo, nu is wel duidelijk wie m'n opa en oma zijn.


De plaat – we hebben het hier over een langspeelplaat – is uit jaren 60. Het is de derde in een serie en de opbrengst ervan was 'geheel bestemd voor de bouw van een orgel in de nieuw te bouwen Nederlands Hervormde Kerk in de wijk "Hoornes" te Katwijk aan Zee', staat er op de achterkant van de hoes. Wanneer de plaat precies is opgenomen weet ik niet, maar omdat de Pniëlkerk, zoals 'de nieuw te bouwen kerk' zou gaan heten, op 23 februari 1968 in gebruik werd genomen, kunnen we hem wel ergens voor die datum dateren. En waarschijnlijk na 30 september 1966, omdat toen door dominee G. Boer de eerste paal werd geslagen. Laten we het houden op de herfst of winter van 1966 of 1967, want de mensen hebben dikke jassen aan.
Behalve de gemeente die zong, deden er heel wat koren mee: het Christelijk Gemengd Koor 'Hallelujah', onder leiding van Joh. Admiraal, onder de noemer 'verenigde koren' het Gereformeerd Kerkkoor, het Hervormd Kerkkoor 'Molenwijk' en de Christelijk Gemengde Zangvereniging 'Soli Deo Gloria', alle drie onder leiding van Bram Zaalberg, het Nederlands-Hervormd Zondagsschoolkoor 'Het Mosterdzaadje', onder leiding van D. van der Plas, en verder de Christelijke Muziekvereniging 'UNI'** met solisten, onder leiding van N. Houppermans. Het is groots aangepakt, want een van de koren komt uit Leiden, een ander koor uit Koudekerk aan den Rijn. Het orgel werd bespeeld door Dick van Rijn en de gemeentelijke samenzang stond onder leiding van Wim de Ruiter. Het is allemaal te lezen op de achterkant van de hoes hieronder. Met ook de 'Tekst der liederen'. We zien dat de foto op de hoes gemaakt is door fotograaf Kruyt. Wat een mooie compositie met die kroonluchters. Die geven het ook die herfstige avondsfeer.

Het moet een hele belevenis geweest zijn in die tijd, een plaatopname. De meeste mensen hadden niet eens een pick-up in huis, alleen een radio, en als ze tv hadden, waren daar in zwart-wit twee zenders ('netten') op te ontvangen, Nederland 1 en 2, maar aan hun stralende gezichten te zien waren ze met het eenvoudige leven dat ze leidden toch heel gelukkig. Je kan er jaloers op worden. Vooral als ze de kerk uit kwamen en daar aan de overkant van de straat in volle glorie het gast- en weeshuis ontwaarden, niet wetende dat er in het mooie dorp waarin ze woonden nog geen tien jaar later lieden*** het voor het zeggen kregen die deze hoogstandjes van onze vaderlandse architectuur**** met de grond gelijk zouden maken.

De achterkant van de hoes. Klik op het plaatje voor een leesbare vergroting.

Tot slot nog de volgende vraag: wie heeft voor mij de originele (gedigitaliseerde) foto van fotograaf Kruyt? Dan zouden we alles een stuk scherper zien! Graag uw reactie.

En! Alle berichten over de Nieuwe Kerk of daaraan gerelateerd, hebben nu een eigen label: 'Nieuwe Kerk'. Klik daarop in de wolk van labels in de zijbalk van Huize Zeezicht om alle berichten over de kerk te lezen.

* Het is nog het oude orgel, dat niet zo naar voren gebouwd is als het nieuwe.
** Afkorting voor Uitspanning Na Inspanning.
*** Grote domoren. Dit is nog een milde aanduiding. Aan de wet hielden zij zich in ieder geval niet en van democratische besluitvorming hadden zij nog nooit gehoord.
**** Het weeshuis en gasthuis werden ontworpen door architect H.J. Jesse en respectievelijk gebouwd in 1902 en 1908. De Nieuwe Kerk dateert van veel eerder. In 1884 is het het eerste gebouw dat Jesse ontwerpt. Hij is dan pas 24 jaar. In die tijd bouwt hij vooral in de Hollandse neorenaissancestijl. Later krijgt de stijl van Berlage meer invloed op zijn werk.

dinsdag 18 juli 2017

De Nieuwe Kerk – morgen de apotheose!


De Nieuwe Kerk, met luchters als wereldbollen, waaromheen de sterren cirkelen als de lampen branden gaan.

Morgen, om 10.00 uur op Huize Zeezicht!

maandag 10 juli 2017

Nog meer Nieuwe Kerk


In 2011, één jaar na het 150ste geboortejaar van Hendrik Johannes Jesse (10 juli 1860), maakte Adri van Beelen in de serie 'Sporen van vroeger' een prachtige en uitgebreide reportage over de Nieuwe Kerk. Met een interview met een kleindochter van de architect, Anneke Jesse. Ik had het gemist, maar ben blij dat Adri me erop attent maakte. Wat heeft deze architect ons veel moois nagelaten! Moois en veel, inderdaad. Zoals in de reportage terecht wordt opgemerkt, was hij een echte workaholic. Overal vind je nog zijn markante gebouwen en woonhuizen. De omgeving had er beslist anders uitgezien als Jesse er niet was geweest.
In de serie over de Nieuwe Kerk, ruim een week geleden op deze blog door mijn familie in gang gezet, brengen we deze film weer onder de aandacht. Het zeer inventieve camerawerk is van Jaap Arnoldus. Ga er maar eens lekker voor zitten.


En... óók belangrijk om alvast maar te vermelden... in het najaar komt er van Adri een heel nieuw boek uit, over Katwijk!

vrijdag 7 juli 2017

In de Nieuwe Kerk


Voor m'n praatje twee jaar geleden in het DunaAtelier moest ik wat foto's hebben van de ornamenten in de Nieuwe Kerk. De koster had geen tijd, dus liep de vrouw van de koster met me mee om de deur te openen. Zij had eigenlijk ook geen tijd, omdat ze koffie moest schenken in het rouwcentrum. Maar tussendoor kon ze wel even de kerk voor me opendoen. 'Ga je gang!' zei ze, toen ze de deur open had.


Waarna ik ineens in de lege kerk stond. Helemaal alleen. In de 'kathedraal van Katwijk', zoals de kerk ook wel genoemd wordt. Het wonder van Jesse.* Wat een genoegen. Geluk.


Ik ging er voorzichtig van lopen, zonder geluid. In de stilte van de nog vroege avond. Neergedaald in het gebouw. Een zomerse avond. De zon die in lange banen naar binnen scheen. Om de grote leegte van de binnenkant heen het geroep van de meeuwen buiten.



Ik maakte veel meer foto's dan ik van plan was – had de tijd, maar durfde er toch geen uren te gaan zitten, op de lange banken met de groene kussens –, en ook een filmpje, om die vogels, de zon die door de ramen naar binnen kwam, de ervaring, het gevoel om daar in m'n uppie in die grote, hoge ruimte te zijn. Met in m'n hoofd een gigantisch oooooooooooooo! Zo mooi.


* Zo zou je de kerk ook wel kunnen noemen, om de enorme met stalen stangen overspannen ruimte, zonder pilaren, die de architect creëerde, op de leeftijd van 24 jaar!

zaterdag 1 juli 2017

Het huisje van Pietje van de Kerk

Foto: Wim van Duijvenvoorde

Familie van me was vanmorgen op de Nieuwe Kerk* en stuurde me deze foto van het huisje van Pietje van de Kerk. Zo werd m'n overgrootmoeder genoemd, Pietje van Rijn, haar meisjesnaam was Guijt. Ze woonde naast de kerk en deed ook veel voor de kerk. In het gebouwtje links naast haar huis verzorgde ze de doden en schonk er koffie voor de rouwenden.

Het huis in 2015, Voorstraat 77A.

M'n overgrootmoeder is bijna honderd geworden. Ze kwam al jong in het huis inwonen bij een oom en tante, heb ik me laten vertellen, en is er altijd gebleven.

Het huis in 2015, met de serre en het kerkplein.

M'n tante Agaath was de laatste die er woonde, nadat ze jarenlang haar moeder had verzorgd nog bijna dertig jaar. Daarom was het voor mij ook vooral het huis van tante Agaath. Ze heeft er haar hele leven gewoond. Nadat ze op 23 februari 2016 overleed, stond het huis nog geruime tijd leeg. Nu wonen er nieuwe mensen in. Dat is onwezenlijk. Het hele huis wordt verbouwd. Op de zolder hebben ze er een groot dakkapel in gemaakt. Op het zuiden. Wat zal dat warm zijn 's zomers. Het was er altijd al zo warm, in het huis, ook zonder dakkapel.

Woensdag zou tante Agaath 87 zijn geworden.

* Met dank aan Wim en Marja van Duijvenvoorde. De kerk staat in de steigers en het publiek werd in de gelegenheid gesteld met een lift omhoog te gaan.

vrijdag 30 juni 2017

Over een pad en zes eenden


Maandag was het al een pad die ik een zetje moest geven, van het pad af. Je zag hem denken: Wat moet ik dan? Ik zit hier toch goed, op zo'n heel mooi pad? Ik zei: 'Pad, dit is een pad waarop je zit. Er fietst en brommert van alles overheen. Als ik je geen zetje geef, ben je straks plat, een platte pad op het pad.' Dan is het niet meer zo'n heel mooi pad. Z'n kraaloogjes draaiden in het rond, dan weer vooruit, dan weer omhoog, naar die reus die naast hem stond, niet wetende wat hij moest doen. 'Nou, pad, dan geef ik je een zetje. Dat is beter voor je. Fijne dag nog!'


Dinsdag was het een stel eenden, zes in totaal. Ze stonden in een rijtje, van plan de weg over te steken. Geen drukke weg, maar toch. Ze draalden, druk kwakend, met z'n vijven tegen die vooraan. 'Hé, eenden, zal ik jullie maar helpen? Gisteren had ik al een pad, die niet van het pad af wou, en nu heb ik jullie, die niet over de weg kunnen, maar er wel over moeten. Omdat jullie denken dat het gras aan de overkant groener is. Kom.' Ik zette m'n fiets neer om de auto's tegen te houden. En daar kwamen ze, alle zes, waggeldewaggel. 'Kom maar. Nou niet op de middenberm blijven hangen. Kom!' En ook dat lukte, druk kwakend: 'Wat goed van u, meneer, dank u wel! Wat fijn dat u ons naar de overkant helpt.' Allemaal door elkaar. Blij dat ze waren toen ze in hun nieuwe gebied aankwamen.

Die avond fietste ik weer langs de eenden in hun nieuwe gebied. Van verre hoorde ik ze al kwaken: 'Kijk, daar heb je die meneer, die ons vanmorgen zo goed geholpen heeft.'

maandag 19 juni 2017

Op zoek naar Spinoza – Wat nou weer? (2)

Baruch Spinoza – ca. 1665, schilderij van een anonieme Duitse schilder,
Collectie Herzog August Bibliothek, Wolfenbüttel, Duitsland.

Omdat de gemeente Katwijk sinds 2006 uit drie dorpen bestaat – Katwijk, Rijnsburg en Valkenburg –, moeten alle drie de dorpen aan bod komen in de vlogjes. RTV Katwijk is immers de omroep voor alle Katwijkers.
Veel Katwijkers vinden dat maar zozo, dat de dorpen gefuseerd zijn. Op verjaardagen worden daar altijd grappen over gemaakt. Tussen Katwijk-Zeeërs aan de ene kant en Katwijk-Binners, Rijnsburgers en Valkenburgers aan de andere kant bestaat een zekere rivaliteit. Katwijk-Zeeërs kijken een beetje neer op de rest, omdat mensen die op zee varen of gevaren hebben (ook al zijn ze zelf nooit op een boot gestapt maar wonen ze alleen maar in het zeedorp) nou eenmaal meer hebben meegemaakt dan mensen uit de binnenlanden, zo is de gedachte.
Toch is het wel mooi, als ik het even neutraal formuleer, dat de Katwijkers die niet in Rijnsburg wonen, dat zijn dus de Katwijk-Zeeërs, de Katwijk-Binners en de Valkenburgers, er door de fusie met Rijnsburg zomaar een filosoof, een wijsgeer, bij hebben gekregen. En niet zomaar een filosoof. Eentje van internationale allure, waar zelfs een prijs naar genoemd is, de belangrijkste prijs die je in Nederland als wetenschapper kan verdienen. Dat dat maar even duidelijk moge zijn. En een uitje over de haring is ook wel lekker. Daarover gaat het volgende vlogje...


... dat in april op de televisie was en nu op YouTube te zien is.

Alles over het Spinozahuis leest u hier.

donderdag 15 juni 2017

Bijzonder Berkheide, bijzonder boek, niet alleen over de natuur


Van Co kreeg ik het boek Bijzonder Berkheide cadeau. Ik ben er gelijk in gaan lezen. Berkheide is het duingebied tussen Katwijk en Wassenaarse Slag. De naam is ontleend aan het in zee verdwenen dorpje Berkerhey dat voor de slag lag.
Het boek is rijk geïllustreerd. Mooie foto's van planten en dieren. Veel vogels ook. Volgens mij bestaat zo'n beetje de hele redactie uit vogelaars. Voor de luchtopnamen in het boek is handig gebruik gemaakt van drones. Op bladzijde 17 zie ik nog twee foto's van vroeger, gemaakt vanuit een vliegtuig. Ik heb er wel eens over nagedacht hoe dat geweest moet zijn. In de tijd dat Juliana in Katwijk woonde en studeerde, tussen 1927 en 1932, had zij aan de voorkant van villa 't Waerle uitzicht op zee en aan de achterkant op het wantveld, waar de netten werden uitgereden om door de nettenboetsters te worden gerepareerd. Hoe moet je je daar als prinses gevoeld hebben? In de naastgelegen villa Hoogcate verbleef het personeel. Op de foto's zien we de beide villa's ten zuiden van villa Allegonda. De laatste staat er nog, of moet ik zeggen, weer. Na een tijd hotel Savoy geweest te zijn, het afgelopen jaar weer is teruggerestaureerd naar haar oude vorm.
Veel plaatjes, ik zei het al. Ogen te kort. Op pagina 134 vinden we een fraaie opname, ook vanuit een vliegtuig, of helikopter, van gebouw De Waaier, met het 'zeehostunneltje', de tunnel waardoorheen de tbc-patiënten van het toenmalige Rotterdamsch Zeehospitium zonder in contact te komen met de bevolking onder de boulevard door naar het strand werden vervoerd. Via dit tunneltje vertrokken in de Tweede Wereldoorlog ook de Engelandvaarders met hun kano's. Het tunneltje is verdwenen onder de nieuwe zeewering, maar erbovenop is vorige week een monument onthuld dat de herinnering aan deze dappere mannen levend houdt.
Ik blader nog even verder, naar hoofdstuk 22, over boeren in Berkheide. Op de eerste bladzijde van dit hoofdstuk zien we een mooie luchtopname van de Vrieze Wei, aan de rechterkant van het pad dat zich splitst. Als we door de duinen lopen, snijden we daar altijd af. Je ziet dat zich door de Vrieze Wei daar een zanderig pad gevormd heeft. Er moeten er meer zijn die op het idee komen... Aan de andere kant van de splitsing zie je heel duidelijk de dijkjes tussen de vroegere aardappellandjes liggen. Daar ligt de Dorendel. Op bladzijde 137 is daarvan een nog duidelijker foto te zien. Nooit geweten dat Doren hier afkomstig is de achternaam Schaddé van Dooren en niets met dorens van doen heeft. We nemen deze informatie meteen op in het Katwijks woordenboek. Dat kan nog net, voordat het af is. Dat Vrieze Wei een verbastering is van 'Vries z'n wei', genoemd naar ene Vries van der Marel, wisten we al wel. Nee, hier zijn geen Friezen geweest. De namenkwestie wordt uitgelegd op bladzijde 138.
Ik blader nog even terug. Ja, dit is echt een heel veelzijdig boek. Tussen alle planten en dieren heeft zelfs het dialect nog een plekje gekregen, op bladzijde 128. Ik zie het brandezijgertje en het spektaekeldraedje en ook dat je iet thuis mot komme mit 'n buik mit biene ('niet thuis moet komen met een buik met benen'). De laatste uitdrukking is als waarschuwing aan meisjes bedoeld wanneer ze bijvoorbeeld met jongens naar de duinen (naar Berkheide!) gingen om niet zwanger thuis te komen. Ja, het Katwijks kan soms hard zijn in hoe het de dingen verwoordt.
Ik blader weer vooruit. Op bladzijde 199 een oude foto van 'de muur', zoals we in Katwijk de Atlantikwall noemen, van toen die nog door het water liep van een flink duinmeer. Hier heb ik toen ik jong was nog mijn eerste en laatste vorentje gevangen, daar rechts op de foto aan de overkant. Mijn vader moest hem van het haakje halen.
Een heerlijk boek. Ik moest even zoeken in de index en ja hoor, op bladzijde 188 is nog een foto van het Jan Parlebos. Het bestaat niet meer, jammer genoeg, want het was altijd een geheimzinnige plek, met die bomen in het water. Op de foto ziet de plek er nogal open uit, maar in mijn herinnering lag het meertje met de verdronken bomen in een donker dal, als het meer in de roman Oeroeg van Hella Haasse. Ja, het wordt tijd dat ik weer eens een duinwandeling maak. Daar heeft dit boek me wel toe uitgenodigd.

Ommering, G. van, G. van der Bent en R. van Rossum (red.), Bijzonder Berkheide. Katwijk, 2017. Werkgroep Berkheide / Stichting Berkheide Coepelduijnen.

maandag 12 juni 2017

Schrapje


In het weeshuis was lange tijd het consultatiebureau gevestigd en ben ik ook nog voor een mantouxprikje geweest, een 'schrapje'.* Het consultatiebureau was boven, in een kamer naast een hoge zaal. In het midden van de zaal stond een grote tafel, opzij waren schotten waartussen de baby's konden wachten met hun moeders. Toen ik voor het mantouxprikje ging, was ik geen baby meer.

* Zo noemden we dat in Katwijk, uitgesproken met sk. Het mantouxprikje is een injectie met niet-infectueuze tuberculosebasillen. Als je lichaam hierop reageert, ontstaat er na drie tot vijf dagen een bultje, wat betekent dat je niet bevattelijk bent voor tuberculose.