donderdag 9 augustus 2018

De knipskuite ('de knipschuiten') – Katwijk-fiction

Een knipschuit, met de letters K op de achtersteven, ligt
ter reparatie op het strand tussen de andere knipschuiten.

Je hadde òòk nog de knipskuite.* Die voere van Lààie nae Kattuk, mit knip.**
('Je had ook nog de knipschuiten. Die voeren van Leiden naar Katwijk, met knip, een soort janhagel.')

* De knipschuiten konden gemakkelijk van de kakenbommen onderscheiden worden door de hoofdletter K die aan weerszijden op de boeg en achtersteven geschilderd was. Zij waren ook kleiner dan de kakenbommen. Geen 40 bij 21 maar 30 bij 14 voet. Dat maakte de scheepjes wendbaarder als ze de Rijn af kwamen zakken. De Rijn was in die tijd een bochtige rivier met veel smalle doorgangen bij de bruggen. In Katwijk zeggen ze voor brug bregge en een bekende uitdrukking onder de Katwijkers is een breggetje neme voor als men iets gedurfdst moet doen. Letterlijk betekent dit 'een bruggetje nemen', dus door de smalle doorgang van een brug varen. Maar de doorgangen waren vaak zo smal dat de schipper van de knipschuit eerst een borreltje nam voordat hij erdoorheen voer. Dan durfde hij, zogezegd. Van lieverlede is een breggetje neme daardoor een borreltje nemen (drinken) gaan betekenen, ook als men niet is gewaagdst moest doen, zoals onder brug door varen. Om een lang verhaal kort te maken: de lezer begrijpt wel dat de schippers van de knipschuiten vaak half beschonken in Katwijk arriveerden. Gelukkig werd de Rijn daar naar zee toe steeds breder zodat het wendbare scheepje nergens tegenop botste. Maar in Leiden, waar de knipschuiten hun tocht begonnen, was het nog smal. Lag zo'n knipschuit bijvoorbeeld aangemeerd aan de Lange Mare bij de bakkerij van Goedeljee, dat was op de hoek met de Clarensteeg, dan moest zij eerst onder het smalle bruggetje van de Haarlemmerstraat door en daarna onder het nog smallere van de Stille Rijn om op de Rijn te komen. Dan ging het verder rechtsaf langs de Apothersdijk en het Galgenwater via Valkenburg en Katwijk aan de Rijn naar Katwijk aan Zee. En het schuitje was flink beladen, hoor. De schipper nam dan in de bakkerij al een of twee borrels en voor elk bruggetje dat hij passeren moest nog een borrel. Hij had daartoe een flesje Hartevelt onder de verschansing bij de helmstok liggen. Bekend in Katwijk, maar ook in Leiden, is nog steeds de uitdrukking zo dronken als een knipschipper.
** Knip was een soort janhagel, een rechthoekig zandkoekje met suikerkorrels erop. Het verschil met de janhagel is dat de amandelschaafsel ontbreekt. Het koekje werd in Leiden gebakken. De hele stad rook naar dit baksel, vandaar dat Leiden ook wel knipstad genoemd werd. In het verlengde daarvan lag vanzelfsprekend de aanduiding sleutelstad. (Bij een knip op de deur kun je ook wel een sleutel gebruiken, nietwaar?) De schuiten voeren met de knip van Leiden naar Katwijk via de Rijn om vervolgens bij zee aangekomen linksaf te slaan en op het strand te landen. Daar werd de knip uitgeladen en in lange rijen, als op een bakplaat – maar wel wat groter – op het strand uitgelegd. Vervolgens kwam de afslager met een lange stok. Hij wees de partijen knip aan en sloeg ze af. De vrouwen – de mannen zaten op zee op jacht naar zeekaken – die als eerste hun hand opstaken hadden de beste knip voor de beste prijs.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten