donderdag 24 augustus 2017

Carel

Carel de Vink (27 februari 1887 - 28 april 1944).

Dit is de tweede man van m'n oma. Zijn geschiedenis is duister. Pas een paar weken terug kreeg ik voor het eerst deze foto te zien. Ook hij ging vroeg dood. Uit zijn eerste huwelijk met Jacoba van Duijn (14 oktober 1892 - 22 juni 1928) had hij zes kinderen. Bij mijn oma kreeg hij er nog zes. Met m'n ome Jaap erbij, de zoon uit haar eerste huwelijk, is dat dertien. Zeven van haarzelf. Ze trouwden op 22 mei 1930.

M'n ome Jaap vertelde me een keer dat hij bang was voor die man. Dat hij zich als kind – hij zal toen een jaar of tien geweest zijn –, verstopte achter de rokken van z'n moeder als ze hem tegenkwam op het land. En dat hij haar steeds mee uit nam naar Rotterdam. En ik dacht altijd dat hij aan een tumor in zijn hoofd overleden was, maar het was wolf. Dat krijg je in je gebit. Hij lag daarvoor in een kliniek in Wassenaar.

M'n vader was twaalf toen z'n vader overleed. Hij is naar hem vernoemd. Ik ook. Omdat ik het altijd een rotnaam vond – de naam klinkt me te hard –, liet ik me liever met mijn tweede naam aanroepen.

M'n opa was landarbeider. Dat verklaart misschien dat m'n vader ook een tijdje op het land gewerkt heeft, van zijn twaalfde tot zijn veertiende. Toen ging hij naar zee. Maar aan boord noemden ze hem Kees. Zo wordt hij nog door iedereen genoemd. Carel was een buitenissige naam, die kenden ze niet in Katwijk. M'n vader was erg mager in de tijd dat hij voor het eerst ging varen. Hij herinnert zich nog dat ze tegen hem zeiden: 'Keesje, je moet wel eten!'

Met dank aan Marianne Spaargaren-de Vink en Maria Hensbergen-de Vink voor de foto.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen