vrijdag 20 mei 2022

Peter Giesen: Retour de France

Retour de France gaat over de oude Route Nationale 7. Van Parijs tot helemaal aan Menton bij de Italiaanse grens. Aan de hand van de plaatsen langs de route worden de historische, politieke en sociale onderwerpen van Frankrijk besproken. Waarom het zo'n verambtelijkt land is. Wat die koningen van vroeger daarmee te maken hebben, en één keizer, Napoleon. Waarom wij daar met zo'n nostalgische blik naar kijken. En alles graag bij het oude houden, zoals we denken dat dat land hoort te zijn, maar het in alles ondertussen finaal achteroploopt. En alles heeft met alles te maken, ook dingen waaraan je helemaal niet denkt maar die wel helemaal waar zijn, bijvoorbeeld waarom ze zoveel praten, die Fransen.

Nu snap ik ook waarom je als je vroeger liftte vanaf de Place d'Italie naar het zuiden, wel meer dan dertig kilometer verder pas uit de auto werd gezet. Dat was nog ruim een decennium voor de rellen er uitbraken, in de banlieues. Maar ook toen al kon je daar dus maar beter niet uitstappen.

De RN 7 van Frankrijk is wat de Route 66 van de Verenigde Staten is. Met vervallen benzinestations, restaurants waar alle tafeltjes leeg zijn, of die zijn omgebouwd tot beddengigant of een andere megaverkoophal.

maandag 9 mei 2022

Het dorp Katwijk op Chinees porselein uit de tijd van de VOC

Het is duidelijk te zien: het dorp Katwijk, met links de vuurtoren, nog in de duinen, en rechts de kerk, met daaromheen de vissershuizen. Tussen vuurtoren en kerk drie rechthoeken. Misschien dat dat schepen zijn die op het strand liggen, want de middelste heeft een vlaggetje. Strandtenten kunnen het niet zijn, want het toerisme moest nog worden uitgevonden. Verder zien we een boer met een koe aan een lijn en nog twee mensen.

Een porseleinen bord, gemaakt in China rond 1720. In 1982 werd het opgedoken uit de Oost-Chinese Zee. In 1725 zonk daar een Chinese jonk die onderweg was naar Batavia. Een deel van de lading was voor de Nederlandse of Europese markt bestemd, een deel voor de Indonesische of Aziatische markt.

Hoe kwamen ze aan deze afbeelding van Katwijk? 'De kerktoren en vuurtoren zijn ooit onderwerp geweest van een Hollands schilderij dat in Decima terecht is gekomen. Het diende als motief om een kopie te maken voor de porseleinmakers die in het zuiden van China tijdens de regering van keizer Kangxi en diens opvolger Yongshen werkten voor een internationale markt.' Aldus John Kleinen, die ik hierover mailde en die er een artikel over schreef: 'The Ca Mau Shipwreck, 1723-1735'. Mijn collega Lam Ngo kwam het bord bij hem tegen en zei over het dorp aan zee: 'Je kunt het zien of niet.'

vrijdag 29 april 2022

De opa van Oronzo

En dit moet dan de opa van Oronzo geweest zijn, die hier de sinaasappelen uitperst. We kwamen hem tegen op het pad, onderweg naar Monterosso.

vrijdag 22 april 2022

Het zand van Monterosso


Monterosso, wij hebben er nog zand vandaan, zand van het strand waarover Carmen en Antonio naar zee liepen, om er te zoenen, te zoenen onder water.

zaterdag 16 april 2022

Monterosso

Een mooie wandeling langs de rotsen, hoog boven de zee, bracht ons in 2016 in Monterosso. Ver na de tijd dat Carmen er zoende met haar Antonio, en ver voor de tijd dat ze opnieuw naar hem op zoek ging. Monterosso, wij wisten toen nog niet welke liefdesgeschiedenis zich hier had afgespeeld – dat lezen we nu – en weer opnieuw op het punt van beginnen stond. We moeten weer eens terug. Tiziana, van de B&B waar Carmen verbleef, kan ons vast alles vertellen.

Vlak voor we Monterosso in lopen.

zaterdag 9 april 2022

Eervolle geheimhouding

Wel een halfjaar moest het geheim blijven en mocht ik er met niemand over praten. En verder moest het natuurlijk tiptop in orde zijn, helemaal zonder fouten. En ik mocht het niet laten slingeren. Maar wat een eer om het boekenweekgeschenk van Ilja Leonard Pfeijffer te mogen corrigeren. Gisteren al kwam een speciale koerier mijn exemplaar brengen, dat ik vandaag in de Oude Lutherse Kerk in Amsterdam door de schrijver zelf heb laten signeren.

zaterdag 2 april 2022

Dikformaten

Stenen van de hoogte naar strand. De komende dagen moeten we er nog
wat brekerzand in vegen. Dan komen ze goed vast te liggen.

Ze komen helemaal uit Staphorst. Dikformaten. Stenen uit de jaren zestig. Vandaag hebben we er het straatje voor ons huis mee laten plaveien. Zelf komen we ook uit de jaren zestig. En het moet gezegd, die stenen voelen meteen vertrouwd. Vooral als de zon erop staat. Dan ga je meteen op zoek naar een knikkerputje. En nou zie ik het... het zijn diezelfde stenen die vroeger op de hoogte naar strand lagen. Waar je met je blote voeten overheen ging.

Strater Jos aan het werk.

vrijdag 25 maart 2022

De olijf van Zorro

Dit is de olijf van Zorro. De olijf die Zorro kreeg toen Beer er niet meer was.

Elf jaar is Beer nu in de poezenhemel. Ik weet nog dat we hem begraven hadden in Rockanje, onder de bomen bij de andere poezen, en dat er op de terugweg naar huis een grote volle maan hing, boven de weg. Zo'n supermaan betekende dat er een grote verandering zou plaatsvinden, een omslag. Die was er meteen. Vanaf die dag namelijk, 19 maart 2011, was het opeens volop zomer, en regende het nauwelijks nog, tot einde juni. Toen was de zomer ook meteen voorbij, en regende het alleen nog maar. Voor wie het zich nog herinnert. Beer maakte het allemaal niet meer mee, maar Zorro hebben die zomerse dagen wel geholpen, onder zijn olijf.

De olijf van Zorro. Hij zat er graag met zijn neus in, lekker ruiken tussen de bladeren. Maar helemaal mooi vond hij het als ik er de takken vanaf knipte. Daar kon je lekker tegenaan slaan en mee sjouwen. Ik heb zo'n takje bewaard. En de boom. Altijd denk ik aan jou als ik de boom zie.


Soms denk ik, wat zou Beer ermee gedaan hebben, met de olijf? Beer met z'n lange poten. Zou hij op een dag in een woeste bui alle bladeren eruit geslagen hebben?

vrijdag 4 maart 2022

De vuurtoren van Adziogol

De eerste vuurtoren die besproken wordt in het boek van José Luis González Macias staat op anderhalve kilometer van Rybal'che, waar de Dnjepr in de Zwarte Zee stroomt. Het is een vuurtoren van draadstaal. Een beetje zoals de Eiffeltoren gebouwd is. Maar zouden ze de toren in Parijs op dezelfde manier gebouwd hebben als de vuurtoren in Oekraïne, met een vergelijkbare hyperboloïde constructie, dan zou hij drie keer lichter zijn. Licht maar sterk. Zo licht als de vrede en zo sterk als het volk dat naar vrede snakt.

zondag 20 februari 2022

Een visje bakken

Het hoorde bij de zomer, gebakken vis, op zaterdag. Zooitjesvis. Sliptong. Altijd veel en overdadig. M'n vader had z'n adresjes, of het 'schoolschip'*, waar hij ze vandaan had. En andere vis. Soms een wolf, en schol natuurlijk, in de tijd dat ze lekker dik waren, en rooie poon. Die werden ook gekookt. En ook een keer een rog. Dat werd dan allemaal weer doorverkocht, een heel notitieboekje hield hij bij, allemaal telefoonnummers. Z'n handeltje op zaterdagochtend. Maar wij hadden de sliptong, of de kabeljauw. Later in de middag.

Van de sliptong plakte hij er twee op elkaar. Omdat ze zo klein waren. Dan bleven de binnenkanten lekker sappig. En dan had hij door de tijd uitgevonden dat je ze het beste in arachideolie kon bakken. Dat had een neutrale smaak en stonk ook niet zo in de schuur. In een grote platte pan op de vlinder** op een veel te klein krukje. Om en om, een paar minuten op de ene kant en op de andere kant. Zout erover, klaar. Met een spaan werden ze uit de pan geschept en ging er weer een nieuwe lading in. M'n vader had er een lange stofjas bij aan, lichtblauw. Tegen de spatten. En dan maar eten. Honderden hebben we er op. Familie kwam ervoor over. Schaaltjes gingen de straat door, naar oude mensen die ook wel een visje lusten. En m'n moeder zette er altijd thee bij. En een sneetje jam toe. Al die olie in je lijf moest ook weer tot rust komen.

Zo'n sliptongetje at makkelijk weg. Zowat alles van zo'n visje kon je opeten, de kantgraatjes, het staartje, alles. Allemaal kalk, goed voor je botten. Als je nieuw was aan tafel, deed m'n vader voor hoe dat moest, zo'n visje verorberen, mét die kantgraatjes, en dat staartje.*** Tussendoor wees hij dan aan welke je toch zeker wel van de schaal moest pakken: 'Lee, neem jij deze, en Pee, dit is een mooie voor jou. Wil, kijk, dit is een lekkere. Nee, deze.' Helemaal leuk vond hij het toen hij ontdekte dat hij een achterkleinkind had dat 'gek was van vis'. Indy. En dat is ze nog.

Op het laatst had hij nog een speciaal recept uitgevonden voor kabeljauw, om er kibbelingen van te maken. Daar was hij flink mee aan het experimenteren, welk papje het lekkerste en dunste korstje eromheen gaf. Grote brokken. Of karbonades van kabeljauw, nog groter. Niet zoals je die haalt bij de vistent. Helemaal niet.

Met het ouder worden verdwijnt dat allemaal, en zonder dat je er erg in hebt. Zaterdagse gewoontes. Mag ik zeggen: Katwijkse zaterdagse gewoontes? Want je ruikt het nergens meer, achter op de plaatsjes, op die dag dat er vroeger overal vis gebakken werd in het dorp aan zee.

* Een opleidingsschip voor de vissers.
** Katwijks voor 'los gastoestel voor een grote, platte bakpan om vis in te bakken' (Katwijks woordenboek, 2020, p. 250). Voor het visbakken had m'n vader destijds speciaal een gasleiding laten aanleggen, onder de plaats door naar de schuur.
*** Durfde je als nieuweling de kantgraatjes en het staartje niet op te eten, dan kloof m'n vader ze voor je af.

vrijdag 11 februari 2022

Niek van der Plas ereburger!

Zoon Jaap houdt de lamp op terwijl Niek van der Plas met zijn ouders
en burgemeester Cornelis Visser poseren voor de foto.

Vanmiddag is door burgemeester Visser aan Niek van der Plas de erepenning van de gemeente Katwijk uitgereikt, als blijk van erkentelijkheid en waardering, omdat hij als kunstenaar de bekendheid van Katwijk op nationaal en internationaal niveau heeft bevorderd.

zondag 30 januari 2022

'Winter in Amsterdam' door Niek van der Plas

Niek van der Plas, Winter in Amsterdam. Olieverf op doek, 38 x 46 cm.

Een winterse dag in Amsterdam. Koud maar droog. Goed weer om nog even naar buiten te gaan. De Nieuwe Amstelbrug is vol wandelaars. Al hangt er nog wel sneeuw in de lucht. De sneeuw die er ligt is al van weer wat langer geleden. Dat zie je aan de daken, waar ze aan het zakken is. Er is niks bij gekomen. Het vriest, of is om het vriespunt. De schepen liggen vast in het ijs. Maar er zijn geen schaatsers. Dat komt door de sneeuw die op het ijs ligt. Maar wat een spiegel is dat ijs.
De Amstel is een brede rivier. Achter de brug aan de rechterkant zien we de Ceintuurbaan de Amsteldijk op buigen, vol verkeer, het andere deel gaat de brug over. De huizen langs de kade ademen een Italiaanse sfeer, smal en hoog. De kleuren, de pannen die vanonder de sneeuw tevoorschijn komen, een enkele spat oranjerode steen aan de gevels wat verder naar achter, net boven het ijzeren middendeel van de brug, het groen dat, ook al is het koud, toch nog heel dun aan de bomen zit – wat zou Amsterdam zijn zonder groen en bomen? –, geven dit winterse tafereel van Niek van der Plas in al zijn ingetogenheid een ongekende warmte en levendigheid. Met boven alles uit, maar dan zijn we al wat verder op de Amstel, de toren van het oude Stadsarchief, waarin tegenwoordig het vijfsterren Pestana Amsterdam Riverside-hotel gevestigd is.

zaterdag 22 januari 2022

My way to English

Engels hadden we op het Pieter Groen College van de leraren Passchier en Segaar. De laatste was meegekomen van de Christelijke Opleidingsschool, in hetzelfde jaar dat wij als (deel van de) klas overgingen van de lagere school naar de middelbare school.* Segaar was een keurige man, een op-en-top 'Engelsman', zou je zeggen. Als je van hem les had, had je geluk. Met Passchier was dat anders. Van hem had ik les. Maar wij lagen elkaar niet zo, zodat ik helaas niet veel Engels van hem heb opgestoken. Je kunt wel zeggen dat ik ronduit een hekel aan het Engels kreeg en alles wat daarbij hoorde. Ik durfde pas naar Engeland te reizen toen ik al tegen de veertig liep. Die hekel aan het Engels heeft me weliswaar behoed voor de vele walgelijke soaps die in de jaren tachtig en negentig op de televisie hun intrede deden – die hoefde ik niet te zien! – maar heeft me ook veel vertraging bezorgd in mijn latere studie. Let wel: dit is iets anders dan wat er tegenwoordig van studenten wordt verlangd, om hun opleiding aan Nederlandse universiteiten en hogescholen in het Engels te moeten ondergaan. Daar ben ik, zoals de teneur van de laatste zin al doet vermoeden, fel op tegen.

Klik op het plaatje om de tekst te kunnen lezen.

Maar goed, Your way to English, dat was ons lesboek. En toen het niet meer hoefde op de middelbare school, dat Engels, deed ik het gauw van de hand. Weg ermee! Toch miste ik het later in m'n boekenkast, en dat bleef zeuren. Dat kwam door één hoofdstuk, dat over de Scilly-eilanden ging. Als ik daar in mijn latere leven toch eens naartoe kon.

Beide zaken zijn inmiddels vervuld. Op een rommelmarkt kwam ik het boek weer tegen en op de Scilly's ben ik ondertussen ook geweest, in 2008, met Wilma, zoals in het boek op pagina 44 staat: '... after a two and a half hours' voyage by steamer from Penzance...'. We zien dat mevrouw De Vries op diezelfde pagina behoorlijk is toegetakeld. Dat was al zo toen ik het boek kocht. Wie daar verantwoordelijk voor is, weet ik niet. Misschien een leerling die helemaal nooit oplette. Of het allemaal al snapte en dus veel tijd overhad. Ik ben wel blij dat hij of zij ervoor gezorgd heeft dat het op de rommelmarkt terechtkwam.

* Het Pieter Groen College was de naam die mijn middelbare school kreeg toen ik er een paar jaar op zat, daarvoor heette ze Christelijke Scholengemeenschap voor Atheneum en Havo. Ze was een dependance van het Visser 't Hooft Lyceum in Leiden. Nu heet de school kortweg Pieter Groen. De Christelijke Opleidingsschool was mijn lagere school. Een school met een naam als een klok, alsof het al de middelbare school was. Uit de degelijkheid en het huiswerk dat je meekreeg, kon je dat gemakkelijk afleiden. Een school die zijn naam eer aandeed.

zondag 16 januari 2022

Nol in 't Bosch

Dit weekend logeerden we in Nol in 't Bosch in Wageningen. Zo'n ouderwets hotel. Een beetje gedateerd, maar dat heeft juist zijn charme. Met een kamer aan de tuinzijde. Tuin? Een heel bos, waar je in keek. Met schuin omhoog een smalle weg richting Renkum, de Geertjesweg. Als het donker werd en je zag twee koplampen tussen de bomen door dichterbij komen, moest je aan het boek Oorlogswinter denken, van Jan Terlouw. Zo'n omgeving. 

In 1952 had prinses Beatrix er nog gelogeerd, toen zij meedeed aan paardrijwedstrijden. In de hal naast de receptie hangt een fotocollage ter herinnering en achter het hotel bevindt zich nog altijd de manege. Er zijn ook tennisbanen en vroeger was er een speeltuin. Het hotel is al generatieslang in handen van de familie Beijer.* Ik denk ondertussen de zesde generatie. In de gangen kwamen we de vierde generatie tegen, een oude dame, achter de rollator. Zij had hier Armgard nog meegemaakt, en Wilhelmina. En Claus. Telkens als we naar onze kamer liepen, kwamen we door een gang waar het naar rook rook, terwijl er toch nergens in het hotel gerookt mocht worden. Zou dat de oude sigarenlucht van prins Hendrik nog zijn?

De tuinzijde.

* In 1836 vestigde zich hier boswachter Arnoldus (Nol) Gerritsen. Hij begon een bescheiden herberg, een uitspanning waar koetsiers met hun gasten konden uitrusten. In 1877 nam zijn schoonzoon, Adrianus Beijer, de zaak over. De familie Beijer is nog steeds eigenares van het hotel.

zaterdag 8 januari 2022

Penelope Lively: Leven in de tuin

Leven in de tuin van Penelope Lively levert weer heel wat aantekeningen op voor m'n aantekenboekje, allerlei om na te gaan, verder te lezen of om bij aan te sluiten, het opmerkelijke te onthouden... opdat wij niet vergeten.

Penelope Lively, alleen de naam al, schreef met Leven in de tuin een boek zo gevarieerd als de tuin zelf, een genot om te lezen, iedere dag een stukje, twee bladzijden, misschien drie, zoveel als een stukje spitten, een beetje snoeien, een bloem zien opkomen in al zijn pracht, maar wel, zo Engels als het maar zijn kan, en waarom niet, Groot-Brittannië en tuinen, het zijn bijna synoniemen van elkaar.

maandag 3 januari 2022

Bougainvillea

Bougainvillea op het eiland Farol, 7 november 2021.

Bougainvillea. Mooi woord. Ik las het voor het eerst in Braziliaanse brieven van August Willemsen. Ik moest het opzoeken, bougainvillea. Dit jaar komt er van het boek een herdruk, dan ga ik het weer lezen. Bougainvillea, uitbundig woord, voor een uitbundige bloemenpracht. In november bloeit de bougainvillea nog volop, in Brazilë en ook in de Algarve, waar deze foto is genomen.

Bougainvillea, Brazilaanse brieven, allemaal letters b, de b ook van bureaucratie, door de Braziliaanse autoriteiten in het boek, de b van een boot die niet aan land mag, een boot vol passagiers, op de Amazone. Want er gaan geruchten dat er ziektes aan boord zijn. Zo'n boot, die maar blijft dobberen, midden op de rivier, en het drinkwater dat opraakt, het wachten. Later maakt een vriend van me precies zo'n zelfde verhaal mee, op zo'n zelfde boot, als hij een indianentaal wil onderzoeken, in het oerwoud, waardoor de rivier stroomt, een indianentaal waarvan toen nog 25 sprekers leefden, het Kwaza. Toen. In een oerwoud dat met houtkap bedreigd wordt. Dezelfde Braziliaanse bureaucratie. Dezelfde bureaucratie van niet aan land mogen, want de geruchten gaan, er zouden ziektes heersen, aan boord.

Bougainvillea, wat zo'n woord allemaal oproept.