zondag 29 juli 2018

De kaekebom ('de kakenbom') – Katwijk-fiction


Kijk, en dut is nou zòò'n auwe kaekebom, 'n model d'r-van dan,* waermit of tò-se vrouger op zaekaeke** viste.
('Kijk, en dit is nu zo'n oude kakenbom, een model ervan dan, waarmee ze vroeger op zeekaken visten.')

* De kakenbom was ruim 40 voet lang en had een breedte van 21 voet.
** De zeekaken gingen in kaaktonnen. Van deze zogenaamde 'kaekkantjies' gingen er 200 schoon en leeg mee aan boord. Na ongeveer zes weken voeren de visserlui met de dan volle kaaktonnen weer huiswaarts.

Verder lezen: 'De ontdekking van de zeekaak' – Warm Winter Fest – Katwijk, 19 januari 2018.

zaterdag 28 juli 2018

Een schilderij uit Parijs


Laatst bij de verhuizing kwam dat schilderij weer tevoorschijn, dat ik toen op de Place du Tertre heb laten schilderen. Je hangt dat niet op. Nooit. Dus heb ik het maar uit de lijst gehaald en opgerold. Scheelt een hoop ruimte.

maandag 23 juli 2018

Naar Parijs – even de Voorstraat uit

Avenue des Champs Élysées.

Het was de tijd (de tijd dat je 's nachts na het stappen om warme gevulde koeken ging bij Den Dulk, de tijd dat je uren in de rij stond bij het VVV-kantoortje onder aan de vuurtoren voor een kaartje voor de Stones, of voor Bowie; internet bestond niet en als je een brief moest tikken pakte je een typmachine, die tijd dus, van een krant en een vaste telefoon, aan de muur, met een draad, van de telefoon naar de muur) dat je voor het eerst naar Parijs ging. In een hip jasje met daaronder een T-shirt van The Cure. Met de nachttrein, die er wel acht uur over deed en langs al die Belgische en Noord-Franse stations kwam – Mons, St Quentin, Aulnoye –, waar iedereen in de gangpaden over elkaar heen lag. Midden in de nacht, bij de grens met Frankrijk, stond de trein ergens – het leek wel een rangeerterrein – heel lang stil en kwamen de grenswachten en gendarmes binnen, met kepies en norse gezichten en grote honden. Iedereen wakker maken, op zoek naar verdovende middelen. Maar die hadden wij zo goed verpakt dat ze niets roken. Teleurgesteld verlieten kepies en honden de trein. Je kon er jaren voor in de cel komen. Dus het was bloedlink. Ja, je deed wel meer domme dingen toen je jong was.

Bois de Boulogne.

Ach ja. Alles in je leven bepaalt uiteindelijk wie je bent en wie je worden zal. Het kan alle kanten uit. En het duurt even voordat je je draai gevonden hebt. Het beste is als je die draai nooit helemaal vindt. Dan blijft het leven één lange ontdekkingstocht.

Tour Eiffel.

woensdag 18 juli 2018

'Ons prinsesje' – De Voorstraat (17)


Aan het begin van de Hogeweg, alias de Heilige Berg, staat het huis met de naam 'Ons prinsesje'. Het werd in 1902 in opdracht van Jan Toorop ontworpen door architect Hendrik Jesse. Willem Wassenaar, een leerling van Toorop, ging er wonen.*

Jan Toorop.

De naam 'Ons prinsesje' kreeg het huis pas in 1909. Hiermee is Juliana bedoeld, die in dat jaar op 30 april het levenslicht zag. Een prinsesje waar lang naar uitgezien was, omdat zij het koningshuis moest redden.

Prinses Juliana met koningin Wilhelmina in 1914.

* Joyce Hoogeveen-Brink, H.J. Jesse, architect 1860-1943. Rotterdam, 1997, p. 40.


vrijdag 13 juli 2018

De Heilige Berg – De Voorstraat (16)


Dit is 'de Heilige Berg'. Zo genoemd om de dominees en de huisartsen die er woonden (en wonen). In de ogen van de Katwijkers waren (zijn) dat natuurlijk heiligen. In ieder geval halve heiligen.* Of dat nog zo is, weet ik niet. Nu woont er zelfs familie van me.

De Heilige Berg is de bijnaam voor de Hogeweg, die aan het einde van de Voorstraat parallel daaraan als een ventweg omhoogloopt en voorbij de splitsing met de Zeeweg weer omlaag gaat.

* Huisartsen en dominees beschikken immers over lichaam en geest. Er woonden (en wonen) ook notarissen, aannemers, architecten en andere notabelen. Katwijkers zeggen notabélen.

woensdag 11 juli 2018

Tandarts Mast – De Voorstraat (15)


Naast bakker Den Dulk,* aan de andere kant van het plantsoen, zat tandarts Mast. Dat was een deftig huis met een hoge hal. De hal was achter de voordeur die wat meer naar achteren lag rechts naast het huis, nogal verstopt. Op de foto hierboven achter de rechterboom. Later verhuisde de tandarts naar de Boulevard, naar een van de witte huizen bij de vuurtoren.** Als je in de tandartsstoel zat, keek je zo op zee. Als je er de kans voor kreeg. Ik weet nog dat ik daar iedere twee weken voor mijn beugel heen moest. Mijn moeder ging dan met me mee. De tandarts bewoog dan even met zijn hand, waaraan een tangetje vastzat waarmee de metaaldraadjes van mijn beugel verbogen werden, en klaar was hij. Het klusje duurde ongeveer een minuut. 20 gulden betaalde mijn moeder daarvoor. Iedere keer weer. Het kan ook 12 gulden geweest zijn, laat ik niet overdrijven, in ieder geval een heel bedrag in de tijd dat een huis op de Boulevard nog een ton kostte. Ik weet niet precies meer hoe oud ik was, toen ik voor mijn beugel langs moest, ik ben van 1961, maar ik weet nog wel dat het een enorme beul was, tandarts Mast. Van schrik heb ik hem een keer, toen ik mijn mond niet ver genoeg opendeed, dat zal het geweest zijn, denk ik, een klap in zijn gezicht gegeven.*** Daarna hoefde ik nooit meer terug te komen.****

* Van de slogan 'Wie heeft zulk, alleen T. den Dulk'.
** Officieel horen deze huizen niet wit te zijn, zoals het huidige appartementencomplexje Seinpost op de hoek Boulevard-Seinpoststraat.
*** Misschien dat ik een jaar of negen geweest ben toen het gebeurde plaatsvond, en ik denk dat die klap meer een afwerende duw geweest is.
**** Met mijn tanden die scheef stonden, is het vanzelf goed gekomen.